HET BELGISCHE begrotingstekort loopt volgend jaar op tot 11 miljard euro of 2,3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Samen met Italië heeft België van alle eurolanden het grootste deficit. In de Wetstraat schuift men volop de zwartepiet door. Daar verwijst men naar de val van de federale regering een jaar geleden.

Maar de oorzaak voor de ontsporing van de overheidsfinanciën dateert van eerder. Wie dat ontkent, doet aan begrotingsrevisionisme. De Nationale Bank voorspelde in 2018 dat het begrotingstekort zou oplopen van 1,6 tot 2 procent van het bbp in 2021. Zonder regeringscrisis. Het is bovendien de vraag of een regering met volle bevoegdheid in de eerste maanden van 2019 nog een daadkrachtig beleid had kunnen voeren. Wie vindt 4 miljard euro op enkele weken van de verkiezingen?

Een persbericht van minister van Begroting (MR) David Clarinval stelt dat de ontsporing "grotendeels het gevolg is van de mechanische verhoging van de uitgaven voor pensioenen en ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en dit in een economische context die wordt gekenmerkt door een algemene vertraging met gevolgen voor de overheidsfinanciën".

Dat is de essentie: de Belgische overheidsfinanciën zijn doodziek door de jarenlange ontsporing van de uitgaven. De regering-Michel kreeg de begroting niet onder controle, maar tussen 2014 en 2018 namen de uitgaven toch minder snel toe dan de economische groei. Die trend is nu gekeerd. Volgens het beheerscomité van de sociale zekerheid bedraagt het tekort in de sociale zekerheid dit jaar 1,47 miljard euro. De verwachting is dat de uitgaven in de komende vijf jaar toenemen met 10,5 miljard euro. De sociale uitgaven zijn met 28,9 procent van het bbp of 121 miljard euro zowat de hoogste van de Europese Unie. De opdracht voor de volgende regering is duidelijk: beheers de overheidsuitgaven.

De Belgische overheidsfinanciën zijn doodziek door de jarenlange ontsporing van de uitgaven.