Sinds begin 1998 maakt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) vergelijkende studies over de diverse systemen van sociale bijstand. In haar eerste onderzoek kwamen Australië, Finland, Zweden en Groot-Brittannië aan bod. Vandaag is een tweede volume van de persen gerold. Dit werk evalueert de armoedebestrijding in respectievelijk België, Tsjechië, Nederland en Noorwegen.
...

Sinds begin 1998 maakt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) vergelijkende studies over de diverse systemen van sociale bijstand. In haar eerste onderzoek kwamen Australië, Finland, Zweden en Groot-Brittannië aan bod. Vandaag is een tweede volume van de persen gerold. Dit werk evalueert de armoedebestrijding in respectievelijk België, Tsjechië, Nederland en Noorwegen. Volgens de specialisten van de Oeso slaagt ons land er relatief goed in zijn inwoners een basisinkomen te geven. Maar ondanks de vele tewerkstellingsprogramma's blijft uitsluiting van de arbeidsmarkt een groot probleem. Dat is vooral te wijten aan de gebrekkige coördinatie tussen de verschillende maatregelen. Ook worden de lokale Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn ( OCMW's) - die in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor de sociale bijstand - weinig of niet betrokken bij de initiatieven om jobs te creëren voor kansarmen. De centrale overheid tracht dit probleem aan te pakken door de socialezekerheidsbijdragen voor laaggeschoolden of langdurig werklozen te verminderen. Maar de grote diversiteit aan complexe reglementen en individuele schema's maakt dat de kansarmen vaak uit de boot vallen. Ondanks de talrijke armoederapporten slagen de instellingen er veel te weinig in aan de basisnoden van hun "klanten" te voldoen. Ten slotte bestaan er geen specifieke opleidingscursussen "werk zoeken" voor steuntrekkers. Wel is het sociale zekerheidssysteem in België goed georganiseerd, aldus de Oeso. Relatief lage uitkeringen gedurende lange tijd worden gekoppeld aan een lage instapdrempel voor werklozen. Hoewel de jongste jaren tal van beperkingen in het systeem zijn ingevoerd, ontvangen nog altijd méér personen (14% van de actieve bevolking) een werkloosheidsvergoeding dan strikt genomen nodig is volgens de definitie van de International Labour Organisation (10%). Wel heeft de regering pogingen ondernomen om het aanbod van voorzieningen beter op de echte noden af te stemmen. Zo krijgen samenwonende partners met een relatief hoog inkomensniveau maar tijdelijk een uitkering. Organisation for Economic Co-operation and Development, The Battle against Exclusion, volume 2, Social Assistance in Belgium, the Czech Republic, the Netherlands and Norway, OECD Publications, 2 rue André Pascal, 75775, Paris Cedex 16, France, 1998. Internet: www.oecd.org