De auteur is hoogleraar economie aan de Universiteit Antwerpen en voorzitter van de Vlaamse Federatie van de Beleggers en de Beleggingsclubs.
...

De auteur is hoogleraar economie aan de Universiteit Antwerpen en voorzitter van de Vlaamse Federatie van de Beleggers en de Beleggingsclubs. Niemand heeft de neerwaartse trend van de Amerikaanse inflatie over de jongste twintig jaar beter weten te voorzien en te exploiteren dan Bill Gross van de Pimco-beleggingsgroep. Na het bekend worden van de begrotingsvoorstellen van president George Bush is hij er nu van overtuigd dat de inflatietrend omgebogen is. Hij verwacht een inflatie van 4 % in de Verenigde Staten in de komende jaren. Op een recent colloquium van de Vanguard-groep in Parijs argumenteerde Burton Malkiel, auteur van de bestseller A Random Walk down Wall Street en gewezen economisch adviseur van president Gerald Ford, dat een hoog Amerikaans deficit nodig was om de huidige deflatoire tendensen in de VS te doorbreken. "Er is nu evident behoefte aan een sterke keynesiaanse impuls." Een hogere Amerikaanse inflatie wordt dus verwacht. Of de Amerikaanse inflatie zal overslaan naar Europa is niet zeker. De begrotingsdeficits van de drie grootste EU-landen - Duitsland, Frankrijk en Italië stevenen af op minus 3 % van het bruto binnenlands product - beloven niet veel goeds. Europa gaat in deficit omdat de deficits van de welvaartsstaat bij een zwakke economie als automatische stabilisatoren optreden. Maar die deficits vloeien in een belangrijke mate voort uit een onverwacht zwakke conjunctuur door de oorlog in Irak. Zal de Europese recessie niet verdwijnen zodra de olieprijs opnieuw wegzakt? Of maken wij in Europa onszelf blaaskens wijs? De Amerikaanse begrotingsontsporing wordt daarentegen bewust gezocht als tegengewicht voor een structureel zeer zwak investeringsniveau en voor zwakke consumptie-uitgaven. Kan men van een Amerikaanse inflatie - zodra die gelanceerd is - verwachten dat ze geen eigen leven begint te leiden en naar wens kan stilgelegd worden, gelet op het feit dat het bij Bush om verstrekkende structurele verlagingen van de belastingen gaat? En als een inflatie naar Europa overslaat, kan de Europese Centrale Bank (ECB) dan beter dan de Bundesbank beletten dat ze boven de 2 % uitstijgt zonder een uitzichtloze recessie te veroorzaken? Daar alle speculatie op korte termijn weinig houvast biedt, zijn we vooral geïnteresseerd in de impact van dit alles voor het vooruitzicht op een vijftal jaar. De intrestvoeten lopen ook meestal een stuk achter op de inflatieverwachting en zelfs op de realisatie van de inflatie, zodat de belegger nog even de tijd heeft om de kat uit de boom te kijken. Ook kunnen verrassende wendingen van de inflatie en intrestvooruitzichten niet uitgesloten worden. Vermogen neemt toe. Maar welke gevolgen verwachten we voor het privé-vermogen van een duidelijk hogere inflatie van de consumptieprijzen over de volgende vijf jaar? Het vermogen van de gemiddelde Belg bestaat ruwweg voor 40 % uit vastgoed en voor 15 % uit andere zakelijke roerende activa. Het is voor 25 % belegd in kas en vastrentende titels zoals termijnrekeningen en kasbons, en tot slot nog voor 20 % in financiële activa, ruwweg twee derde in obligaties en één derde in aandelen. De opbrengst op spaarboekjes zal niet langdurig verschillen van het inflatiepercentage plus 1 %. Voor obligaties denken we aan een reële opbrengst van 2 %, dus bijvoorbeeld aan 6 % nominaal bij een 4 %-inflatie Geconfronteerd met het vooruitzicht van stijgende prijzen verleggen de consumenten hun aankoopgedrag naar die goederen waarvan ze een inflatiebestendige voorraad kunnen aanleggen, zodat de vraag naar huisvesting, transportmiddelen, zelfs kunst en verzamelobjecten zal toenemen. Ook extra belangstelling zal te noteren vallen voor die goederen waarvoor men kan lenen tegen een vaste intrestvoet. Met een hoger inflatievooruitzicht worden bestaande voorraden van vastgoed dus hoger gewaardeerd. De kasvoorraden van de gezinnen zullen typisch in reële waarde constant blijven, zodat er bij toegenomen inflatie meer zal worden opgepot of gespaard. De conclusie is dat de grootste componenten van het vermogen van de typische Belg, belegd in vastgoed en liquiditeiten, in waarde zullen toenemen. De extra monetaire vraag zal de winstgevendheid van de bedrijven wel vooruithelpen, maar wegens de gestegen obligatierente zal de beurswaarde niet verbeteren. De waarde van de aandelenportefeuilles zal normaliter naar rechts bewegen. Minst interessant onder voorwaarden van toegenomen inflatie zijn beleggingen in financiële waarden en vooral in aandelen. Het totaal vermogen van de 'typische' Belg zal echter niet inkrimpen wegens een gestegen inflatie. Wat is er nu beter ingedekt tegen inflatie dan een gemiddeld samengesteld Belgisch privé-vermogen? In die zin runt elke Belg al sedert lang een succesvol hedge fund. Ook als de hogere inflatie een feit wordt, is er geen reden om als goede huisvader spectaculaire maatregelen te nemen. Maar degenen die een betere opbrengst dan gemiddeld nastreven op een termijn van vijf à zeven jaar, komen wellicht weldra tot het verhelderend besluit dat - net zoals vastgoed kopen tussen 1995 en 2000 voor hen de betere belegging is gebleken - het nemen van winst op vastgoed en terug naar aandelen bewegen over de volgende vijf jaar de meest aantrekkelijke kansen inhoudt. Emiel Van BroekhovenHet totaal vermogen van de 'typische' Belg zal niet inkrimpen wegens een gestegen inflatie.