Het gebrekkige hr-beleid laat zich voelen in de spanning tussen kabinetten en ambtenarij. Mensen klimmen vaak op in de administratie, maar zien een promotie aan hun neus voorbijgaan. Reden: kabinetsmedewerkers nemen de plaats in die voor hen bestemd was. Dat leidt tot frustratie en is strijdig met een modern personeelsbeleid.
...

Het gebrekkige hr-beleid laat zich voelen in de spanning tussen kabinetten en ambtenarij. Mensen klimmen vaak op in de administratie, maar zien een promotie aan hun neus voorbijgaan. Reden: kabinetsmedewerkers nemen de plaats in die voor hen bestemd was. Dat leidt tot frustratie en is strijdig met een modern personeelsbeleid. Daarmee zitten we bij het probleem van de politisering van de Belgische ambtenarij. Bob Van Hooland, de voormalige burgervader van Sint-Martens-Latem, haalt een boekje boven: De ambtelijke kolos van Paul Koeck. Een boek waarin hij de overheid kapot schrijft, en vooral de politieke benoeming van relatief onbekwame mensen. "Dertig jaar geleden kon een postbode nog bestuurssecretaris worden. Zulke toestanden zijn nu uitgesloten. Al zijn er onlangs nog een aantal kwalijke politieke topbenoemingen geweest." Waarnemers vragen zich af of de politieke benoemingen niet beter aan het begin van een regeerperiode gebeuren. Nu wordt een administratie aan het einde ervan volgestouwd met vertrouwelingen van een politicus, en die zorgen voor obstructie. Wat soms tot absurde situaties leidt: minister van Financiën Didier Reynders (MR) merkte plots dat zijn gsm niet meer werkte omdat een ambtenaar met een andere politieke kleur de telefoonrekeningen maandenlang verticaal klasseerde. Mensen als topambtenaar Rudy Aernoudt pleiten voor de afschaffing van de kabinetten. Volgens hem hebben administraties en kabinetten eigenlijk dezelfde taak: het voorbereiden van het beleid. "Een ander systeem is denkbaar, maar wel onder bepaalde voorwaarden," benadrukt Van Hooland. "Kabinetten zijn te sterk aanwezig in het overheidsapparaat. Dat is vrij uniek in België, een resultaat van honderd jaar geschiedenis. Er blijft een ontoelaatbare ontaarding, ze ontsnappen aan elke controle. Ze vinden eigen systemen uit. De politiek is er niet in geslaagd ze te verkleinen, want lokaal nemen ze nog toe." Sommige kabinetten - zoals dat van minister van Justitie Laurette Onkelinx (PS) - zijn een kmo. In een nieuwe constellatie zou een minister enkel een paar vertrouwenspersonen rond zich hebben. Annie Hondeghem (Instituut voor de Overheid): "Waarom hebben ministers graag een kabinet? Dat is een instrument van flexibiliteit. Ze werven aan wie ze willen. Er is de garantie van totale loyaliteit. Ambtenaren moeten loyaal zijn, maar ook het algemeen belang bewaren. Het oordeel over de functie van een kabinet is dus niet over de hele lijn negatief."Hondeghem vindt het niet verwonderlijk dat kabinetsleden met de vaste benoemingen in de administratie gaan lopen. "Je hebt natuurlijk een voordeel als je op een kabinet zit. Het zijn meestal niet de grootste dommeriken die een kabinet bemannen. Die doen daar ook competenties op die essentieel zijn als ze solliciteren voor een administratieve topfunctie. Door hun ervaring hebben ze een voordeel." Maar er zijn helaas ook platte politieke benoemingen, geeft Hondeghem toe. "In de jaren negentig was er bij eensgezindheid over een kandidaat geen discussie en werden de politieke benoemingen gereduceerd. We zijn er sindsdien op achteruitgegaan."