De auteur is rector van de Universiteit Maastricht.
...

De auteur is rector van de Universiteit Maastricht. Het afgelopen jaar was in vele opzichten een annus horribilis voor de wetenschap. De affaire-Diederik Stapel zinderde het hele jaar na. Stapel was een bekende Nederlandse sociaal psycholoog, die in september 2011 betrapt werd in een van de grootste wetenschappelijke fraudezaken ooit. Hij gaf toe dat hij zelf data verzonnen had waarop zijn wetenschappelijk onderzoek gebaseerd was. Eerst en vooral kwam de wetenschappelijke wereld met de publicatie van het rapport van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen over fraude en gestuntel in de wetenschap. Later volgde het rapport van de drie commissies ingesteld door de universiteiten van Tilburg, Groningen en Amsterdam, waar Stapel werkte: het zogenaamde rapport van de commissie-Levelt. En uiteraard wierpen ook de media, en dan met name de wetenschapsjournalisten, zich met volle overgave op het onderwerp. Fraude in de wetenschap scoorde zoveel beter bij lezers dan rapportages over nieuwe wetenschappelijke bijdragen. Als klap op de vuurpijl was er het boek van Stapel zelf over zijn eigen "Ontsporing", netjes uitgebracht juist voor de eindejaarsfeesten. Niet verwonderlijk kreeg ik het als kerstcadeau... Het was nogal verbijsterend om te lezen hoe iemand onderliggende gegevens verzon. En nog meer hoe dat misschien operationeel op een vrij ingenieuze manier gebeurde, maar methodologisch op een toch wel heel primitieve wijze. De meester-fraudeur was duidelijk geen meester in datafabricage. Dat Stapel een vrij uniek geval is, daar zijn intussen zowel wetenschappers als wetenschapsjournalisten het wellicht over eens. De drie hoofdzonden in onderzoek -- falsificatie, fabricage en plagiaat -- zijn breed bekend in de onderzoekswereld, ook al is er een groot verschil tussen de drie. Plagiaat berokkent vooral de onderzoeker schade die niet de erkenning krijgt waarop zij/hij recht heeft; het opzettelijk verzinnen van analyses en gegevens dupeert de hele wetenschap. Een veel groter punt van discussie is het grijze gebied van het al dan niet helder omschrijven van de manier waarop gebruikte gegevens verzameld zijn, waarom bepaalde gegevens al dan niet gebruikt werden; het overdrijven van eigen en het verdoezelen van resultaten van anderen enzovoort. Wetenschap, net als vele andere gebieden, valt steeds meer ten prooi aan snelheidsdruk en scoringsdrift. Een fast science die snel met glasheldere resultaten komt, zou echter wel de argwaan van andere wetenschappers moeten wekken. En dat is nu precies waar met name het rapport van de commissie-Levelt zware conclusies trekt. Voor de commissie lijkt het hele gebied van de sociale psychologie gekenmerkt te worden door een of andere vorm van "slodderwetenschap". De manier waarop Stapel fraudeerde met gegevens -- empirische bevindingen die te goed en te simpel waren om waar te zijn -- had zowel Stapels coauteurs als de reviewers van de gepubliceerde artikelen moeten opvallen. En dat is niet gebeurd. Uiteraard valt hier ook het een en ander op af te dingen. Een onderzoekscommissie heeft het voordeel van de wijsheid achteraf. En ongetwijfeld heeft de manier waarop Stapel steeds weer kwam met empirische bewijzen van wat nog het best te omschrijven is als breed gedragen maatschappelijke vooroordelen -- vegetariërs vertonen minder hufterig gedrag -- niet echt andere onderzoekers uitgedaagd tot uitgebreid replicatieonderzoek. Toch blijft de door de commissie-Levelt opgeworpen vraag naar een cultuur van slodderwetenschap boven het vakgebied van de sociale psychologie hangen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zowat de hele sector van de sociale psychologie in Nederland en Europa over de uitlatingen van de commissie-Levelt is gevallen. Het enigszins grappige, zoals ik in een blog in september 2011 ten tijde van de fraudeontdekking al concludeerde, is dat de huidige heftige reacties van sociaal psychologen precies lijken te passen in de conclusies van een artikel van Stapel zelf, getiteld 'Framed and misfortuned: identity salience and the whiff of scandal', in Journal of Social Psychology in 1999.Vrij vertaald zegt hij daar dat een schandaal een grotere impact op ons heeft als we het middelpunt van het schandaal beschouwen als een lid van onze eigen groep. Misschien is het een idee om nu met zoveel betere en publiek beschikbare data, dit onderzoek alsnog eens over te doen? LUC SOETEWetenschap, net als vele andere gebieden, valt steeds meer ten prooi aan snelheidsdruk en scoringsdrift.