Tot vorig jaar was het gebruik van oldtimers aan strenge voorwaarden gebonden. Zo mochten ze enkel tussen zonsopgang en zonsondergang de weg op. De eigenaars mochten daarvan afwijken als ze zich binnen een straal van 25 kilometer rond de standplaats van het voertuig begaven voor "behoorlijk toegelaten manifestaties", of voor "proefritten met het oog op die manifestaties". Dat creëerde een grijze zone, want de wetgever had de begrippen 'standplaats' en 'behoorlijk toegelaten manifestatie' niet omschreven.
...

Tot vorig jaar was het gebruik van oldtimers aan strenge voorwaarden gebonden. Zo mochten ze enkel tussen zonsopgang en zonsondergang de weg op. De eigenaars mochten daarvan afwijken als ze zich binnen een straal van 25 kilometer rond de standplaats van het voertuig begaven voor "behoorlijk toegelaten manifestaties", of voor "proefritten met het oog op die manifestaties". Dat creëerde een grijze zone, want de wetgever had de begrippen 'standplaats' en 'behoorlijk toegelaten manifestatie' niet omschreven. Sommige eigenaars sprongen daar creatief mee om. Er was dus behoefte aan meer duidelijkheid. Die kwam er met het koninklijk besluit van 17 juni 2013, dat van kracht werd op 1 juli 2013. Sinds die datum kunnen eigenaars voertuigen inschrijven met een O-kentekenplaat als die voldoen aan de voorwaarden om te worden erkend als oldtimers. Oldtimers met een O- of 1-O-kentekenplaat mogen nu 24 uur per dag op de openbare weg rijden. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen voertuigcategorieën. Alle voertuigen die minstens 25 jaar oud zijn, kunnen onder het oldtimerstatuut vallen. Tot voor 1 juli 2013 was er een aparte categorie van bedrijfsvoertuigen en militaire voertuigen, waarvoor de leeftijdsgrens 30 jaar bedroeg. Dat onderscheid is afgevoerd. De ouderdom van het voertuig wordt bepaald door de eerste inschrijvingsdatum op het inschrijvingsbewijs. Het bouwjaar telt daarbij niet. Voertuigen met rupsbanden -- zoals oude tanks -- vallen niet onder de nieuwe regelgeving. Het gebruik ervan is beperkt tot oldtimersmanifestaties en proefritten binnen een straal van 3 kilometer vanaf de stalplaats van het voertuig. De fiscaliteit speelt vaak een grote rol bij de beslissing om een wagen in te schrijven als oldtimer. Zo wordt de eenmalige belasting op inverkeerstelling (BIV) forfaitair bepaald op 41,76 euro. De jaarlijkse verkeersbelasting bedraagt 31,72 euro. Vooral bij voertuigen met een motor met een hoge cilinderinhoud, waarop de belasting bij een normale inschrijving hoog kan oplopen, is het statuut van oldtimer vaak heel voordelig. Daarom heeft de wetgever in de nieuwe regels toch een aantal beperkingen ingebouwd. Voertuigen die zijn ingeschreven onder een oldtimersnummerplaat mogen niet worden gebruikt voor commerciële of professionele doeleinden. Commercieel gebruik is volgens de wetgever "elk gebruik dat bedoeld is voor of gericht is op zakelijk of persoonlijk financieel gewin". Professioneel gebruik wordt omschreven als "elk gebruik ten behoeve van de beroepsuitoefening of de bedrijfsvoering". Oldtimers mogen ook niet worden gebruikt voor het woon-werkverkeer en het woon-schoolverkeer. Een derde beperking geldt voor bezoldigd vervoer en voor gratis vervoer dat met bezoldigd vervoer van personen is gelijkgesteld. Een taxibedrijf uitbaten of luchthavenvervoer aanbieden met een oldtimer kan dus bijvoorbeeld niet. Ten slotte mogen oldtimers niet dienen als werktuig of als werkmiddel voor interventieopdrachten. Bezitters van een wagen die 25 jaar of ouder is, kunnen ook blijven rijden met een normale nummerplaat, en het voertuig niet als oldtimer inschrijven. In dat geval zijn de bovenstaande beperkingen niet van toepassing. De keerzijde is dat de wagen dan wel elk jaar een gewone technische keuring moet ondergaan, die in principe gelijk is aan die van gewone voertuigen. Voertuigen van meer dan 25 jaar oud worden voor hun inschrijving als oldtimer onderworpen aan een specifieke technische keuring. Sinds 1 april 2014 is die oldtimerskeuring grondig gewijzigd. Voordien ging het om een veeleer summiere controle, waarbij vooral werd nagegaan of de wagen aan een aantal minimale veiligheidsvoorwaarden voldeed. Een strengere keuring werd als overbodig beschouwd, omdat zulke wagens toch geen grote afstanden mochten afleggen. Met de versoepeling van de gebruiksvoorwaarden is dat veranderd, en is bijgevolg ook de keuring aangepast. De vernieuwde oldtimerskeuring is grotendeels identiek aan de gewone periodieke keuring. Er zijn een aantal afwijkingen. Zo zijn oldtimers vrijgesteld van de milieutest die de hoeveelheid schadelijke uitlaatstoffen meet, van de ophangingstest en van de controle van de grootlichten. Het voertuig moet in 'originele toestand' worden voorgereden in het keuringstation. Dat betekent dat de wagen niet mag zijn omgebouwd met een andere motor of met andere niet-originele onderdelen. Een sportophanging is toegestaan, als de bodemvrijheid minstens 11 centimeter bedraagt. Oldtimers met een eerste inschrijving vanaf 15 juni 1968 moeten ook zijn uitgerust met een werkend mistlicht. Bij twijfel moet de eigenaar aan de hand van de technische documentatie van de constructeur of een specifiek werkplaatshandboek kunnen bewijzen dat een onderdeel origineel is. Een voertuig van 25 jaar en ouder dat zich niet meer in de originele toestand bevindt, kan in principe niet als oldtimer worden gekeurd en moet de gewone periodieke keuring ondergaan. Na de oldtimerskeuring wordt geen klassiek keuringsbewijs afgeleverd, maar een document over de staat van het voertuig. Zijn er te veel zware mankementen, dan mag het niet worden ingeschreven voordat die zijn hersteld en de wagen een nieuwe keuring heeft ondergaan. Worden geen of slechts enkele kleine gebreken vastgesteld, dan krijgt de eigenaar een aanvraag voor de inschrijving als oldtimer mee. Daarmee kan hij de nieuwe nummerplaat aanvragen. De specifieke keuring moet worden uitgevoerd voor de eerste inschrijving als oldtimer en telkens als de wagen van eigenaar verandert. Nadien is de wagen definitief vrijgesteld van technische keuring, tenzij hij over een lpg-installatie zou beschikken, want dan is een jaarlijkse controle verplicht. Dat is geen vrijgeleide om met een gammel wrak de wegen onveilig te maken. De wetgever heeft altijd een stok achter de deur met het artikel 26 van het technische reglement. Dat bepaalt dat geen enkel voertuig op de openbare weg mag rijden als het in een toestand verkeert die de verkeersveiligheid in het gedrang brengt. KOEN LAUWERSVoertuigen van meer dan 25 jaar oud worden voor hun inschrijving als oldtimer onderworpen aan een specifieke technische keuring.