Sinds 1 januari 2009 heeft de IBEX 35-index van de Beurs van Madrid het 10 % minder goed gedaan dan de andere Europese indexen, een teleurstellende prestatie die volledig te wijten is aan de inzinking van de afgelopen weken. Als gevolg van zijn overheidstekort van 11,4 % van het bbp (bruto binnenlands product) in 2009 is Spanje door Griekenland mee de dieperik in gesleurd. Nochtans zijn de situaties van beide landen zeer verschillend. Om te beginnen, heeft Spanje in tegenstelling tot Griekenland de voorbije jaren de hachelijke toestand van zijn overheidsfinanciën nooit verdoezeld. Spanje slaagt er ook nog altijd in om de nodige fondsen op te halen op de obligatiemarkten. Dat is niet meer mogelijk voor Griekenland, dat buiten de klassieke kanalen investeerders moet zoeken. En last but not least is de schuldgraad van Spanje lang niet zo hoog als die van Griekenland: ...

Sinds 1 januari 2009 heeft de IBEX 35-index van de Beurs van Madrid het 10 % minder goed gedaan dan de andere Europese indexen, een teleurstellende prestatie die volledig te wijten is aan de inzinking van de afgelopen weken. Als gevolg van zijn overheidstekort van 11,4 % van het bbp (bruto binnenlands product) in 2009 is Spanje door Griekenland mee de dieperik in gesleurd. Nochtans zijn de situaties van beide landen zeer verschillend. Om te beginnen, heeft Spanje in tegenstelling tot Griekenland de voorbije jaren de hachelijke toestand van zijn overheidsfinanciën nooit verdoezeld. Spanje slaagt er ook nog altijd in om de nodige fondsen op te halen op de obligatiemarkten. Dat is niet meer mogelijk voor Griekenland, dat buiten de klassieke kanalen investeerders moet zoeken. En last but not least is de schuldgraad van Spanje lang niet zo hoog als die van Griekenland: zo had Griekenland eind 2009 een overheidsschuld van 113 % van het bbp, tegenover slechts 51 % voor Spanje. We kunnen ook opmerken dat alleen Standard and Poor's (lichte) bezorgdheid heeft getoond over de robuustheid van de overheidsfinanciën. Het stelde de financiële rating voor Spanje neerwaarts bij tot AA+. Moody's en Fitch handhaven hun rating op AAA, het hoogste niveau. Het grootste probleem van Spanje is overigens niet zozeer de toestand van zijn overheidsfinanciën als wel die van zijn futloze economie. Het Spaanse wonder van voor de crisis berustte in feite in grote mate op de bouwsector, die na de val van de vastgoedprijzen helemaal is ingestort. Het aantal bouwvergunningen in 2009 lag maar liefst zes keer lager dan in 2006. Dat is bijzonder pijnlijk als we weten dat de bouw voor de crisis bijna een vijfde van het Spaanse bbp vertegenwoordigde. In 2009 is het bbp dan ook met 3,6 % fors gedaald en dit jaar zal het wellicht opnieuw krimpen (-0,6 % volgens het Internationaal Monetair Fonds). Aangezien de bouw bijzonder arbeidsintensief is, heeft de crisis in die sector ook de werkloosheidscijfers enorm de hoogte ingejaagd: van 7,95 % op 30 juni 2007 tot 18,83 % eind 2009. Het zijn dus vooral de bedrijven die afhangen van de economie en de Spaanse consumptie die worden getroffen door de Iberische crisis, zelfs al klinkt de regering redelijk optimistisch. De Spaanse eerste minister, José Luis Zapatero, verwacht dat het stabiliteitspact het mogelijk zal maken om een economische groei te realiseren van 3,3 % in 2011, 4,9 % in 2012 en 5,2 % in 2013 en dat ondanks een stijging van de belastingen (op de meerwaarde en het kapitaal) vanaf dit jaar en een verlaging van de overheidsuitgaven met 50 miljard euro tegen 2013. Die vooruitzichten zijn misschien aan de optimistische kant (het IMF verwacht bijvoorbeeld een groei van slechts 0,9 % in 2011), maar ze tonen wel aan dat het land geen inspanning ongemoeid laat om de crisis zo snel mogelijk uit het land te bannen. De Iberische economie beschikt effectief nog over verschillende troeven om dat herstel mogelijk te maken. De eerste is uiteraard haar sterke banksector. Slechts één regionale kas moest tijdens de crisis door de overheid worden bijgestaan. Die goede weerstand kan worden verklaard door de beperkte blootstelling van de Iberische banken aan toxische activa en door de financiële regelgeving die de instellingen er altijd toe heeft verplicht om in de goede jaren hogere provisies aan te leggen. De recessie heeft het land er bovendien ook toe in staat gesteld om zijn lopende rekening (commerciële transacties met het buitenland) opnieuw in evenwicht te brengen. De tekorten zijn met bijna de helft gedaald tegenover 2009, wat grotendeels kan worden toegeschreven aan de terugval van de import. Anderzijds zijn veel Spaanse bedrijven ook sterk aanwezig in Latijns-Amerika, een opkomende regio die er een stevig groeitempo op nahoudt. Banco Santander en Telefónica, de twee zwaargewichten uit de IBEX 35-index, realiseren een derde van hun winst in Zuid-Amerika. De terugval van de Spaanse beurs lijkt dus eerder te wijten aan een angstaanval bij de beleggers dan aan een werkelijk verontrustende situatie. U hoeft dus zeker niet te panikeren als u nog Spaanse aandelen hebt. Wakkere beleggers kunnen zelfs profiteren van een aantal interessante opportuniteiten. Het is uiteraard mogelijk om te beleggen in de IBEX 35-index, temeer omdat de twee grootste aandelen, Telefónica en Banco Santander (die elk ruim 21 % van de index vertegenwoordigen), aantrekkelijk geprijsd zijn (zie kaderstuk).Door Cédric Boitte