Tony Vanwijnsberghe en zijn echtgenote Nicky Vanwijnsberghe-Proost zagen begin jaren negentig met lede ogen aan hoe de grote modehuizen massaal hun productie verhuisden naar het Verre Oosten. Ze begonnen na te denken over oplossingen om de productie dichter bij huis te houden, en dat wakkerde hun ondernemingszin aan. In 1994 richtten ze Tonickx op. "Wij hebben vanaf het begin nagedacht over hoe we ons konden onderscheiden van producenten in landen als China, India of Bangladesh. Snelheid bleek daarbij het sleutelwoord, zowel in het ontwerpen als in de productie van nieuwe collecties. Wij zijn actief in de fast fashion en vertalen de laatste trends op de catwalk naar commerciële producten. Iedere week ontwerpen we vijftien tot twintig nieuwe mode-items, die zes tot acht weken later al in de winkelrekken liggen", zegt CEO Tony Vanwijnsberghe.
...

Tony Vanwijnsberghe en zijn echtgenote Nicky Vanwijnsberghe-Proost zagen begin jaren negentig met lede ogen aan hoe de grote modehuizen massaal hun productie verhuisden naar het Verre Oosten. Ze begonnen na te denken over oplossingen om de productie dichter bij huis te houden, en dat wakkerde hun ondernemingszin aan. In 1994 richtten ze Tonickx op. "Wij hebben vanaf het begin nagedacht over hoe we ons konden onderscheiden van producenten in landen als China, India of Bangladesh. Snelheid bleek daarbij het sleutelwoord, zowel in het ontwerpen als in de productie van nieuwe collecties. Wij zijn actief in de fast fashion en vertalen de laatste trends op de catwalk naar commerciële producten. Iedere week ontwerpen we vijftien tot twintig nieuwe mode-items, die zes tot acht weken later al in de winkelrekken liggen", zegt CEO Tony Vanwijnsberghe. Het bedrijf uit Kortrijk heeft klanten in heel Europa, van moderetailers met 25 winkels tot grote namen met meer dan 2000 verkooppunten. In België zijn retailers als JBC, Bel & Bo en Lola & Liza kind aan huis, maar Tonickx levert evengoed aan grote onlineretailers zoals Zalando. Het richt zich met zijn collecties enkel op modebewuste vrouwen tussen 20 en 45 jaar. "Wij hebben heel bewust gekozen voor het segment met de grootste rotatie. Stijlvolle, jonge vrouwen kopen gemiddeld één keer per maand een nieuw kledingsetje aan." Tonickx brengt geen kleding op de markt onder zijn eigen merknaam. Die strategische keuze legt de onderneming geen windeieren. "Mijn vrouw komt uit de merkensector en wist hoe volatiel een merk is. Wat nu hip is, is over twee jaar out. De groeicurve van de private-labelmarkt verschilt ook erg van die van de merkenmarkt. In West-Europa gaat de groei van het ene merk ten koste van het andere merk. Wij hebben gekozen voor de markt met de snelste rotatie, maar ook voor de markt met de meeste groeikansen." De economische crisis slaat het hardst toe in het middensegment, waar de meeste merken zich bevinden. Het onlangs failliet verklaarde Talking French is een schoolvoorbeeld. "Je ziet dat zowel de erg dure, luxueuze merken het goed doen als de winkelketens die meer mikken op de onderkant van de markt. De mindset van de consument is ook anders dan vijf jaar geleden. Vroeger wilden vrouwen zich volledig kleden in de huisstijl van één merk, nu zie je dat ze een stuk van een merk combineren met kledingstukken van goedkopere retailers. Te grote prijsverschillen aanvaardt de consument niet meer." Hoewel private-labelretailers minder onderhevig zijn aan hypes, moeten ze wel mee zijn met de nieuwste trends om hun klanten te blijven bekoren. "Consumenten kijken niet enkel naar de prijs, ze willen ook het juiste product. Een modehuis kan in een crisismoment beslissen nog verder en goedkoper in te kopen, maar dan moet je rekenen op levertermijnen van drie à vier maanden. Je moet dus lang op voorhand inschatten wat zoveel maanden later trendy zal zijn. Wie aan de andere kant van de wereld inkoopt, beperkt ook de mogelijkheden om te freewheelen. Bij ons kunnen de klanten van bepaalde items een kleine voorraad houden en snel bijbestellen als het product blijkt aan te slaan. Zo verkleinen ze het voorraadrisico. Gelukkig voor Tonickx geeft dat vaak de doorslag in het keuzeproces." Tijdens de economische crisis slaagde Tonickx erin zich verder te profileren als Europese draaischijf voor vrouwenkleding. "We konden nieuwe klanten aantrekken, die tegen hun eigen logge inkoopstructuur opboksten. Doorgaans zijn modebedrijven heel goed in het performant aankopen van goedkope basics, maar de echte fashion heeft puur te maken met snelheid. Als je niet in staat bent heel kort op de bal te spelen, loop je veel verkoop mis", zegt Tony Vanwijnsberghe. "De basis van ons succes is een goede logistieke keten. Wij werken louter op bestelling. Zodra een klant een order bij ons plaatst, kopen we onze grondstoffen in en beginnen we te produceren. Om de hele keten, van productdesign tot levering, goed onder controle te houden, zijn we verticaal geïntegreerd. Zo houden we zelf de touwtjes in handen en kunnen we kwaliteit garanderen. Onze stoffen kopen we aan in Italië, Turkije en China. Vroeger werkten we daarvoor samen met externe producenten, maar de kwaliteit varieerde te veel. Daarom hebben we zes jaar geleden in China een productie-eenheid opgericht voor onze grondstoffen. Om het snel te laten gaan, worden deze meestal per luchtvracht verstuurd naar onze productievestigingen in Tunesië en Roemenië." In zijn begindagen produceerde Tonickx enkel in Tunesië, maar vanaf 2005 kreeg de private-labelproducent sterke concurrentie uit het opkomende textielland Turkije. "Turkse bedrijven konden tien dagen sneller leveren dan wij. Omdat wij ons net onderscheiden door onze snelheid, besloten we ook een vestiging in Roemenië te openen." Nu vragen e-commercebedrijven aan Tonickx om nog sneller te kunnen leveren, het liefst in maximaal drie weken. "We bekijken hoe we onze logistieke keten nog kunnen verkorten", zegt Vanwijnsberghe. "Niet alleen de crisis, maar ook de opkomst van e-commerce heeft de voorbije jaren heel wat traditionele fashionbedrijven platgewalst. Zelfs postorderbedrijven als 3Suisses en La Redoute, die over de knowhow en het logistieke netwerk beschikken om klanten buiten winkelvestigingen te beleveren, hebben terrein moeten prijsgeven. Ze hebben de snelheid en het concept van e-commerce schromelijk onderschat." Tony Vanwijnsberghe ziet de retailconcepten veranderen onder invloed van de economische situatie. "Nu kopen de meeste modeketens nog 70 tot 80 procent van hun collectie aan in het Verre Oosten, maar dat model van goedkoop grote hoeveelheden aankopen, staat hoe langer hoe meer onder druk. Organisaties willen zo weinig mogelijk voorraad hebben en het werkkapitaal verminderen. We zien dat retailers minder risico's nemen." Om op te boksen tegen de Zalando's van deze wereld, werken Belgische retailers almaar klantgerichter. Zo ziet Vanwijnsberghe dat retailers een sterker onderscheid maken tussen de collecties voor Wallonië en die voor Vlaanderen. Er worden ook steeds meer concepten gelanceerd waarbij klanten nog een eigen toets kunnen toevoegen aan een product. Nog een evolutie is dat bedrijven worden afgerekend op hun ethische werkwijze en ecologische voetafdruk. Geen enkele retailer wil in de schoenen staan van de fashionretailers die mensen tewerkstelden in Rana Plaza in Bangladesh, waar meer dan 1100 textielarbeiders omkwamen toen de fabriek waarin ze werkten, instortte. Retailers eisen daarom steeds meer transparantie in het productieproces. "Ik ben er bovendien van overtuigd dat consumenten over twee à drie jaar ook willen weten waar en door wie hun product is gemaakt. 'Made in Europe' zal weer aantrekkelijk zijn", meent Vanwijnsberghe. MAAIKE THOEN, FOTOGRAFIE THOMAS DE BOEVER"Te grote prijsverschillen aanvaardt de consument niet meer"