"Alle dieren zijn gelijk, maar sommige zijn gelijker dan andere." Toen George Orwell die boutade neerpende, drukte hij zijn vrees voor een ongelijke behandeling van burgers uit. Ik deel zijn vrees als het over onze fiscaliteit gaat. Vorige zomer werd het artikel 44, §2, 4° van het btw-wetboek onder druk van Europa aangepast. Vroeger genoot elke instelling die onderwijs verstrekte een btw-vrijstelling voor haar activiteiten. De nieuwe wet heeft die vrijstelling beperkt. Ze geldt enkel nog voor publiekrechtelijke lichamen en voor organisaties die soortgelijke doeleinden hebben, en voor zover ze niet systematisch winst nastreven en ...

"Alle dieren zijn gelijk, maar sommige zijn gelijker dan andere." Toen George Orwell die boutade neerpende, drukte hij zijn vrees voor een ongelijke behandeling van burgers uit. Ik deel zijn vrees als het over onze fiscaliteit gaat. Vorige zomer werd het artikel 44, §2, 4° van het btw-wetboek onder druk van Europa aangepast. Vroeger genoot elke instelling die onderwijs verstrekte een btw-vrijstelling voor haar activiteiten. De nieuwe wet heeft die vrijstelling beperkt. Ze geldt enkel nog voor publiekrechtelijke lichamen en voor organisaties die soortgelijke doeleinden hebben, en voor zover ze niet systematisch winst nastreven en de eventuele winsten gebruiken om het onderwijs in stand te houden of het te verbeteren. Private onderwijsorganisaties met een winstoogmerk die vroeger geen btw hoefden aan te rekenen op hun inschrijvingsgeld, moeten dat vanaf 1 januari 2014 wel doen. Iedereen weet dat een doorsnee-opleidingsjaar in België loopt van september tot augustus. Dat geldt ook voor veel instellingen die privéonderwijs verstrekken. Iedereen weet ook dat aan privéonderwijs een prijskaartje hangt, waardoor de inning van het inschrijvingsgeld in zulke scholen vaak maandelijks gebeurt. Doordat de nieuwe regeling is ingegaan op 1 januari 2014, moesten ouders van kinderen die privéonderwijs volgen sinds Nieuwjaar plots 21 procent meer betalen, of verdienen de private onderwijsinstellingen die hun inschrijvingsgeld niet konden verhogen, plots 21 procent minder. Zo'n bruuske overgang midden in een schooljaar is bijzonder onaangenaam, maar als de wet voor iedereen gelijk is, is dat maar zo. Waar de schoen knelt, is dat het ministerie van Financiën voor één groep scholen een uitzondering heeft gemaakt. Bij beslissing van begin december 2013 werd toegestaan dat de activiteiten van organisaties die taalonderricht verstrekken tot 1 september 2014 van btw vrijgesteld blijven. Talenscholen hoeven hun inschrijvingsgeld zolang niet op te trekken. De wet is hard, maar voor sommigen blijkbaar harder dan voor anderen. Dat het taalonderricht recht heeft op een administratieve tolerantie, is begrijpelijk, maar dat die tolerantie niet geldt voor andere onderwijssoorten, is te betreuren. Nochtans zijn alle Belgen gelijk voor de wet en moet iedereen die zich in eenzelfde situatie bevindt, op gelijke wijze worden belast. Welke objectieve en redelijke verantwoording kan er zijn om kinderen die een private horecaopleiding volgen btw te doen betalen vanaf 1 januari 2014, en kinderen die een taalopleiding volgen hun schooljaar tegen hetzelfde tarief te laten uitdoen? Dat voorbeeld illustreert de impact die lobbywerk op onze wetgeving kan hebben. Tussen wetten en overheidsbeslissingen staan geregeld belangen en praktische bezwaren in de weg, waar lobbyisten op inspelen. De fiscale wetgever en zijn administratie doen er goed aan de gelijkheid van alle Belgen voor ogen te houden als ze de een of andere partij tegemoetkomen.De auteur is jurist en is als consultant dagelijks actief op de vastgoed- en mid-market M&A-markt. YANNICK DE SMETTussen wetten en overheidsbeslissingen staan geregeld belangen en praktische bezwaren in de weg, waar lobbyisten op inspelen.