De week wordt spannend. De Europese Centrale Bank (ECB) zal haar monetaire beleid uitstippelen. Gaat ze haar rentetarieven nogmaals verlagen? Zal ze het aandurven die onder nul te brengen? Gaat ze andere kredietverstrekkende maatregelen treffen? Niemand weet precies wat de ECB eigenlijk kan aanvangen. Feit is dat de gevoerde politiek de conjunctuur nergens heeft verstevigd, en dat het uitgedeelde geld alleen op de financiële markten circuleert en tal van arbitrageverrichtingen financiert.
...

De week wordt spannend. De Europese Centrale Bank (ECB) zal haar monetaire beleid uitstippelen. Gaat ze haar rentetarieven nogmaals verlagen? Zal ze het aandurven die onder nul te brengen? Gaat ze andere kredietverstrekkende maatregelen treffen? Niemand weet precies wat de ECB eigenlijk kan aanvangen. Feit is dat de gevoerde politiek de conjunctuur nergens heeft verstevigd, en dat het uitgedeelde geld alleen op de financiële markten circuleert en tal van arbitrageverrichtingen financiert. De rentetarieven verder verlagen kan alleen de speculatie aanwakkeren. Nu al is het ongemak voelbaar. Door de jacht naar rendement wordt het risico verwaarloosd. Daardoor kunnen zeepbellen ontstaan. De ECB en haar ambtgenoot uit Groot-Brittannië proberen middelen uit te dokteren opdat het krediet dat ze verstrekken wel degelijk bij de noodlijdende bedrijven terechtkomt. In hun voorstel treft men richtlijnen inzake de herverpakking van bestaande schuldvorderingen. Beide centrale banken verzoeken de banken de procedures te standaardiseren, zodat iedereen de producten beter begrijpt en onmogelijk kan worden verrast door een trendommekeer. Jammer genoeg zien de banken en zeker de speculatief aangelegde investeerders het anders. De ECB ziet drie problemen. Ze maakt zich zorgen over de jacht op rendement, over de ontoereikendheid van het bankvermogen - ofschoon de banken hun vermogen het afgelopen kwartaal voor meer dan 90 miljard hebben opgevoerd- en over de labiele toestand van de overheidsschulden. Ontspoort één van die drie factoren, dan weet de ECB dat ze die niet het hoofd kan bieden. Hoe dan ook, de beslissing die de ECB donderdag neemt, zal de markten verstoren. Wat echter buiten kijf staat, is dat de renteschalen onmogelijk kunnen stijgen. Misschien zullen ze verstrakken als de beslissing tegenvalt. Wat op zijn beurt nieuwe kapitaalverschuivingen zal teweegbrengen. Gevestigde namen op de markt zijn al weken, zo niet maanden, bezig hun vroegere schuldbewijzen te vervangen door nieuwe die voor hen gunstigere voorwaarden dragen. Koploper in dat opzicht is de Europese Investeringsbank (EIB). Ze bracht verleden week zeven aanvullende reeksen uit. Voor de obligatiebelegger zijn de vooruitzichten op korte en middellange termijn niet onaantrekkelijk. Niet zozeer om nieuwe stukken aan te kopen - toch niet in de gevestigde munten - maar wel, net zoals de emittenten, om hun portefeuille te herschikken, zeker voor hen die obligaties kochten met een ander doel dan de recurrente couponuitkering te benutten. Het loont de moeite na te gaan welke stukken vandaag een puike meerwaarde vertonen en die te vervangen door andere, van dezelfde of van betere kwaliteit, met een veel lagere coupon die dan ook veel goedkoper te bemachtigen zijn. In het besef dat het rendement van alle obligaties van eenzelfde kwaliteitsklasse en tijdsduur op elk ogenblik gelijk is, hebben beleggers geen rendementsnadeel met zo'n vervanging. Integendeel: ze toveren de actuele kapitaalmeerwaarde om in renderend kapitaal en, omdat de nominale coupon van de nieuwe stukken een heel pak lager staat, verminderen ze de impact van de roerende voorheffing op de geïnde interesten. Op de wisselmarkt bleef de euro (EUR) standhouden. Hij verloor de voorbije week slechts 0,2 % tegenover de dollar (USD). Dat kan deze week flink veranderen. De USD bleek ook niet te lijden onder het feit dat de groei voor het eerste kwartaal in de Verenigde Staten met 1 % gedaald was. Uit de cijfers blijkt dat de forse daling te wijten was aan een ongewone inkrimping van de voorraden. Op zich is dat geen slecht teken. Het pond (GBP) moest 0,5 % achteruit. Groot-Brittannië heeft verleden week aangekondigd dat het de berekeningswijze van zijn bruto binnenlands product zal aanpassen. Voortaan houdt het rekening met de omzet afkomstig uit prostitutie en illegale drugverkoop. Een middel als een ander om de nationale rekeningen op te fleuren zonder de werkelijke toestand te verbeteren. Op de kapitaalmarkt veerden de perifere schuldbewijzen, zowel de soevereine als die van de bedrijven, aanzienlijk op in EUR. Italiaanse emittenten wonnen meer dan 2,5 %, de Spaanse 2 %, de Ierse 1,5 %. De Franse banken daarentegen verloren gemiddeld 1 %, nu BNP Paribas een monsterboete van 10 miljard USD opgelegd krijgt. Russische emittenten gingen verder vooruit in USD en Zwitserse frank (CHF), met winsten die gemakkelijk 2 % overschreden. De algemene trend was opwaarts gericht, met gemiddeld tweemaal meer stijgende stukken dan omgekeerd. Op de primaire markt blijft de EIB nieuwe schijven uitgeven. Dankzij de gunstige renteontwikkeling zijn hun voorwaarden meestal aanvaardbaar. Wat niet belet dat beleggers soms nog beter vinden op de secundaire markt, zoals de alternatieve stukken bewijzen. De nieuwe schijf in Turkse lira (TRY) zal zeker hen aanspreken die wisselverliezen goed hebben te maken. Er zijn nog goedkopere stukken op de secundaire markt. Hoe lager hun koers, hoe groter de wisselbuffer, dus hoe efficiënter de recuperatie. In de volgorde van de tabel, er zijn 140 dagen verlopen interesten te vergoeden bij de schijf in Braziliaanse real (BRL), 126 voor die in Canadese dollar (USD), 187 voor die in GBP, 48 voor die in Zweedse kroon (SEK), 310 voor die in TRY, 134 voor die in Zuid-Afrikaanse rand (ZAR) (7,5 %) en 233 voor de andere in ZAR (6 %). Die laatste is de minst interessante van de lijst. De Italiaanse fabrikant van bouwmateriaal Officine Maccaferri (B2) doet zijn intrede op de internationale markt. Zijn zevenjarige uitgifte brengt 4,6 % meer op dan het marktgemiddelde, wat overeenstemt met de gangbare marktvoorwaarden. Het stuk is niet langer te koop tegen intekenvoorwaarden. Het wisselt nu al van eigenaar tegen 102,5 % (5,36 %) op de grijze markt. Het is vervroegd terugbetaalbaar vanaf 2017 tegen 102,875 %. Air Liquide (A+) is daarentegen scherper geprijsd en biedt slechts 32 basispunten meer dan het marktgemiddelde. De lening noteert in de buurt van haar inschrijvingsprijs op de grijze markt. De Franse verzekeraar CNP Assurances (BBB) loopt veel te lang om interessant te zijn. Het stuk is bovendien achtergesteld, wat in de huidige financiële omstandigheden geen aanrader is voor een particuliere belegger. DE BESLISSING DIE DE EUROPESE CENTRALE BANK DONDERDAG NEEMT, ZAL DE MARKTEN VERSTOREN. VOOR DE OBLIGATIEBELEGGER ZIJN DE VOORUITZICHTEN OP KORTE EN MIDDELLANGE TERMIJN NIET ONAANTREKKELIJK.