Wie alles over architectuur in Vlaanderen wil weten, kan terecht bij Sofie De Caigny. Ze stuurt sinds begin 2018 het Vlaams Architectuurinstituut aan.
...

Wie alles over architectuur in Vlaanderen wil weten, kan terecht bij Sofie De Caigny. Ze stuurt sinds begin 2018 het Vlaams Architectuurinstituut aan. Hoe verliep het eerste jaar als directeur? SOFIE DE CAIGNY. "De eerste maanden waren zeer intensief. Sinds 1 januari 2018 opereert het voormalige architectuurarchief van de provincie Antwerpen onder de vleugels van het Vlaams Architectuurinstituut (VAi). Dat betekende heel wat reorganisatie, afspraken maken, een coördinator aanwerven en samen met het team de krijtlijnen voor de komende jaren uitzetten. "Tegelijkertijd liepen de projecten gewoon door. Met Natura Naturans van Coussée en Goris Architecten was de eerste tentoonstelling van 2018 een voltreffer. In mei presenteerden we het Architectuurboek Vlaanderen op de Biënnale van Venetië. Op hetzelfde moment won architecten de vylder vinck taillieu de Zilveren Leeuw met de tentoonstelling Unless Ever People. Als uitgever van de bijbehorende catalogus was dat voor het VAi een enorme opsteker. Ondertussen liepen de voorbereidingen voor het grote project rond Léon Stynen." Wat hebt u geleerd? DE CAIGNY. "Dat sterke allianties nodig zijn om bakens te verzetten. We hebben het project over Stynen alleen kunnen maken door de sterktes van de teamleden samen te leggen, én dankzij partnerschappen." Hoe verhoudt het VAi zich tot het buitenland? DE CAIGNY. "Het VAi is ingebed in een netwerk van architectuurinstituten. Daarnaast worden we geregeld gevraagd voor samenwerkingen rond publicaties, lezingen en tentoonstellingen. We gebruiken dat netwerk om ons programma en het werk van architecten uit Vlaanderen en Brussel internationaal te positioneren." Het VAi is een katalysator tussen architecten en consumenten enerzijds en tussen het beleid en de maatschappij anderzijds. Lukt die rol? DE CAIGNY. "Die rol kun je heel direct invullen, door te programmeren over relevante maatschappelijke thema's. Dat doen wij, bijvoorbeeld in samenwerking met de Vlaams Bouwmeester rond de Bouwmeesterlabels. De rol van een katalysator kan ook veel indirecter worden ingevuld, bijvoorbeeld door te programmeren over thema's waar het maatschappelijke debat nu nog niet over gaat, maar waarvan wij denken dat er over moet worden gesproken." Hoe is het gesteld met het netwerk van jonge architecten? DE CAIGNY. "We hebben dit jaar verschillende projecten samen met jonge architecten gerealiseerd. Dat ging van een lezingenreeks en een tentoonstelling ( Across) in Bozar samen met A+, tot een intensieve tweedaagse ( Young Promising Architects) in samenwerking met de Nederlandse Ambassade en Het Nieuwe Instituut. Het netwerk van jonge architecten groeit door dat soort initiatieven. "Er is een groeiende groep architecten die zich sterk bewust zijn van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Ze stellen dat de toekomst van de architectuur niet zozeer het bouwen is, dan wel het verbeelden en in gang zetten van maatschappelijke veranderingsprocessen. Tegelijkertijd stel ik vast dat jonge architecten in Vlaanderen steeds internationaler werken. Dat biedt nieuwe mogelijkheden. Ik vind dat het VAi, en cultuurinstellingen in het algemeen, daar een grote verantwoordelijkheid in dragen."