Het monster van Loch Ness is weer opgedoken: het eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden. Freya Van den Bossche (SP.A), federaal minister van Werk, lanceerde de discussie met haar voorstel om het systeem van tijdelijke werkloosheid ook voor bedienden in te voeren. Haar partijvoorzitter Steve Stevaert pikte meteen in met een one- liner: "Maak van alle arbeiders bedienden."
...

Het monster van Loch Ness is weer opgedoken: het eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden. Freya Van den Bossche (SP.A), federaal minister van Werk, lanceerde de discussie met haar voorstel om het systeem van tijdelijke werkloosheid ook voor bedienden in te voeren. Haar partijvoorzitter Steve Stevaert pikte meteen in met een one- liner: "Maak van alle arbeiders bedienden."Luc Sels, een onderzoeker aan de KU Leuven, maakte in 2000 een omvangrijke studie naar het eenheidsstatuut in opdracht van het Vlaams Economisch Verbond. Hij geeft Freya Van den Bossche gelijk wat betreft de tijdelijke werkloosheid. Hij stelt voor het systeem te lanceren voor bedienden in conjunctuurgevoelige dienstensectoren. Daarnaast zouden bedrijven zich in ruil moeten engageren om in dalperiodes te investeren in opleidingen of te experimenteren met procesinnovaties. Tijdelijke werkloosheid is immers een rem op innovatie. Het is bekend dat België voor arbeiders zowat de slechtste ontslagbescherming van Europa heeft en voor bedienden veruit de beste. Voor Sels is het veralgemenen van het zeer hoge beschermingsniveau van de bedienden (hun minimum is hoger dan het maximum in de buurlanden) voor alle werknemersgroepen een weinig realistisch scenario. Sels lanceert het idee van variabele opzegtermijnen: de lengte van de opzeg is afhankelijk van de mate waarin de werkgever geïnvesteerd heeft in de competenties van de betrokken werknemer. Uit internationaal onderzoek blijkt dat bij een verlenging van de opzegtermijnen de tewerkstelling weliswaar stabieler wordt, maar dat dit gecompenseerd wordt door een grotere flexibiliteit in de arbeidstijden. Zo gaat een strakke ontslagbescherming veelal gepaard met een intensief gebruik van tijdelijke arbeid. Voor Sels moet een ideale ontslagbescherming de werknemers voldoende beschermen tegen het risico van overhaast ontslag, zonder dat dit een sterke stijging van het aandeel tijdelijke werknemers in de hand werkt. Zonder dat evenwicht zou een verlenging van de opzeggingstermijnen zich wel eens kunnen keren tegen lager geschoolde arbeiders. "Dat evenwicht nastreven, is een cruciale opdracht in het debat over de toekomst van een eenheidsstatuut," zegt de Leuvense onderzoeker. Sels vindt ook dat als de opzegtermijnen die de werkgever moet naleven langer worden, dat ook het geval moet zijn voor de termijnen die de werknemer moet eerbiedigen als hij zelf ontslag geeft. Zeker geen makkelijke boodschap. En er zijn nog meer problemen. Een van de grootste struikelblokken is de structuur van het sociaal overleg. De ruime meerderheid van de werknemers ressorteert onder paritaire comités voor ofwel arbeiders, ofwel bedienden. Gemengde comités zijn de uitzondering. "De architectuur van het sociaal overleg staat haaks op het eengemaakte statuut," schrijft Sels. Ook de vakbonden zijn georganiseerd volgens de tweedeling arbeider-bediende. In het interprofessionele akkoord - dat uiteindelijk niet getekend werd - was een werkgroep voorzien die het eenheidsstatuut moet onderzoeken. De studie van Luc Sels kan best snel uit de lade gehaald worden. Ze vormt een mooie startbasis voor deze werkgroep. G.M.