Washington, vrijdag 7 mei. Het ministerie van Arbeid kondigt aan dat de Amerikaanse economie in april 288.000 nieuwe banen had gecreëerd, veel meer dus dan de 170.000 die werden verwacht. Gelijk werden ook de cijfers van de maand voordien met 10 % verhoogd en die waren al verbluffend: de 308.000 nieuwe banen die voor maart waren aangekondigd (een cijfer dat nu dus is opgetrokken tot 337.000) sloegen in als een bom, want zelfs de meest optimistische waarnemers voorspelden niet meer dan 150.000 jobs. Het heeft even geduurd voor de economische groei zich in de jobmarkt doorzette, maar nu lijkt de trend te zijn gezet. Het Amerikaanse economische herstel wint daarmee meteen aan geloofwaardigheid.
...

Washington, vrijdag 7 mei. Het ministerie van Arbeid kondigt aan dat de Amerikaanse economie in april 288.000 nieuwe banen had gecreëerd, veel meer dus dan de 170.000 die werden verwacht. Gelijk werden ook de cijfers van de maand voordien met 10 % verhoogd en die waren al verbluffend: de 308.000 nieuwe banen die voor maart waren aangekondigd (een cijfer dat nu dus is opgetrokken tot 337.000) sloegen in als een bom, want zelfs de meest optimistische waarnemers voorspelden niet meer dan 150.000 jobs. Het heeft even geduurd voor de economische groei zich in de jobmarkt doorzette, maar nu lijkt de trend te zijn gezet. Het Amerikaanse economische herstel wint daarmee meteen aan geloofwaardigheid. Uitstekend nieuws dus? Voor Amerikaanse werknemers wel. Voor president George W. Bush ook, met de verkiezingen in het vooruitzicht. Maar voor de beleggers liggen de zaken anders. Wall Street reageerde namelijk zeer slecht op 7 mei. De Amerikaanse indexen verloren op enkele uren zo'n 3 % en zoals gewoonlijk volgden de beurzen in Europa. Hoe komt het dat zo'n uitstekende economische indicator, die erop wijst dat het bedrijven voor de wind gaat, zo zwaar op de markten weegt? Het antwoord is simpel: het gaat niet gewoon goed, het gaat té goed. De markten zijn nooit tevreden. Het bewijs: de rentevoeten stijgen, wat wijst op onrust, en men vreest dat de trend zich zal doorzetten. Na de bekendmaking van de werkgelegenheidscijfers steeg het rendement van de Amerikaanse obligaties op tien jaar (dé referentie op het vlak van de rente) op enkele minuten van 4,6 % naar 4,75 %. Een maand eerder brak al eens soortgelijke paniek uit: op 2 april, toen Washington de cijfers voor maart aankondigde, steeg de rente op tien jaar onmiddellijk met 0,25 %. In totaal is deze rente in nauwelijks zeven weken gestegen van 3,7 % naar 4,85 %. Hoewel de stijging in Europa minder uitgesproken was, was ze toch voelbaar. In België steeg het rendement van staatsobligaties op tien jaar in diezelfde tijdsspanne van 4 % naar 4,45 %. Het zijn dus in de eerste plaats de rentevoeten, en niet de economische situatie of de huidige en toekomstige winsten van bedrijven, die het mooie (en het minder mooie) weer maken op de beurs. Ook waardestijgingen of -verminderingen in obligatieportefeuilles en vastgoed hangen nauw samen met de rente. Wat betekent dat voor u als belegger? Op de beurs laat deze rentestijging zich op twee vlakken voelen: naast het feit dat ze weegt op de bedrijfswinsten, maakt ze aandelen rekenkundig beschouwd een stuk minder aantrekkelijk. Bij het evalueren van een aandeel speelt het niveau van de risicoloze rentevoet (die niets anders is dan het rendement van een staatsobligatie op tien jaar) immers een belangrijke rol. Hoe hoger de rentevoet stijgt, hoe meer de waarde van het aandeel zakt. En dat gaat snel. Volgens de klassieke formule van het dividend discount model (DDM) waarop financiële analisten zich vaak beroepen, en ervan uitgaand dat alles voor het overige onveranderd blijft, zou een opbrengstaandeel zoals dat van Electrabel 21,8 % van zijn theoretische waarde verliezen als de rente op tien jaar van 4 % naar 5 % stijgt, legt Bruno du Bus, hoofdanalist bij Puilaetco, uit. Stijgt ze tot 6 %, dan loopt de schade op tot 34,2 %. Delhaize zou het nauwelijks beter vergaan, met verliezen van respectievelijk 19,4 % en 32,9 %. Deze cijfers maken duidelijk waarom de beurs alleen al bij de gedachte aan een rentestijging begint te beven. En waarom het in dergelijke tijden moeilijk is resoluut optimistisch te blijven. Wat u in ieder geval moet onthouden, is dat de beurzen pas echt groeien wanneer de rentevoeten dalen of, in mindere mate, wanneer ze stabiel blijven. Ze gaan daarentegen bijna onvermijdelijk in het rood wanneer de rentevoeten stijgen en krijgen pas terug de nodige ademruimte wanneer de situatie zich begint te stabiliseren. Etienne de Callataÿ, econoom bij Bank Degroof, maakt zich echter niet te veel zorgen over de aandelen, toch zeker de Europese: ze zijn door de band relatief goedkoop, waardoor de schade beperkt zou moeten blijven. De bank is zelfs van oordeel dat een negatief klimaat zelfs een goede gelegenheid is om te kopen. Verder herinnert de Callata ÿ aan een basiswaarheid: een rentestijging is voornamelijk het gevolg van een heroplevende conjunctuur, een bewijs dat bedrijven meer winst beginnen te maken, en zorgt dus zo voor een stevige onderbouw voor de koersen. De vraag is natuurlijk in welke mate dit perspectief het negatieve effect van de rentestijging kan compenseren. De waardevermindering waaronder aandelen te lijden hebben, treft ook obligaties en kasbons. Het hoeft geen uitleg dat een obligatie van 1000 euro met een rendement van 4 % heel wat van zijn charme verliest als er een concurrent op de markt komt die 5 % belooft. Aangezien voor dit waardepapier op het einde van de looptijd steeds 1000 euro zal worden betaald, zal de waarde ervan nooit volledig inzakken. Dat neemt echter niet weg dat in de lente van het annus horribilis 1994, toen de rente bijzonder sterk begon te stijgen, de obligaties die nog een tiental jaren liepen (tijdelijk) meer dan een tiende van hun waarde verloren. Met als grote gedupeerden de particuliere beleggers, die nooit hadden verwacht dat ze met een dergelijke "betrouwbare" beleggingsvorm zo'n risico zouden lopen. Zo ver is het nog niet in Europa, maar in de Verenigde Staten komt het scenario wel schrikwekkend dichtbij: in de jongste weken is de koers van de obligaties op tien jaar met bijna 9 % gedaald. Wie belegt in obligaties kan in zulke omstandigheden dus alleen maar wachten en eerder op korte termijn denken dan op lange termijn. Geen tienjarige engagementen meer, leve de kasbons op 1 jaar! Of leve de spaarrekeningen, waarvan sommige al van bij de eerste euro en zonder enige tijdsvoorwaarde aardig wat opleveren. Ondanks het feit dat er geen voorheffing geldt op 1520 euro van het jaarlijkse inkomen per belastingplichtige, blijft de opbrengst ervan wel lager dan die van een obligatie, maar het geplaatste kapitaal verliest in ieder geval niets van zijn waarde. Bovendien blijft dit kapitaal beschikbaar, zodat het opnieuw voor langere termijn kan worden belegd zodra de rentevoeten niet langer stijgen. Dezelfde lijn wordt gevolgd voor de beveks en obligatiefondsen: alleen wanneer ze (van nature of door aanpassing aan de huidige situatie) gericht zijn op de korte termijn, kunnen ze momenteel nog enige voorzichtige beleggers bekoren. De beleggingen in baksteen en beton, zoals vastgoedcertificaten en vastgoedbevaks, zijn gewoonlijk zeer gevoelig voor rentestijgingen. Ze hebben te kampen met de nadelen van zowel obligaties als aandelen, maar kunnen niet van de voordelen ervan profiteren. Net als de eerste bieden ze een hoog en vrij stabiel rendement, waardoor ze direct heel wat van hun charme verliezen. Ze garanderen echter geen zekere uitkering bij het verstrijken van de looptijd. Net zoals de tweede hebben ze geen begrensde tijdsduur (tenminste: de vastgoedbevaks), waardoor het rekenkundige waardeverlies helemaal vrij spel krijgt. Op een eventuele sterke toename van de winst, wat mogelijk is bij aandelen, hoeven ze ook al niet te rekenen. De voorspellingen voor vastgoedbeleggingen voor 2004 zijn dan ook allesbehalve rooskleurig, temeer daar de slechte conjunctuur van de voorbije jaren zwaar begint te wegen op de huuropbrengsten. Toch mogen we niet vergeten dat vastgoedbevaks in andere omstandigheden heel wat te bieden hebben. Ook het residentiële vastgoed lijdt onder een verhoging van de rentevoeten, maar om een andere reden. Als we er even van uitgaan dat u niet tot de gelukkigen behoort die hun huis contant betalen, bekijken we hier niet de verkoopprijzen maar de maandelijkse afbetalingen. Die worden zwaarder als de rente stijgt, wat heel wat kopers nog een tweede keer zal doen nadenken voor ze hun aankoop doen, en wat bijgevolg ook weegt op de prijs. Slecht nieuws voor de eigenaars, want alleen voor wie niet alles moet gaan lenen is de stijgende rente minder slecht nieuws. Na enkele vette jaren ziet het er nu naar uit dat de prijzen van huizen en appartementen eindelijk zullen stabiliseren. Guy LegrandWie belegt in obligaties kan nu alleen maar wachten en op korte termijn denken. Leve de kasbons op 1 jaar! De vastgoedprijzen zullen eindelijk stabiliseren.