Lenham (Groot-Brittannië).
...

Lenham (Groot-Brittannië).Zes jaar geleden blies Owen Aisher (93) zijn laatste adem uit in de bouwmaterialenfabriek van Marley in Lenham (Groot-Brittannië). Zoals uitdrukkelijk in zijn testament vermeld, droegen de werknemers van de Britse groep hun ex-voorzitter de volgende dag per bedrijfswagen naar zijn laatste rustplaats in het groene en landelijke Kent. De wilsbeschikking van Owen Aisher toont de verbondenheid van zijn familie met het bedrijf Marley. Dat werd in 1924 opgericht door Owen Aisher senior en stond vanaf 1935 op de Londense beurs genoteerd. Diezelfde verbondenheid tussen familie en bedrijf vindt men ook bij de Etex Group (zie Trends, 12 en 19 oktober 1995), die begin dit jaar Marley - goed voor een geconsolideerde omzet van 40 miljard frank - overnam. Alleen is de Belgische bedrijfsleiding iets minder spraakzaam dan de Britten van Marley. Honderduit vertelt David Trapnell, de voormalige directeur-generaal van Marley, over verleden, heden en toekomst van de groep. Als hoofd van een onderneming die tot voor kort nog op de beurs stond genoteerd, is hij het gewoon om externe partijen - zoals pers en beleggers - te woord te staan. "Ik besteedde gemiddeld 20% van mijn arbeidsweek in The City," lacht ingenieur Trapnell, die al 28 jaar bij Marley werkt: "Al die kostbare tijd komt nu vrij voor mijn echte werk: het leiden van de onderneming. Voor mij is de overname dus een goede zaak. Het personeel vaart er eveneens wel bij, want er viel geen enkel ontslag te noteren. Bovendien biedt Etex als familiebedrijf in privé-bezit het voordeel dat het op lange termijn kan denken en handelen, wat uiteindelijk beter is voor de business. En ten slotte investeert onze kersverse moeder in Marley. In 1999 bedraagt het investeringsbedrag zo'n 150 miljoen frank, een som die ons in staat stelt om begin volgend jaar een nieuw type plastic vloerbekleding op de markt te brengen." Uit een studie van KPMG Corporate Finance blijkt dat de Belgische bedrijven tijdens het eerste semester van 1999 voor zo'n 150 miljard frank buitenlandse ondernemingen opslorpten. Dit is een stijging met ruim 550% tegenover 1998. Ná KBC, dat niet minder dan 1,1 miljard dollar neerlegde voor de Tsjechische bank CSOB, bekleedt Etex met een overnamesom van 594 miljoen dollar de tweede plaats in deze toptien van acquisities. Het gaat daarmee Creyf's Interim (233 miljoen dollar voor Content Beheer) en Real Software (190 miljoen dollar voor Tava Technologies) vooraf. Dank zij de overname van Marley neemt de bouwmaterialengroep Etex, die wereldwijd zo'n 28.000 werknemers in dienst heeft, nu vlot de kaap van 100 miljard frank omzet (zie cijfertabel). Het gesloten familiebedrijf versterkt bijgevolg zijn internationale leiderspositie op de markt.Ondanks de terugval in Duitsland en de crisis in Zuid-Amerika profiteert Etex van de algemene heropleving van de bouwsector (zie ook blz. 50). Vandaag is het concern actief in 37 landen, verspreid over de vijf continenten. Etex' vier kernactiviteiten zijn: dakbedekking, plastic producten, platen en vloeren (zie grafiek 1). Diversificaties - zoals bakstenen en veiligheidsschoenen - werden afgestoten.De fusie met Marley lijkt goed verteerd. Op zes maanden tijd zijn beide groepen samengesmolten tot één operationele structuur die uit zeven divisies bestaat: West-Europa, Centraal-Europa, Triple A (Amerika, Azië, Afrika), Plastic, Gips, Natuursteen en Vloeren. Gedelegeerd bestuurder Canio Corbo, die sinds twee jaar de dagelijkse leiding van voorzitter Jean-Marie Emsens heeft overgenomen: "De kunststofactiviteiten van beide groepen vallen voortaan onder de verantwoordelijkheid van Jean-Louis Piérard, hoofd Plastic producten. Marley Building Materials zit bij de West-Europese afdeling van Jean Beeckman. En David Trapnell, de voormalige chief executive officer (CEO) van Marley, leidt het nieuwe departement Vloeren." Ook de geografische aanwezigheid van Etex veranderde met de overname (zie grafiek 2): Groot-Brittannië heeft Duitsland van de eerste plaats verdrongen, terwijl Latijns-Amerika - van oudsher een belangrijke afzetmarkt voor de groep (zie Trends, 28 mei 1998) - zakte van 22% naar 15%. Die laatste ontwikkeling is evenwel niet alleen het gevolg van de fusie, maar vooral van de tegenvallende resultaten op dat continent. Paul van der Straten Waillet, woordvoerder van de groep: "Samen met de zwakke bouwconjunctuur in Duitsland zorgde de Zuid-Amerikaanse crisis in het eerste semester van 1999 voor een omzetdaling van zo'n 6% (exclusief Marley). Dank zij de uitstekende verkoopcijfers van Marley - een stijging van 20% - verwachten we voor dit jaar toch een geconsolideerde omzet van zo'n 110 miljard frank, of een totale groei van 53% tegenover 1998." Zo'n goed jaar geleden vonden de eerste informele gesprekken plaats tussen Marley en Etex. Toen de Britse houtproducent John Mansfield met steun van het Philips & Drew Fund - met 18% hoofdaandeelhouder van Marley - einde november 1998 een vijandig bod van 103 pence per aandeel op de Britse bouwmaterialengroep lanceerde, dokterde Corbo onmiddellijk een tegenplan uit. Diezelfde week nog kocht Etex op de beurs 20% van Marley en bood 125 pence voor het resterende pakket. The City kon niet weigeren. Trapnell: "John Mansfield wilde onvoldoende op tafel leggen. Ook stelden zij een aandelenruil voor, wat wij niet wensten. Ten slotte vreesde het management dat de financiële holding - zoals in het verleden - als een raider onze groep in allerlei kleine entiteiten zou opsplitsen om ze achteraf stuk voor stuk met een meerwaarde te verkopen. Hun zogenaamd businessplan hing met haken en ogen aaneen. Mansfield sprak bijvoorbeeld over behangpapier, terwijl wij in dit segment niet actief waren." Voorts gaf de slechte waardering van Marley de doorslag. Op twee jaar tijd zakte het aandeel van 212 pence (1995) naar 90 pence. Het zou daarna nooit meer boven het pond uit komen. Ondanks bevredigende resultaten - in diezelfde periode nam de groepswinst vóór belastingen toe van 46,3 naar 53,6 miljoen pond, terwijl de inkomsten per aandeel stegen van 8,8 naar 10,7 pence -, geloofden de beleggers niet langer in de toekomst van de bouwmaterialengroep. Trapnell verklaart: "De beurs is een zeer trendgevoelige markt. Sinds de tweede helft van dit decennium zijn de investeerders alleen nog geïnteresseerd in hightechondernemingen uit de telecommunicatie- en farmaceutische sector. Productiebedrijven zijn out. Bovendien geven de institutionele beleggingsfondsen de voorkeur aan multinationals. Middelgrote firma's van ons niveau vallen vlug uit de boot." Analisten vondenMarley dan weer te gediversifieerd. Zo zat de Britse bouwmaterialenproducent tot voor kort ook in tuinmeubelen ( Syroco). Trapnell: "Ook deze plotse afkeer van conglomeraten is een modegril. De combinatie van beton, klei en plastic beschermt ons tegen al te grote schommelingen op de markt. Bovendien vond de afgelopen jaren een belangrijke herstructurering plaats binnen de groep. In 1994 verkochten we onze auto-onderdelenafdeling aan het Canadese Magna. Vervolgens werden verschillende kleine firma's gehergroepeerd in één dochter. Ook voerden we een streng kostenbesparingsprogramma door. Ten slotte hadden we vóór de overname al besloten om enkele nevenactiviteiten, zoals Syroco (tuinmeubelen) en Marley Concrete Cobblestones (betonkasseien) van de hand te doen." Het valt op dat de Etex Group - behalve in Polen en Hongarije, waar Marley over een productiebedrijf beschikt - niet zo sterk is vertegenwoordigd in de Centraal-Europese groeimarkt. Van der Straten: "In de eerste plaats zijn wij een zeer voorzichtige groep. Toen de Berlijnse Muur tien jaar geleden werd neergehaald, hebben wij diverse mogelijkheden onderzocht. Maar uit marktonderzoek bleek dat wij weinig kans maakten om daar massaal door te breken. In de voormalige Oostbloklanden is er nog altijd geen nationaal distributienetwerk. Bovendien werken de meeste vezelcementfabrieken - onze core business - nog altijd met asbest; veiligheid is er niet primordiaal. Daar kun je dus moeilijk tegen concurreren, zeker als de bevolking omwille van financiële motieven verplicht is om goedkope producten te kiezen. Dus investeerde Etex begin dit decennium liever in Zuid-Amerika." De omschakelingnaar asbestvrije productie kostte in ieder geval een hoop geld. Sinds 1997 is het gebruik van dit kankerverwekkende mineraal in Frankrijk niet langer toegelaten. Etex kreeg zes maanden tijd om al zijn fabrieken om te schakelen - voor deze operatie boekte de groep in 1996 voor 1,9 miljard frank extra kosten in. Dit jaar vaardigde de Europese Commissie een algemeen verbod uit. Corbo: "Vandaag is asbestcement nog goed voor zo'n 5% van onze omzet, vooral in de Derde Wereld. Hoewel wij ervan overtuigd zijn dat dit product, wanneer het in veilige omstandigheden is verwerkt, de volksgezondheid op geen enkele manier in gevaar brengt, heeft de raad van bestuur in augustus 1999 besloten alle vestigingen wereldwijd asbestvrij te maken vóór 2004." Het dossier van een eventuele beursgang - waar de beleggers nu al een decennium lang op speculeren - blijft ook vandaag in de lade van voorzitter Jean-Marie Emsens liggen. Net als bij de vorige overnames - zoals Eternit Deutschland in 1990 (2 miljard frank) en Etex France in 1995 (13 miljard frank) - blijken de familiale aandeelhouders de Marley-pil van 21 miljard frank goed te verteren. Na de verkoop van drie dochters Syroco (tuinmeubelen), de bakstenenproducent General Shale (aan Wienerberger, voor 50% in handen van Koramic) en Marley Concrete Cobblestones (betonkasseien) - samen goed voor een opbrengst van 15 miljard frank - financiert de cashflow van de groep het resterende bedrag. En de schuldgraad die door de overname van Marley was opgelopen van 18% tot 74%, is vandaag alweer gezakt naar minder dan de helft. ERIC POMPEN