De publieke elektriciteitsproducent SPE onderhandelt alleen nog met het Franse Electricité de France ( EdF), de grootste stroomproducent ter wereld, over een samenwerkingsverband. In een eerste fase zal EdF een participatie van 10% in SPE nemen. De waarde van de - buiten Electrabel - enige serieuze elektriciteitsproducent van België mag op 43 miljard frank worden geschat. Bekend was dat SPE onderhandelde met drie kandidaten: naast EdF waren ook de Duitse stroombedrijven RWE en E.ON geïnteresseerd in SPE.
...

De publieke elektriciteitsproducent SPE onderhandelt alleen nog met het Franse Electricité de France ( EdF), de grootste stroomproducent ter wereld, over een samenwerkingsverband. In een eerste fase zal EdF een participatie van 10% in SPE nemen. De waarde van de - buiten Electrabel - enige serieuze elektriciteitsproducent van België mag op 43 miljard frank worden geschat. Bekend was dat SPE onderhandelde met drie kandidaten: naast EdF waren ook de Duitse stroombedrijven RWE en E.ON geïnteresseerd in SPE. De achilleshiel van ElectrabelDe verkoop van SPE is van een niet te onderschatten strategisch belang voor de Belgische energiemarkt. Vandaag is ernstige concurrentie op de Belgische energiemarkt onmogelijk door de beperkte stroominvoermogelijkheden.Wie een stuk van de Belgische elektriciteitsmarkt wil, moet met andere woorden hier te lande productiecapaciteit hebben. De concurrenten kunnen de nodige centrales verwerven via SPE, goed voor een tiende van het opgestelde vermogen in België. RWE bouwt samen met Electrabel wel enkele nieuwe centrales in het Antwerpse havengebied, maar die zullen ten vroegste in 2004 stroom opwekken.Wie SPE verwerft, koopt zich bovendien in in het hoogspanningsnet en krijgt een link met de intercommunales, die de deur naar de KMO's en gezinnen openen. SPE is dus het paard van Troje voor de concurrentie om de Belgische markt te bestormen en de achilleshiel voor het productiemonopolie van Electrabel. Van een vrije energiemarkt zal in elk geval pas sprake zijn als er ten minste twee lokale, concurrerende producenten zijn.SPE en Electrabel hebben elkaar nooit beconcurreerd, integendeel. De producenten sloten in 1995 een pax electrica en verdeelden de markt netjes onder elkaar. Electrabel en SPE brachten de productiemiddelen en het hoogspanningsnet in het samenwerkingsverband CPTE. Electrabel kreeg 91,5%, SPE 8,5% van de aandelen. Via CPTE controleert Electrabel ruim 90% van de productiecapaciteit in België. Deze monopolisatie van de productie is de hoeksteen van de Electrabel-strategie om zijn miljardenwinsten ook in een vrijgemaakte markt veilig te stellen. SPE wou in een vrije markt echter niet langer aan het handje van Electrabel lopen en blies daarom eind vorig jaar het huwelijk met Electrabel op. SPE ging meteen op zoek naar een buitenlandse partner, met als beperkte voorwaarde dat de meerderheid van SPE openbaar moet blijven.Dikke vriendjes met EdFDe strategie van Electrabel ligt echter nog niet in duigen als SPE aan EdF wordt verkocht. Electrabel beseft wellicht ook dat de concubine met SPE de concurrentieregels niet overleeft, dus ziet Electrabel SPE graag in handen van de vrienden van EdF. Electrabel en EdF doen eigenlijk een asset swap: ze ruilen activa uit. Electrabel mag al mee de elektriciteit van Compagnie Nationale du Rhône ( CNR) - een lokale Franse speler in handen van de lokale overheden, de Franse spoorwegen en EdF - commercialiseren. Dat was voor Electrabel een troostprijs, omdat de vakbonden de geplande privatisering van CNR blokkeerden. EdF krijgt in ruil SPE. Een asset swap heeft twee voordelen en één nadeel. Beide voordelen zijn voor EdF en Electrabel. Eén: door activa te ruilen, blokkeren de stroomleveranciers de toegang tot de eigen markt voor echte concurrenten. Twee: Electrabel en EdF kunnen toch vertellen dat ze de vrije markt genegen zijn, want ze laten 'concurrentie' toe tot de eigen markt. Het nadeel: de consument blijft op de Belgische markt verstoken van prijsverlagende concurrenten.Zo'n concurrent was RWE geweest, dat lang in pole position lag om in zee te gaan met SPE. Er was zelfs een mondeling akkoord tussen SPE en RWE voor een participatie van 49%. Een Spaans avontuur doorkruiste deze plannen. RWE was ten zeerste geïnteresseerd in het belang van 10% dat Electrabel in het Spaanse Hidrocantábrico had. RWE wou Electrabel daarom niet voor het hoofd stoten door SPE te kopen. Electrabel verkocht zijn Spaanse participatie echter aan het hoogst biedende Ferroatlantica. Ondertussen had EdF RWE voorbijgefietst in de race om SPE. Daarbij loopt doorheen de aandeelhoudersstructuur van SPE (bestaande uit gemeenten, intercommunales, Dexia en OMOB) een communautaire breuklijn. De Waalse aandeelhouders zijn pro EdF, terwijl de Vlaamse pro RWE zijn. Het is echter Frankrijk dat de wet dicteert op de Belgische energiemarkt. Daan Killemaes