L ommel, Maldegem, Poperinge en Deinze zijn volgens minister van Middenstand Sabine Laruelle ( MR) toeristische centra.
...

L ommel, Maldegem, Poperinge en Deinze zijn volgens minister van Middenstand Sabine Laruelle ( MR) toeristische centra. Het gaat hier weliswaar om gezellige Vlaamse plaatsen waar het aangenaam toeven is, maar echt zwart van de toeristen ziet het er toch niet. De verklaring voor dit eigenaardigheidje moeten we zoeken in een oneigenlijke toepassing van de wetgeving op de openingstijden en de zondagsrust. In principe moeten alle winkels een wekelijkse rustdag - dit is een ononderbroken sluiting van 24 uren - naleven. De wetgever voorziet evenwel in een aantal evidente uitzonderingen, zoals voor winkels in de toeristische centra. De procedure waarbij een gemeente al dan niet wordt erkend als een toeristisch centrum is echter een lachertje waardoor de wetgeving wordt uitgehold en er oneerlijke concurrentie ontstaat. Op het vlak van de zondagsrust zijn de misbruiken nog flagranter, want sommige winkelketens die voornamelijk in de periferie actief zijn, leggen de wetgeving gewoon naast zich neer en openen ongegeneerd hun deuren op zondag. De concurrentie ziet dit met lede ogen gebeuren, want intussen verliezen zij marktaandeel. Een klacht indienen, levert weinig op. Als de overtreders al gepakt worden, betalen zij met de glimlach de minimale boetes. Daardoor zien steeds meer winkeliers zich verplicht om zelf ook op zondag open te houden. Van zondagsrust is nog maar weinig sprake. De wetgeving op de openingstijden en de zondagsrust dateert van dertig jaar geleden. Bedoeling was om een sociale bescherming te bieden aan de zelfstandigen. Winkeliers vandaag kunnen maximaal 91 uur per week open zijn, waarmee onze wetgeving tot de meest liberale in Europa behoort. Iemand die al eens op zondagmorgen in Nederland op zoek is gegaan naar een warme bakker, weet er ongetwijfeld alles over. De Belgische consument vraagt overigens geen verdere liberalisering. De verbruikersorganisatie Test-Aankoop - in deze materie toch een onverdachte bron - hield vorig jaar een enquête en daaruit bleek dat 83 procent van de consumenten tevreden is met de huidige openingsuren. Het is dan ook een raadsel waarom de regering onlangs het debat over de winkelopeningstijden weer opdiepte. Verhofstadt & co. kijken wel aan tegen acutere problemen. Zou het bijvoorbeeld niet nuttig zijn om eerst de openingsuren van de openbare diensten te verruimen? Daar heeft de bevolking duidelijk wél problemen mee. Bovendien zou de overheid beter toezien op de bestaande wetgeving over de openingstijden en ervoor zorgen dat er een einde komt aan de storende concurrentievervalsing. Zolang de regering daar niet in slaagt, is het zinloos om de wetgeving te liberaliseren. In dat geval moeten we misschien overwegen om alle regeltjes in de vuilnisbak te kieperen. Dan zijn we tenminste zeker dat iedereen met gelijke wapens strijdt. Dirk Van Thuyne