Terwijl de wereldeconomie te lijden heeft onder een gebrek aan investeringen, blijft groene energie bekoren. Volgens het agentschap Bloomberg zijn de wereldwijde investeringen in dat segment vorig jaar gestegen met 16 procent tot 310 miljard dollar. De fotovoltaïsche sector kreeg zelfs te maken met een tekort aan zonnepanelen.
...

Terwijl de wereldeconomie te lijden heeft onder een gebrek aan investeringen, blijft groene energie bekoren. Volgens het agentschap Bloomberg zijn de wereldwijde investeringen in dat segment vorig jaar gestegen met 16 procent tot 310 miljard dollar. De fotovoltaïsche sector kreeg zelfs te maken met een tekort aan zonnepanelen. Hernieuwbare energie lijkt weinig te voelen van de daling van de olieprijs, vooral omdat ze niet rechtstreeks concurreert met fossiele brandstoffen. Olie wordt weinig gebruikt voor de productie van elektriciteit. Door de stijgende kosten van het elektriciteitsnetwerk en de subsidiëring van hernieuwbare-energievormen is de elektriciteitsprijs de jongste jaren almaar blijven stijgen. Zo is de prijs per kilowattuur in de Verenigde Staten met bijna 20 procent toegenomen sinds 2006. In België vertegenwoordigen de transportkosten (Elia) en de distributiekosten (intercommunales) al meer dan de helft van de elektriciteitsfactuur. In 2015 zullen ze opnieuw de hoogte ingaan. In de Verenigde Staten zijn fotovoltaïsche installaties op daken van woningen, winkels en opslagplaatsen in veel staten al rendabel zonder subsidies -- ook in Californië, Texas en New York, de drie dichtstbevolkte staten. In Europa geldt hetzelfde in zuiderse landen als Portugal en Spanje, en voor landen met een hogere elektriciteitsprijs, zoals Duitsland. Vishal Shah, analist bij Deutsche Bank, denkt dat residentiële fotovoltaïsche installaties tegen eind 2017 rendabel zullen zijn in minstens twee derde van de wereld, als de kosten verder dalen. Voor zonnecentrales raamt een studie van Lazard de kostprijs van zonne-energie op een bedrag tussen 72 en 86 dollar per megawattuur, wat over het algemeen duurder is dan aardgas of steenkool. Windenergie daarentegen bevindt zich in een gunstiger situatie met een kostprijs die is gedaald tot 37 dollar per megawattuur, tegenover in het beste geval 61 dollar voor conventionele energiebronnen. Behalve van de verbetering van haar concurrentiepositie profiteert hernieuwbare energie ook van de ambitie van de overheden om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. De Verenigde Staten en China, de twee machtigste landen van de wereld, hebben een akkoord gesloten om de emissie te verlagen (Verenigde Staten) en de toename van de uitstoot in te dijken (China). De Europese Unie wil de CO2-uitstoot tegen 2030 terugdringen met 40 procent tegenover het niveau van 1990. Tegelijk wil ze het aandeel van hernieuwbare energie in de energiemix optrekken tot 27 procent, het dubbele van vandaag. Duitsland streeft met de Energiewendenaar een elektriciteitsproductie van 40 à 45 procent uit hernieuwbare-energiebronnen in 2025, en van 55 à 60 procent in 2035. De overheidssteun is tijdelijk en afhankelijk van de snelheid waarmee de kosten dalen. Dat lijkt vooral in de zonne-energiesector zeer snel te gebeuren (zie grafiek). Fotovoltaïsche energie begint te concurreren met olie en vloeibaar aardgas. Michael Park, analist bij Sanford C. Bernstein, wijst erop dat zonnepanelen een technologie zijn, zoals halfgeleiders. Met de tijd worden de cellen nog meer geperfectioneerd en zullen de productiekosten dalen. Lazard berekende dat de kosten van een zonnecentrale per megawattuur in de afgelopen vijf jaar zijn gedaald met 78 procent, ook al is die daling sinds 2011 enigszins afgevlakt tot 17 procent. Het Internationaal Energieagentschap (IAE) verwacht dat zonne-energie 27 procent van de wereldwijde elektriciteitsproductie vertegenwoordigt in 2050, met 16 procent voor fotovoltaïsche energie en 11 procent voor thermische zonne-energie. Op dit moment is zonne-energie goed voor slechts 1 procent van de wereldwijde elektriciteitsproductie. De zonne-energiesector heeft de afgelopen jaren heel wat beleggers teleurgesteld. Zo was er het faillissement van het Duitse bedrijf Q-Cells, de voormalige marktleider. In het algemeen heeft de sector het traject van de nieuwe technologie gevolgd, zoals de analisten van Morgan Stanley die hadden beschreven: een zeepbel van 350 procent in de eerste drie à vier jaar (van 2005 tot 2008), gevolgd door een terugval van ongeveer 80 procent. Vanaf nu worden voor de zonne-energiesector vooral de fundamenten van belang. CÉDRIC BOITTE