Meer dan vier vijfde van de derdekwartaalcijfers voor de Standard&Poor's500-index - of 410 van de 500 bedrijven - is bekend. We kunnen dus stilaan een balans opmaken van het Amerikaanse resultatenseizoen. Die is positief, en dat vinden we cruciaal. Het is ook meteen een belangrijke verklaringsfactor voor het razendsnelle herstel naar een nieuwe top, na de inzinking in de eerste helft van oktober.
...

Meer dan vier vijfde van de derdekwartaalcijfers voor de Standard&Poor's500-index - of 410 van de 500 bedrijven - is bekend. We kunnen dus stilaan een balans opmaken van het Amerikaanse resultatenseizoen. Die is positief, en dat vinden we cruciaal. Het is ook meteen een belangrijke verklaringsfactor voor het razendsnelle herstel naar een nieuwe top, na de inzinking in de eerste helft van oktober. De ontwikkeling van de bedrijfswinsten was vorig jaar dé ontgoochelende factor op Wall Street. Voor de brede S&P500-index bleef de winstgroei in 2013 hangen rond 6 % (108,3 USD per aandeel), tegenover de verwachte 9 à 10 %. Desondanks steeg de S&P500-index met afgerond 25 %, of vier keer zoveel. Dat dreef de waardering op, en dat was natuurlijk niet zo gezond. Want die hoge waardering van Amerikaanse aandelen kon enkel standhouden bij de gratie van een historische lage rente. De Amerikaanse waarden hadden dit jaar dus een versnelling van de winstgroei nodig. En die versnelling zijn we ook aan het krijgen. Op 3 januari bedroeg de analistenconsensus voor de S&P500-index een winst per aandeel van 119,2 USD of een toename met 10 % ten opzichte van 2013. Na een sterk derde kwartaal, waarin maar liefst 81 % van de S&P500-bedrijven die al hebben gerapporteerd de verwachtingen hebben overtroffen (het hoogste cijfer in vier jaar), staat die analisteconsensus nu zelfs op 120,4 USD (+11,1 % tegenover vorig jaar). De Amerikaanse topbedrijven presteren dus beter dan verwacht en de S&P500-index (+9,9 %) stijgt in de lijn van de bedrijfswinsten, zodat de waarderingen niet verder oplopen. Zolang die evolutie aanhoudt en de rente niet aan een opmars begint, mogen we ervan uitgaan dat de Amerikaanse beurs weliswaar nog tussentijdse correcties, maar geen crash zal doormaken. Europa en Azië blijven dit jaar duidelijk achter. Zelfs reuzen als Nestlé, die niet de gewoonte hebben met teleurstellende resultaten op de proppen te komen, hebben het voor het derde kwartaal duidelijk wel gedaan. En ze waren helaas niet alleen. In de Stoxx600-index van de zeshonderd grootste Europese bedrijven heeft tot nog toe slechts 58 % van de ondernemingen beter dan vooropgestelde kwartaalcijfers gepubliceerd. Nog erger is het gesteld bij de Aziatische bedrijven. Daar zien we een percentage van amper 52 % beter dan verwachte resultaten. Dat verklaart ook waarom de Europese en Aziatische markten achtergebleven zijn op de Verenigde Staten dit jaar. Dat betekent ook het meeste herstelpotentieel voor volgend jaar.