De regeringsverklaring stelt op fiscaal gebied verschillende maatregelen in het vooruitzicht. Toch blijft ze vrij vaag. Voor de waarnemers is het dan ook gissen naar de juiste draagwijdte.
...

De regeringsverklaring stelt op fiscaal gebied verschillende maatregelen in het vooruitzicht. Toch blijft ze vrij vaag. Voor de waarnemers is het dan ook gissen naar de juiste draagwijdte.De eerste maatregel neemt alvast een loopje met de waarheid. Hij stelt een herindexatie in het vooruitzicht van alle belastingschalen in de personenbelasting. Maar daarmee steekt de nieuwe bewindsploeg een pluim op haar hoed die eigenlijk aan de vorige toekomt. De volledige indexatie van de belastingschalen - een verworvenheid van de vorige hervorming van de personenbelasting, zo'n tien jaar geleden - was weliswaar in de loop van de voorbije jaren buitenspel gezet. Maar die bevriezing gold slechts tot en met het aanslagjaar 1999. Met ingang van het aanslagjaar 2000 zou zij automatisch worden hernomen. De nieuwe regering heeft daar bijgevolg niet echt verdienste aan.Wel is het zo dat de vorige bewindsploeg op een bepaald ogenblik heeft laten uitschijnen dat de herneming van de volledige indexatie niet noodzakelijk als een verworven recht mocht worden beschouwd en dat men er rekening mee moest houden dat de herindexatie niet voor iedereen volledig zou zijn (zie Trends, 14 november 1996). In die zin bevat de regeringsverklaring wel nieuws: op de volledige indexatie zal - zo belooft de nieuwe regering - niet worden beknibbeld.AANGIFTE.Een andere belangrijke toezegging betreft een "drastische" vereenvoudiging van de belastingaangifte. Die kan alleen maar worden toegejuicht. Men zal zich immers herinneren dat in de voorbije jaren schuchtere pogingen zijn ondernomen om grote groepen gepensioneerden vrij te stellen van de jaarlijkse aangifteklus, en dat het de bedoeling was om deze vrijstelling geleidelijk uit te breiden naar het grootste gedeelte van de werknemers; maar dat daarvan uiteindelijk niets in huis is gekomen. Hopelijk is de tweede keer de goede keer.VENNOOTSCHAP.Nog belangrijker is de toezegging om een sterke vereenvoudiging door te voeren op het gebied van de vennootschapsbelasting. Die moet, naar verluidt, uitmonden in een merkbare vermindering van de basisaanslagvoet, met dien verstande dat het verlies aan inkomsten wel zou worden gecompenseerd met een vermindering van allerlei aftrekmogelijkheden. Een "verruiming" van de belastbare basis dus, om zo het tarief naar beneden te kunnen trekken.Maar de geplande beperking van het aantal aftrekposten hoeft niet noodzakelijk op alle terreinen "slecht nieuws" te betekenen. De regeringsverklaring stelt immers tegelijk een "uitbreiding" in het vooruitzicht van de aftrekbaarheid van sommige "onbetwistbare" beroepskosten. Zouden daarmee niet de "restaurantkosten" bedoeld zijn?PERSONEN.Nog goed nieuws: de nieuwe regering belooft een vermindering van de belasting op arbeid, en stelt in één adem ook een fundamentele hervorming in het vooruitzicht van de personenbelasting. Beperking van het aantal tarieven, verhoging van de belastingvrije minima, het groeperen van de aftrekmogelijkheden in een beperkt aantal forfaitaire "korven" waarbinnen de belastingplichtige zijn keuze kan maken, en het wegwerken van alle mogelijke discriminaties tussen gehuwden, samenwonenden en alleenstaanden, zijn er de "rode draden" van.Het laatste - het wegwerken van alle discriminaties - belooft nog spannend te worden. Politiek kan men er niet meer omheen. Maar het kost onvermijdelijk (veel) geld. En het wegnemen van "alle" discriminaties is een oefening waarvan allicht niemand op dit ogenblik alle contouren en consequenties kent. Het volstaat immers niet wat te sleutelen aan het belastingvrij minimum, of aan de belastingvermindering voor vervangingsinkomsten. Als men alle discriminaties wil wegwerken, moet men tot op het bot gaan, en mag men bijvoorbeeld ook de invordering van de belasting niet vergeten, en moet men bovendien bijvoorbeeld ook de registratierechten in ogenschouw nemen. Om nog maar van de erfenisrechten te zwijgen; maar voor deze laatste aangelegenheid is de federale wetgever niet langer bevoegd. Dat behoort tot de bevoegdheid van de verschillende gewesten.KORVEN.De idee om een aantal aftrekmogelijkheden te groeperen in een aantal "korven" is niet nieuw. Zij is al verschillende jaren geleden gelanceerd. Zij kan bijvoorbeeld betekenen dat men niet meer én de belastingvermindering kan genieten van het pensioensparen, én die van een groepsverzekering, én die van een individuele levensverzekering, maar dat men deze belastingvoordelen (her-)groepeert en dat de belastingplichtige zal moeten kiezen. In normale mensentaal heet dit dat de mogelijke belastingvoordelen per belastingplichtige zullen worden beperkt.MORGEN.De hervorming van de personenbelasting is niet voor morgen. Naar verluidt is de minister van Financiën van plan om in de eerstvolgende maanden de hervorming te bestuderen, wat moet uitmonden in beleidsopties die de administratie moeten toelaten een concreet plan op papier te zetten. Het ontwerp moet - als alles naar wens verloopt - klaar zijn tegen volgende zomer. Zodat het parlement zich na de volgende zomervakantie over de ontwerpteksten kan buigen. De hervorming zou dan - al dan niet in gefaseerde vorm - in werking treden met ingang van de tweede helft van de legislatuur, dus ongeveer vanaf het jaar 2001.Dat de hervorming in fasen zal worden doorgevoerd, is allicht onvermijdelijk. Naar verluidt is het immers niet de bedoeling om in de personenbelasting louter wat interne verschuivingen door te voeren die alles samen niets kosten aan de schatkist. De hervorming moet - zo luidt het althans vandaag nog - uitmonden in een nieuw stelsel dat een merkelijke verlaging van de belastingdruk tot gevolg heeft.KOST.Als deze belofte wordt nagekomen, zal de hervorming principieel verschillen van de hervorming van de personenbelasting die eind 1988 werd doorgevoerd. Toen heeft men uitdrukkelijk gesteld dat de aanpassingen de schatkist niets mochten kosten. De decumulatie van de beroepsinkomsten van echtgenoten en de invoering van het huwelijksquotiënt die toen zijn doorgevoerd, zijn dan ook gepaard gegaan met verschillende maatregelen die voor de schatkist het verlies aan inkomsten moesten compenseren. Denk aan de beperking van de aftrek van de beroepsmatige restaurant- en verplaatsingskosten.De nieuwe regering belooft nu een hervorming waarvan in principe iedereen (behalve de schatkist) beter moet worden. Waarbij uiteraard om te beginnen vereist is dat er voldoende budgettaire ruimte is. En die zal broodnodig zijn: naast de hervorming van de personenbelasting belooft de regering immers ook de aanvullende crisisbijdrage af te schaffen. Niet in een keer. Wel geleidelijk. Te beginnen met de laagste inkomsten.De aanvullende crisisbijdrage bedraagt op dit ogenblik 3 opcentiemen, wat wil zeggen dat per 100 frank basisbelasting nog eens 3 frank aanvullende belasting is verschuldigd. Het wegwerken van deze supplementaire belasting kost de schatkist, naar verluidt, tien miljard frank per procentpunt.TIJD.Het inlossen van al deze - dure - beloftes zal onvermijdelijk de nodige tijd vergen. Maar dit wil niet zeggen dat in een eerstvolgende periode niets zal gebeuren. Er is om te beginnen de - op Europees niveau afgesproken - verlaging van de BTW voor bepaalde arbeidsintensieve diensten die allicht in een zeer nabije toekomst ook in België zal worden doorgevoerd.Voorts moet ook nog puin worden geruimd. Zo is er bijvoorbeeld de enkele maanden geleden doorgevoerde hervorming van de fiscale procedure, die op verschillende punten schoonheidsfouten vertoont. Daardoor is "reparatiewetgeving" zo goed als onvermijdelijk.Een van de problemen betreft bijvoorbeeld de gezamenlijke controles die worden uitgevoerd door ambtenaren van de BTW en van de directe belastingen. Als zij gezamenlijk moeten optrekken, zou men verwachten dat zij ook aan dezelfde regels onderworpen zijn.HARMONISATIE.Maar, zoals men weet, is dit niet het geval. De regels die tijdens de administratieve fase van de procedure op het gebied van de directe belastingen moeten worden gevolgd, verschillen ten gronde van de regels op het gebied van de BTW. De termijnen zijn anders, de formele stappen die moeten worden gezet, lopen uiteen, en de controle- en bewijsmiddelen zijn ook niet uniform.Vandaar dat alsnog wordt gedacht aan een harmonisatie. De vraag is dan wel waarom zij niet eerder is doorgevoerd. Het antwoord is bekend. Bij de voorbereiding van de procedurehervorming was men zich wel bewust van het probleem, maar heeft men geen afdoende oplossing gevonden. Zal vandaag lukken wat gisteren niet kon?Jan Van Dyck is jurist.Jan Van Dyck