De Oeso publiceerde afgelopen maandag verse cijfers die de sociale partners en de regering niet graag zullen lezen. Deze cijfers vertellen dat de loonkostenhandicap van de Belgische privé-sector verder blijft oplopen. "En tijdens de voorbije zes maanden is de verslechtering ronduit spectaculair te noemen," zegt Geert Janssens van VKW Metena, die de Oeso-cijfers onder de loep nam.
...

De Oeso publiceerde afgelopen maandag verse cijfers die de sociale partners en de regering niet graag zullen lezen. Deze cijfers vertellen dat de loonkostenhandicap van de Belgische privé-sector verder blijft oplopen. "En tijdens de voorbije zes maanden is de verslechtering ronduit spectaculair te noemen," zegt Geert Janssens van VKW Metena, die de Oeso-cijfers onder de loep nam. "In eigen land stijgen de loonkosten per werknemer dit jaar met 2,3 %, terwijl ze bij onze buurlanden toenemen met slechts 1,2 %. Onze loonkostenhandicap ten opzichte van onze drie belangrijkste handelspartners zal dit jaar daarom oplopen tot 8,5 % (in termen van loonkost per eenheid product) in vergelijking met 1990. In termen van loonkosten per werknemer bedraagt de handicap zelfs 11 %."De Belgische werkgelegenheid is een van de grote slachtoffers. "Deze loonkostenontsporing zal ons dit jaar 30.000 jobs kosten in de privé-sector," zegt Geert Janssens. Het jongste loonakkoord beloofde de loonkostenhandicap nochtans wat te milderen. De sociale partners spraken eind vorig jaar een loonnorm van 4,5 % af voor de periode 2005-2006. Bij een correcte toepassing van dat akkoord zouden de loonkosten in ons land voor het eerst sinds 1997-1998 niet sneller toenemen dan in de buurlanden. De stijging van de loonkost per eenheid product zou volgens de Oeso slechts 1 % bedragen in die periode, tegenover een stijging van 1,4 % in de drie buurlanden. De loonkostenhandicap zou dus wat moeten dalen dit en volgend jaar. Die illusie heeft dus amper zes maanden standgehouden. De loonstop in Duitsland heeft het Belgische loonakkoord volledig achterhaald. De Oeso zag zich genoodzaakt haar verwachtingen van januari grondig bij te stellen, waardoor de Belgische loonkostenhandicap veel sneller dreigt op te lopen dan begin dit jaar nog gedacht werd (zie tabel 1: Belgische loonkosten lopen snel op). De bijkomende loonkostenhandicap per werknemer is verdubbeld tot 1,12 procentpunten. Ook in 2004 stegen, gemeten op basis van de nieuwe Oeso-gegevens, in België de loonkosten per werknemer met 2,7 %, tegenover gemiddeld 1,4 % bij onze drie belangrijkste handelspartners. Ook als de loonkosten worden gecorrigeerd voor de productiviteit, levert dat hetzelfde verhaal op. In ons land stegen in 2004 de loonkosten per eenheid product met 0,4 %, tegenover een daling met 0,4 % bij onze buurlanden. "Het is zo klaar als een klontje dat het Belgische sociale overlegmodel niet meer werkt. De wet van 1996 die onze concurrentiepositie moet beschermen (de loonkosten in België mogen niet sneller stijgen dan het gemiddelde van onze drie belangrijkste handelspartners, Duitsland, Frankrijk en Nederland) mist zijn doel voor de zoveelste keer. Meer nog, sinds 1996 is onze loonkostenhandicap gestegen met 3 %," zegt Johan Van Overtveldt, directeur van VKW Metena. "Een uniform loonakkoord is ook totaal uit de tijd en niet aangepast aan de noden van een moderne economie. Sommige bedrijven kreunen onder de afgesproken loonakkoorden, terwijl dezelfde loonafspraken het voor andere bedrijven heel moeilijk maakt om goede mensen aan te trekken. En de automatische loonindexering komt onvermijdelijk ter discussie. We kunnen dat debat nu nog voeren, terwijl het water ons bijna aan de lippen staat, of straks, wanneer het schip aan het zinken is."De forse verslechtering sinds januari is te wijten aan de loonontsporing bij ons - de loonnorm van 4,5 % is louter indicatief en op sectorniveau zijn hogere loonstijgingen mogelijk - terwijl in Duitsland en Nederland wél een strikte politiek van loonmatiging wordt gevolgd. De moeilijke economische omstandigheden hebben er ook voor meer realisme aan de onderhandelingstafel gezorgd. In Frankrijk stijgen de lonen ook behoorlijk snel, maar daar worden die gecompenseerd door een forse toename van de productiviteit. De tewerkstellingsvernietigende effecten van de oplopende loonkostenhandicap zijn intussen niet meer te overzien. Professor Jozef Konings (KU Leuven) berekende vorig jaar in opdracht van VKW Metena dat elke stijging van de loonkost met 1 % in België aanleiding geeft tot een vernietiging van de tewerkstelling met eveneens 1 %. Koude rekenkunde toegepast op een loonmassa van 110 miljard euro en 2,6 miljoen jobs in de privé-sector leert dat een verslechtering van de loonkostenhandicap met 1,1 % ons dit jaar ongeveer 30.000 jobs kost. In vergelijking met 1990 is de loonkostenhandicap (per eenheid product) opgelopen tot 8,5 % en mag het aantal gesneuvelde jobs op meer dan 230.000 jobs geteld worden tijdens de afgelopen vijftien jaar in de Belgische private sector (zie tabel 2: Loonkostenhandicap en baanvernietigend effect voor verschillende jaren). Ook ten opzichte van 2000, het eerste volledige regeringsjaar van premier Guy Verhofstadt, is het jobverlies groot. Er gingen meer dan 90.000 jobs verloren. Het sociale bloedbad is nog groter gemeten in termen van loonkosten per werknemer. Niet minder dan 300.000 jobs zou ons land vandaag rijker zijn als de loonkosten per werknemer sinds 1990 gelijke tred zouden hebben gehouden met deze bij onze drie belangrijkste handelspartners. Opvallend maar zeker niet toevallig is dat met 300.000 jobs meer ons land een tewerkstellingsgraad zou kunnen voorleggen die het gemiddelde van de Eurozone benadert.Daan Killemaes Daan Killemaes