Is het volgen van een aanvullende opleiding een spring- plank naar een nieuw bedrijf? Bij Solvay Business School lijkt het er sterk op. Trends hield samen met de Solvay-alumnivereniging een steekproef, waaruit blijkt dat 69 % van de respondenten na de opleiding in een ander bedrijf werkt. 50 % is zelfs al binnen het jaar van bedrijf veranderd, de resterende 19 % doet daar langer over. Bij de respondenten heeft 44 % van diegenen die van bedrijf zijn veranderd het bij die ene verandering gelaten. De anderen hebben twee tot vier bedrijven achter de rug.
...

Is het volgen van een aanvullende opleiding een spring- plank naar een nieuw bedrijf? Bij Solvay Business School lijkt het er sterk op. Trends hield samen met de Solvay-alumnivereniging een steekproef, waaruit blijkt dat 69 % van de respondenten na de opleiding in een ander bedrijf werkt. 50 % is zelfs al binnen het jaar van bedrijf veranderd, de resterende 19 % doet daar langer over. Bij de respondenten heeft 44 % van diegenen die van bedrijf zijn veranderd het bij die ene verandering gelaten. De anderen hebben twee tot vier bedrijven achter de rug. Dat snelle veranderen wijst op een duidelijk verband met de opleiding. 46 % verklaart trouwens dat de aanvullende opleiding die ze bij Solvay Business School hebben gevolgd hen heeft geholpen bij het vinden van een nieuwe onderneming. Eenzelfde bevraging die Trends samen met VlerickLeuven Gent Management School hield, leverde hetzelfde beeld op: daar zag zelfs 75 % een verband tussen opleiding en bedrijfswissel. Annik Goudsmet, director marketing & development bij Solvay Business School, is niet echt verrast. "Heel wat deelnemers komen naar onze opleidingen omdat ze van functie willen veranderen," zegt ze. "Een derde van de cursisten betaalt trouwens zelf de opleiding en de jongste jaren neemt dat aantal toe. En wanneer bedrijven een medewerker naar hier sturen, maar achteraf geen betere functie kunnen aanbieden, dan gaat die werknemer op zoek naar en andere job. Wie hier een opleiding volgt, krijgt immers een andere horizon." Bij Vlerick Leuven Gent Management School is de tendens echter minder scherp. 52 % werkt niet langer in hetzelfde bedrijf; dat is 17 % minder dan bij Solvay Business School. De snelheid van verandering ligt er ook iets lager, maar toch nog 31 % verandert binnen het jaar. Vlerick-alumni zijn ook geen oneindige jobhoppers: van diegenen die veranderd zijn, houdt 35 % het bij één bedrijfswissel, 26 % proeft van twee bedrijven en nog maar 16 % van drie. Geert Van Coillie, general manager Vlerick Leuven Gent Alumni, is aangenaam verrast door dit cijfer. "In nogal wat bedrijven leeft het idee dat wie een managementopleiding volgt vrij snel het bedrijf zal verlaten," zegt hij. "Nu blijkt dat dat niet het geval is. Dat is voor mij het belangrijkste nieuws uit deze enquête." Mensen die een aanvullende opleiding volgen, zijn blijkbaar sneller geneigd om een eigen bedrijf op te starten. Bij Vlerick heeft 29 % van de afgestudeerden een eigen BVBA of NV opgestart. Vorig jaar hield Vlerick rond dat thema een enquête bij alle alumni (nu werden enkel de MBA's en Master-alumni ondervraagd). Toen bedroeg dat percentage 35,5 %. Bij Solvay Business School waagde 35 % de sprong naar een eigen bedrijf. Het is een cijfer dat Annik Goudsmet verrast. "Ik had het iets lager verwacht. Het is wel een stijgende tendens: steeds meer mensen beginnen hun eigen bedrijf. De economische omstandigheden hebben daar ook veel mee te maken. Vroeger had je al een contract op zak vooraleer je afgestudeerd was. Dat is nu toch veel minder het geval. Dat blijkt ook uit de motivatie van nieuwe studenten bij het begin van de opleiding. Solvay Business School hecht ook veel belang aan het entrepreneurschap. Zo is Business Angel Contact onlangs omgevormd tot Solvay Business Contact." Als we naar de functie kijken, dan zijn de veranderingen nog belangrijker. 88 % van de Solvay-respondenten zit vandaag niet meer in dezelfde functie als op het moment van de opleiding. Bij Vlerick is dat 86 %. Ook hier is de relatie met de opleiding duidelijk. Bij Solvay is 82 % van diegenen die van functie veranderd zijn, binnen het jaar overgestapt. 70 % verklaart dat de opleiding hen heeft geholpen om van functie te veranderen. Bij Vlerick is zelfs 87 % overtuigd dat de opleiding heeft bijgedragen tot een snellere opstap naar een hogere functie. Net als bij de veranderingen van bedrijf gaat het ook qua functies wat trager bij Vlerick: 36 % is veranderd binnen de twaalf maanden, 25 % doet er twee jaar over. Die functieverandering brengt ook heel wat extra verantwoordelijkheden met zich. Bij Vlerick is het aantal werknemers dat rapporteert aan de man of vrouw die de opleiding heeft gevolgd fors gestegen. Waar vóór de opleiding slechts 3 % meer dan 30 werknemers haalde, heeft vandaag 18 % meer dan 30 werknemers 'onder zich' (bij 3 % is dat zelfs meer dan 500 werknemers). Bij Solvay Business School zijn de veranderingen nog extremer. 92 % had vóór de opleiding niet meer dan tien werknemers die aan hem of haar rapporteerden. Vandaag is dat percentage gedaald naar 62 %. Bij Solvay Business School is 92 % van de respondenten tevreden over zijn huidige functie, bij Vlerick Leuven Gent Management School 89 %. Wat de carrièreperspectieven betreft, zijn de respondenten iets minder optimistisch: 27 % is ontevreden bij Solvay, 22 % bij Vlerick. Uiteraard is de voldoening om naar een ander en beter bedrijf over te stappen of naar een betere functie te evolueren best boeiend. Maar boter bij de vis is natuurlijk ook een belangrijke factor. Daarom ondervroegen we de alumni ook over hun salaris. De eerste vraag was in welke tijdsspanne ze een salarisverhoging hebben gekregen. Voor 83 % van de Solvay-alumni was dat binnen het jaar. Bij Vlerick 72 %. Ook qua hoogte van de salarisverhoging laat Vlerick zich de kaas van het brood eten door Solvay. Hoe dan ook is de verhoging voor iemand die een managementopleiding heeft genoten aanzienlijk. 26 % van de Vlerick-alumni haalde bij zijn eerste aanpassing een verhoging van 10 % tot 14 %. 21 % moest het stellen met 5 % tot 9 %. Samen met degenen die minder dan 5 % hebben gekregen, heeft bij Vlerick 62 % van de afgestudeerden een verhoging tot 14 % gekregen. Bij de Solvay-alumni haalde de grootste groep (35 %) een salarisverhoging van 15 % à 19 % 30 % van kreeg maandelijks tot 14 % meer op zijn rekening. Bij Vlerick zit zowaar 62 % van de afgestudeerden in die laatstgenoemde vork. Opvallend is toch wel dat 38 % van de Solvay-alumni en 39 % van de Vlerick-alumni verklaren dat de opleiding hen níét heeft geholpen bij het verkrijgen van die salarisverhoging. En dat is toch een pak minder dan de relatie die gelegd werd tussen opleiding en veranderen van functie of bedrijf. Het kan natuurlijk wel dat de respondenten de salarisverhoging veeleer een gevolg vinden van de functieverandering en dus slechts indirect het gevolg van de gevolgde opleiding. De vraag is of dat veel uitmaakt. Als de kassa maar rinkelt of de carrière erop vooruitgaat. Guido MuelenaerVlerick: 26 % krijgt na opleiding loonsverhoging van 10 % tot 14 %. Solvay: 35 % krijgt na opleiding loonsverhoging van 15 % tot 19 %. 88 % van de Solvay-alumni heeft vandaag een andere functie. Bij de Vlerick-alumni is dat 86 %.