Is een parallel tussen de jongerenrellen in Parijs en brandende winkelstraten in Jakarta (1998) of het vernielen van fabrieken in Kinshasa (1993) vergezocht? Overal ter wereld waar shopping malls, chique buurten, golfbanen en countryclubs tegen achtergestelde volksbuurten aanschuren, sturen brandende auto's en scholen, stukgeslagen winkels en machines eenzelfde signaal uit: diepe frustratie wegens sociale miskenning.
...

Is een parallel tussen de jongerenrellen in Parijs en brandende winkelstraten in Jakarta (1998) of het vernielen van fabrieken in Kinshasa (1993) vergezocht? Overal ter wereld waar shopping malls, chique buurten, golfbanen en countryclubs tegen achtergestelde volksbuurten aanschuren, sturen brandende auto's en scholen, stukgeslagen winkels en machines eenzelfde signaal uit: diepe frustratie wegens sociale miskenning. In A Future Perfect, the Challenge and Hidden Promise of Globalisation raken John Micklethwait en Adrian Wooldridge deze gevoelige snaar onder de wat melige titel Will you love me tomorrow? De auteurs wijzen op de behoefte aan erkenning die leeft bij het gros van de werknemers van westerse filialen in lagelonenlanden en a fortiori bij de nog meer gefrustreerde werklozen uit de sloppenwijken. De situaties in de cités van Kinshasa of de kampongs van Jakarta mogen dan wel verschillend zijn van de sociale uitsluiting in de Parijse banlieus en de risicowijken van Brussel of Antwerpen, overal heeft de malaise dezelfde wortels: de drang om erbij te horen, mét auto, diploma, een baan en een leefbaar inkomen. De meeste expats staan daar nauwelijks bij stil - evenmin als de bankdirecteur in Brussel zich kan inleven in de sociaal-economische achtergrond van een Marokkaanse immigrant. Nergens begrijpt de welstellende burger waarom de relschoppers hun eigen scholen en bedrijven in de fik steken. Na sociale explosies in Kinshasa of Jakarta slaan de expats massaal op de vlucht, maar in Parijs, Brussel, Birmingham of Berlijn zijn de amokmakers eigen volk met Franse, Belgische, Britse en Duitse nationaliteit. Stadsvernieuwing en betere opleidingskansen helpen, maar tewerkstelling is de beste katalysator tot integratie. Een tewerkstellingsbeleid moet meer zijn dan diversiteitsplannen en platformteksten om "de nationaliteitskloof in de werkzaamheidsgraad weg te werken" (zie blz. 20). In een multi-etnisch Vlaanderen hebben immigranten met een Belgische identiteitskaart recht op arbeid. Onze werkgevers zijn nochtans, evenmin als de expats in het buitenland, sociale opvoeders of pedagogen. En zoals expats in het buitenland de voorkeur geven aan medewerkers uit de lokale 'betere' kringen, zijn werkgevers hier geneigd (om tal van redenen) liever Oost-Europeanen aan te werven dan Vlamingen van allochtone oorsprong. Multicultureel gedaas zal die kloof niet dichten, wel het aanscherpen van verantwoordelijkheidszin bij de rebelse jongeren en meer begrip aan de kant van de vakbonden en werkgevers. De integratie van Nieuwe Vlamingen kan slagen wanneer van de werkvloer tot op het hoogste managementniveau meer empathie ontstaat voor nieuwkomers op de maatschappelijke ladder. Ongeacht een Arabisch klinkende naam of het stigma van een woonadres in een 'probleemwijk'. De explosies waren (nog) niet etnisch of religieus geïnspireerd, maar als niets verandert, leiden demografische evoluties ertoe dat de rellen van vandaag een voorbode zijn van ergere uitbarstingen in de toekomst. Erik Bruyland