Nicoline van der Sijs is hoogleraar historische taalkunde van het Nederlands aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Daarnaast is zij als onderzoeker verbonden aan het Instituut voor de Nederlandse Taal. In Taalwetten maken en vinden neemt ze ons mee door de geschiedenis van onze taal.
...

Nicoline van der Sijs is hoogleraar historische taalkunde van het Nederlands aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Daarnaast is zij als onderzoeker verbonden aan het Instituut voor de Nederlandse Taal. In Taalwetten maken en vinden neemt ze ons mee door de geschiedenis van onze taal. Aan het begin van het boek belandt de lezer in de renaissance. Daar werd de basis voor het Standaardnederlands gelegd. Het Nederlands dat in de middeleeuwen in de Lage Landen werd gesproken, verschilde per regio, stad en zelfs dorp. Pas in de zestiende en de zeventiende eeuw ontstond geleidelijk een overkoepelende eenheidstaal of standaardtaal. In Vlaanderen wordt het Standaardnederlands nog niet zo lang gebruikt. Pas vanaf ongeveer 1960 breidde het gebruik zich uit van een kleine intellectuele elite naar een grote groep in de samenleving. Sinds de jaren tachtig is het gebruik van tussentaal - het zogenoemde 'verkavelingsvlaams' - echter toegenomen, ten koste van het gebruik van zowel het dialect als de standaardtaal. Na een geschiedkundige inleiding buigt de auteur zich over de uitspraak van het Nederlands. Uit onderzoek blijkt dat Nederlanders minder negatief staan tegenover het zuidelijke Standaardnederlands dan andersom, leert Van der Sijs ons. Aan de hand van talrijke kaartjes worden de uitspraakverschillen tussen de Vlaamse en Nederlandse regio's overzichtelijk gepresenteerd. Zo is het een misvatting te denken dat de zogenoemde 'zachte g' bij Nederlanders enkel in Brabant en Limburg voorkomt. Er is ook veel aandacht in dit werk voor de ontwikkeling van de geschreven taal. Daarnaast worden de bijdragen die literaire schrijvers, zoals Joost van den Vondel, aan het Nederlands leverden belicht. Een hoofdstuk gewijd aan de dialecten mocht evenmin ontbreken. Taalwetten maken en vinden laat zien dat de vorming van een standaardtaal bovenal mensenwerk is. Het boek is doorspekt met tal van interessante weetjes. Zo geloofden bepaalde predikanten in de zeventiende eeuw dat het Nederlands al kort na de Bijbelse zondvloed het levenslicht zag. Stond u er al bij stil dat de 'q' een overbodige letter in ons alfabet is en overal kan worden vervangen door de letters 'kw'? Dit boek bewijst dat het bestuderen van onze eigen taal allesbehalve saai hoeft te zijn.