Het leven wordt duurder. En dus moeten de lonen maar stijgen. Dat lijkt een logische redenering. Maar het is klinkklare onzin. Omdat de lonen nu al te veel stijgen (2,7 % meer dan in de buurlanden, berekende de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling). En omdat de laagste inkomens het slachtoffer worden van dit soort redeneringen. Een echte sociale politiek bestaat erin de lonen te matigen (zodat de laaggeschoolden meer kans krijgen op een job) en ervoor te zorgen dat de laagste inkomens specifieke hulp krijgen om de prijsstijgingen te kunnen opvangen.
...

Het leven wordt duurder. En dus moeten de lonen maar stijgen. Dat lijkt een logische redenering. Maar het is klinkklare onzin. Omdat de lonen nu al te veel stijgen (2,7 % meer dan in de buurlanden, berekende de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling). En omdat de laagste inkomens het slachtoffer worden van dit soort redeneringen. Een echte sociale politiek bestaat erin de lonen te matigen (zodat de laaggeschoolden meer kans krijgen op een job) en ervoor te zorgen dat de laagste inkomens specifieke hulp krijgen om de prijsstijgingen te kunnen opvangen. Nochtans hoort u al de hele week een ander verhaal. Sinds maandag voeren de vakbonden actie, elke dag in een andere provincie. Het ACV en het ABVV willen het probleem van de koopkracht oplossen via loonsverhogingen. Ze weten zich gesteund door de bevolking (in een enquête van Het Laatste Nieuws schoof bijna 65 % koopkracht naar voren als dé prioriteit van de regering). Het thema is dus zeker populair bij hun leden, maar de vakbonden zijn intellectueel oneerlijk als ze hun achterban niet zeggen waar het op staat. De prijzen stijgen. Dat klopt. Maar dat betekent niet automatisch dat de koopkracht daalt. Er is immers zoiets als de automatische indexering van de lonen. Ja, die indexering is beperkt tot de gezondheidsindex (dus de brandstofprijzen vallen erbuiten, maar voeding niet). En ja, de indexering is beperkt in bepaalde sectoren. En ja, de indexering gebeurt in sommige sectoren met uitstel. Maar er zijn naast de indexering ook nog gewone loonsverhogingen. De lonen blijven daardoor sterker stijgen dan de inflatie. Is er dan voor niemand een probleem? Dat beweren we zeker niet. Mensen met een minimuminkomen geven een groter deel van hun budget uit aan voeding, brandstof en energie dan de betere verdieners. Daarom moet de regering ervoor zorgen dat de zwakken in onze maatschappij een ondersteuning van hun koopkracht krijgen. Een aanpassing van het automatische indexeringssysteem is daarbij een noodzaak. Unizo stelt voor om een netto-opslag te geven: de lonen worden geïndexeerd, maar op het extra loon worden geen sociale lasten geheven. Unizo berekende dat een indexering van 2 % op een brutomaandloon van 3723 euro de werkgever 74 euro kost en de werknemer 27 euro netto oplevert. De grote winnaar is de overheid. De netto-indexering is zeker verdedigbaar. De werknemer krijgt zijn loonsverhoging en de overheid wordt gedwongen om te besparen. Zoals we op deze pagina al meer dan een keer schreven, is dat de bottomline van alles: de overheid moet besparen. Het Unizovoorstel kreeg weinig reacties en dat is toch opvallend. Voor de vakbonden is het zeker geen aanvaardbaar voorstel omdat de sociale zekerheid de rekening gepresenteerd krijgt. Anderzijds ligt verzet moeilijk omdat de werknemer wel zijn loonsverhoging krijgt. Toch wordt de netto-indexering geen makkelijk verhaal vanwege het symbolische element dat er een loonsverhoging zonder sociale lasten wordt gegeven. Maar waarom niet een indexe-ring in centen in plaats van in procenten overwegen? Bereken de loonsverhoging in procenten tot een bepaald minimuminkomen en daarboven krijgt iedereen eenzelfde bedrag. Op die manier weegt de indexering minder zwaar voor de werkgevers, de laagste inkomens behouden hun koopkracht en de overheid krijgt ook minder inkomsten en wordt dus ook gedwongen tot besparen. Zo'n systeem heeft het voordeel dat het pragmatischer is en dus makkelijker en sneller toepasbaar. Het heeft echter twee nadelen. Ten eerste betalen de midden- en hogere inkomens een deel van de rekening, maar voor hen wegen de stijgende prijzen ook minder zwaar. En de overheid kan door nieuwe lastenverlagingen de kloof tussen bruto- en nettoloon verkleinen. Ook dat blijft essentieel. Een tweede nadeel is dat de loonspanning tussen de lage en hoge inkomens verkleint. Dat is niet bevorderlijk voor het eigen initiatief. Vanwege die nadelen moet de centenindex een tijdelijke maatregel zijn. Wat ook logisch is, want de hoge inflatie is ook tijdelijk. De voedingsprijzen zullen eerder gaan stabiliseren. Met hoge brandstofprijzen moeten we leren leven. Maar hoge prijzen hebben ook een economisch nut: aanzetten tot ander gedrag. En wat het brandstofgebruik betreft, valt daar zeker wat voor te zeggen. Denk er maar eens over na als u morgen weer in de file staat. (T) de auteur is hoofdredacteur. Guido Muelenaer