Critici van een regionalisering van het arbeidsmarktbeleid benadrukken steevast dat ze nog altijd wachten op iemand die hun duidelijk maakt wat ze precies verstaan onder splitsing van het arbeidsmarktbeleid. "Een terechte kritiek", zegt Geert Janssens van de denktank VKW Metena. "Er heerst in dit debat al lang spraakverwarring. Er wordt gesproken over arbeidsmarktbeleid, maar eigenlijk wordt iets anders bedoeld."
...

Critici van een regionalisering van het arbeidsmarktbeleid benadrukken steevast dat ze nog altijd wachten op iemand die hun duidelijk maakt wat ze precies verstaan onder splitsing van het arbeidsmarktbeleid. "Een terechte kritiek", zegt Geert Janssens van de denktank VKW Metena. "Er heerst in dit debat al lang spraakverwarring. Er wordt gesproken over arbeidsmarktbeleid, maar eigenlijk wordt iets anders bedoeld." Volgens Janssens moeten twee elementen duidelijk van elkaar worden onderscheiden. Enerzijds het arbeidsrecht en anderzijds de werkloosheidsverzekering. Het arbeidsrecht mag volgens VKW Metena federaal gehouden worden. We hebben het dan over de vastlegging van arbeidsvoorwaarden en ontslagvergoe-dingen. Idem met de loononderhandelingen, want voor VKW Metena is een regionaal loonoverleg niet de grootste prioriteit. Meer loondifferentiatie op bedrijfsniveau is volgens Janssens dringender, ook al zijn er verschillen tussen sectoren die nu al het verschil in productiviteit reflecteren. Totaal anders zit het met het stelsel van de werkloosheidsverzekering. "Onze grootste zorg is dat de regio's nu eindelijk eens geresponsabiliseerd worden om een efficiënt activeringsbeleid te voeren. Pleidooien om bijvoorbeeld naast de arbeidsbemiddeling ook de controle te regionaliseren, door de bevoegdheden van de RVA naar de deelstaten over te hevelen, betekent dat iedereen maar doet wat hij wil. Als je de drie bemiddelingsdiensten zonder meer naast elkaar laat werken, heeft dat weinig effect. Regionaliseren zonder responsabiliseren kan niet. Onderzoek heeft uitgewezen dat solidariteitsmechanismen ervoor zorgen dat Wallonië niet echt beloond wordt als het aantal werklozen daalt. Daar moet verandering in komen." Volgens VKW kunnen daarbij drie verschillende pistes worden bewandeld. De eerste is de volledige regionalisering van de werkloosheidsverzekering. In het verleden opperden academici en politici wel- eens dat alleen de uitgavenzijde van de werkloosheid moet worden gesplitst. Regio's zouden dan de vrijheid krijgen boni toe te voegen aan de werkloosheidsuitkeringen. Maar die voorstellen vallen niet in goede aarde bij de vakbonden die benadrukken dat in zo'n situatie mensen die gelijk bijdragen aan de werkloosheidsverzekering verschillend zouden worden behandeld bij de toekenning van uitkeringen. "Alleen aan de uitkeringskant werken, genereert geen responsabiliseringseffect. Om het consumptiefederalisme tegen te gaan, moeten we ook aan de ontvangstenkant werken. Als er minder werklozen zijn ten gevolge van een sterk activeringsbeleid aan Vlaamse kant, komt dat vooral de federale kas ten goede, die minder werkloosheidsvergoedingen moet betalen en meer sociale bijdragen int. Door een deel van de sociale bijdragen regionaal te innen, kan de responsabilisering een feit worden." De werkloosheidsverzekering wordt uit het federale socialezekerheidssysteem gehaald. Regio's zouden zelf sociale bijdragen heffen en de uitkeringen betalen. De bijdragen zouden geheven worden in de regio waar de werknemer is tewerkgesteld, in tegenstelling tot de gewone fiscaliteit waar het woonplaatsprincipe van toepassing is. Concreet betekent dit dat vooral Brussel, met zijn meer dan 200.000 Vlaamse pendelaars voordeel zou halen uit een regionalisering. Het gewest zou via die weg van een bonus genieten van 170 miljoen euro. (zie tabel Wie wint bij regionale werkloosheidsverzekering?) Vlaanderen zou nog steeds 830 miljoen euro winnen, maar Wallonië zou op 1 miljard euro minder sociale inkomsten kunnen rekenen. "Hier kunnen de nodige solidariteitsmechanismen worden ingebouwd. Wat de pendelaars betreft, kun je bepalen dat Brussel de eerste drie maanden van de werkloosheid betaalt waarna de regio van de woonplaats die verplichting overneemt. Dit is een activeringsinstrument, want regio's hebben er alle belang bij dat die werklozen na drie maanden een baan hebben. Meer algemeen is de regionale inning van werkloosheidsbijdragen en de betaling van de uitkeringen hét instrument om regio's ertoe aan te zetten een efficiënt activeringsbeleid te voeren. Daarnaast zal er voor Wallonië een extra compensatie nodig zijn." De vraag is of hierover een politieke consensus tot stand kan komen. Aan Franstalige kant zal men niet zo happig zijn om het werkloosheidssysteem te regionaliseren, terwijl het voor Vlaanderen - met meer (brug)gepensioneerden - minder gunstige pensioenstelsel federaal blijft. Een volledige splitsing van de werkloosheidsverzekering is niet de enige piste die VKW Metena voorstelt. Volgens Janssens kan een dotatiesysteem behouden worden met een bonusstelsel waarbij de regio's die goede werkgelegenheidscijfers halen daarvoor beloond worden. In dit scenario wordt het principe van de juste retour gehanteerd. Regio's krijgen een bijdrage op basis van het regionale aandeel van de deelstaten in de inkomsten van de RSZ. Een andere, derde, optie is de communautarisering van de werkloosheidsverzekering waarbij de gemeenschappen het systeem beheren. Het stelsel kan gefinancierd worden uit de algemene middelen. Elke regio kan een systeem opzetten dat de vergelijking doorstaat met de Vlaamse zorgverzekering. De Brusselaars moeten dan de keuze maken bij welke gemeenschap zij zich aansluiten. Intellectueel allemaal interessante pistes, maar de politieke haalbaarheid ervan is zo goed als onbestaande. (T) Door Alain Mouton