Centrale bankiers zijn graag saai. Jammer genoeg voor hen zullen 2003 en de eerste helft van 2004 bewogen tijden worden. En nog erger: de opschudding zal aan de bankiers zelf te wijten zijn. Slechts twee van de tien topmensen van de Federal Reserve Board van de Verenigde Staten, de Europese Centrale Bank, de Bank van Japan en de Bank of England zullen in die periode van achttien maanden op hun post blijven. Dit buitengewone personeelsverloop doet de vraag rijzen naar de mate waarin persoonlijkheden een rol spelen in de leiding van een centrale bank.
...

Centrale bankiers zijn graag saai. Jammer genoeg voor hen zullen 2003 en de eerste helft van 2004 bewogen tijden worden. En nog erger: de opschudding zal aan de bankiers zelf te wijten zijn. Slechts twee van de tien topmensen van de Federal Reserve Board van de Verenigde Staten, de Europese Centrale Bank, de Bank van Japan en de Bank of England zullen in die periode van achttien maanden op hun post blijven. Dit buitengewone personeelsverloop doet de vraag rijzen naar de mate waarin persoonlijkheden een rol spelen in de leiding van een centrale bank. 1. Federal ReserveDe Amerikaanse Federal Reserve (Fed), die vanouds erg onafhankelijk optreedt, wordt meer dan zijn tegenhangers door persoonlijkheden gedomineerd. Wanneer zijn ambtstermijn in juni 2004 verstrijkt, zal Alan Grenspan zeventien jaar lang voorzitter zijn geweest. Hij zal dan 78 zijn, zodat de meeste waarnemers veronderstellen dat hij zich zal terugtrekken. Hij doet echter niets om de speculaties te ontmoedigen dat hij interesse heeft voor een vijfde termijn. Toenmalig president Bill Clinton zei in 2000: "Ik wed dat hij op zijn post blijft tot ze hem de deur uit dragen." De lijst van mogelijke opvolgers is lang, van George Bush-volgelingen als John Taylor en Lawrence Lindsay tot academici als Martin Feldstein van de universiteit van Harvard. Een vierde kanshebber is William McDonough van de New York Federal Reserve Bank, maar ook andere regionale voorzitters van de Fed komen in aanmerking. Dat grote aantal kandidaten is een zwakte, want het impliceert dat er geen evidente opvolger is. 2. Europese Centrale BankHet tweede drama wordt de opvolging bij de Europese Centrale Bank (ECB). In 1998 werd Wim Duisenberg benoemd tot eerste voorzitter, met dien verstande dat hij halverwege zijn ambtstermijn van acht jaar zou aftreden om plaats te maken voor Jean-Claude Trichet, de gouverneur van de Franse centrale bank. Duisenberg zou in juli 2003 opstappen. Trichets kandidatuur is nu echter ernstig gecompromitteerd door een gerechtelijke onderzoek naar Crédit Lyonnais, de bank waarvoor hij op het ministerie van Financiën formeel verantwoordelijk was. De gewezen vice-voorzitter van de ECB, Christian Noyer, eveneens een Fransman, heeft in juni 2002 ontslag genomen om beschikbaar te zijn als invaller. Frankrijk vindt het blijkbaar minder erg om een jaar lang afwezig te zijn in de raad van bestuur van de ECB dan om naast het voorzitterschap te grijpen. 3. Bank of EnglandDe Bank of England denkt dat zij dankzij de structuur van haar Monetary Policy Committee ( MPC) zal ontsnappen aan de problemen van de personencultus. Toch is het mogelijk dat in juli 2003, wanneer de huidige gouverneur, Sir Edward George, zich terugtrekt, de drie topmensen relatief nieuwe spelers (of misschien zelfs speelsters) zullen zijn. Een van de twee adjunct-gouverneurs, Sir Andrew Large, is nog maar net benoemd. De andere, Mervyn King, is de aangewezen kandidaat voor de baan van gouverneur. Hij was de belangrijkste architect van het raamwerk voor het streefcijfer van de inflatie van de Bank of England. Als zijn rivaal de baas wordt, zal hij echter waarschijnlijk niet willen aanblijven als nummer twee. Die rivaal is Andrew Crockett, die onlangs is afgetreden als topman van de Bank for International Settlements. 4. Bank van JapanDe economische problemen waarmee de Fed, de ECB en de Bank of England worden geconfronteerd lijken niet eens zo ernstig vergeleken met de deflatie die Japan verlamt. Dat probleem wordt meestal toegeschreven aan de mislukking van het monetaire beleid sinds 1989. De ambtstermijn van gouverneur Masaru Hayami en zijn twee adjuncten zal binnenkort ten einde lopen. Hoewel hervormingen en nieuwe ideeën essentieel zijn, lijkt het weinig waarschijnlijk dat de Japanse politiek, met haar afkeer van verandering, een controversiële hervormer als opvolger zal kiezen. Diane Coyle [{ssquf}]De auteur is directeur van Enlightenment Economics.2003Greenspan doet niets om de speculaties te ontmoedigen dat hij interesse heeft voor een vijfde termijn.