OP 4 SEMPTEMBER lanceerde cOAlition S een plan voor een versnelde overgang naar open access of vrije toegang tot wetenschappelijke publicaties. De coalitie groepeert onderzoeksfinanciers uit elf landen. Ook de Europese Commissie en de prestigieuze European Research Council scharen zich achter het plan. De stamvader is Robert-Jan Smits, speciaal gezant van de Commissie voor open access. De S staat overigens niet voor Smits, wel voor Science, Speed, Solution, Shock. Smits zorgt voor een schok. Hij kreeg er van de KU Leuven een erepenning voor.
...

OP 4 SEMPTEMBER lanceerde cOAlition S een plan voor een versnelde overgang naar open access of vrije toegang tot wetenschappelijke publicaties. De coalitie groepeert onderzoeksfinanciers uit elf landen. Ook de Europese Commissie en de prestigieuze European Research Council scharen zich achter het plan. De stamvader is Robert-Jan Smits, speciaal gezant van de Commissie voor open access. De S staat overigens niet voor Smits, wel voor Science, Speed, Solution, Shock. Smits zorgt voor een schok. Hij kreeg er van de KU Leuven een erepenning voor. De strijd voor open access is een gevecht met de grote uitgevers. Elsevier, SpringerNature, Wiley, Taylor & Francis en Sage zijn de grote vijf, die meer dan de helft van de artikels publiceren in hun tijdschriften. So what? voel ik u denken. Vijf uitgevers die instaan voor de helft van de publicaties, dat is lang geen oligopolie. MAAR DE SOMS EXTREME winstmarges geven aan dat de markt niet behoorlijk werkt. De grote uitgevers hebben de toptijdschriften in beheer. Zo heeft Elsevier Cell en The Lancet in portefeuille. Nature huist bij SpringerNature, Econometrica bij Wiley. Het zijn maar voorbeelden van tijdschriften die een zo grote impact hebben dat universiteiten niet anders kunnen dan de snel oplopende abonnementsgelden te betalen. In 2015 berekende Max Planck dat de uitgeverijen jaarlijks minstens 7,6 miljard euro inkomsten halen uit academische tijdschriften. Afhankelijk van de schatting, is dat 3800 tot 5000 euro per gepubliceerd artikel. Veel geld, zeker als u weet dat het harde werk gebeurt door academici die onbezoldigd de redactieraden bevolken en de waarde van de artikels minutieus becommentariëren. De kosten van dat werk worden ook op enkele miljarden geschat. TEN GRONDE DAN. Wetenschap hoort niet achter een betaalmuur. Kennis moet voor iedereen toegankelijk zijn. Onderzoek wordt grotendeels door de belastingbetaler betaald. Dat geld is bestemd voor onderzoek en valorisatie, niet voor commerciële uitgevers. Geen enkele topuniversiteit slaagt er nog in de abonnementen op alle tijdschriften te betalen. Dat betekent dat de ontsluiting van kennis zo goed als onbetaalbaar is in pakweg Ethiopië of op de Comoren. COAlition S poneert nu dat de onlinetoegang tot kennis vrij moet zijn. Vanaf 1 januari 2020 moeten daarom alle publicaties die voortkomen uit financiering van coalitiepartners, zoals de European Research Council, gepubliceerd worden in open-accesstijdschriften. Zijn daarmee alle zorgen van de baan? Neen. Er zijn twee onbekenden. ER IS HET GEDRAG van de leidende universiteiten. De heel grote jongens produceren niet alleen kennis, maar ook boeken en tijdschriften. De omzet van Oxford University Press bedroeg vorig jaar 960 miljoen euro. Afscheid nemen van het verguisde businessmodel zal sommige universiteiten dus pijn doen. Daar komt bij dat meerdere grote universiteiten, in plaats van samen te werken, elk een eigen open-accessplatform bouwen. Als die fragmentatie doorzet, is er één winnaar: de grote uitgevers. Er is ook de prijs van het alternatief. Want ook als alle publicaties vrij toegankelijk worden, zullen academici of universiteiten een Article Processing Charge (APC) of een andere bijdrage moeten betalen. Want koken kost geld. De redactie en de peer review moeten georganiseerd worden, de uitgave moet vormgegeven en verspreid worden. Stel nu eens dat de door Max Planck berekende prijs van 5000 euro per artikel gehalveerd wordt tot een APC van 2500 euro. Een snelle berekening leert dat de kostprijs van zo'n APC-model voor een universiteit met grote publicatievolumes zoals de KU Leuven zo'n 25 tot 50 procent hoger kan liggen dan die van het vermaledijde betaalmuurmodel. Een businessmodel aanvallen is één zaak, een alternatief ontwikkelen een andere. OM EEN GAMECHANGER te worden moet cOAlition S groeien. Het liefst met financiers uit de Verenigde Staten, China en Singapore. Ten slotte nog dit: Vlaanderen ontbreekt in de cOAlition. Of het nu niet gevraagd is of niet bereid, snel bijbenen is de boodschap.