De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer.
...

De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer. Reacties: visienoels@trends.beDe Europeanen sparen 14,3 % van hun inkomen, de Japanners 14 %, en de Amerikanen bijna niets. De groei in Europa en Japan is laag, terwijl de VS sterke groeicijfers neerzet. Veel meer hebben sommigen niet nodig om te besluiten dat sparen de vijand van economische groei is, en consumptie een bron van welvaart. 'Bubbel-auto's' zijn uit de mode. Na de aanslagen van 11 september 2001 werd de onvermoeibare Amerikaanse consument opgeroepen om 'in het belang van de natie een tandje bij te steken'. Het leverde komische beelden op van mensen die stonden te niksen in Disneyland omdat de president had gevraagd geld uit te geven. Het betekende ook het startschot van een dolle autoverkoop: 'koop nu en betaal over drie jaar'. Sindsdien schaffen Amerikanen zich vlotjes auto's aan, terwijl ze zeggen dat ze die niet echt nodig hebben (zie grafiek). We zijn nu drie jaar later. De afbetalingen voor de auto's van de post-9/11-koopwoede vallen voor het eerst in de brievenbussen. General Motors was één van de grote promotors van die campagne, onder het motto 'Keep America rolling'. Trouwens, de problemen waarmee de Amerikaanse autoconstructeurs vandaag worden geconfronteerd, zijn niets meer dan de échte schade van 11 september 2001: een boemerang die drie jaar onderweg was... De helft van de verkochte wagens in de VS is vandaag nog steeds van het SUV-type (sports utility vehicle): benzineverslindende mastodonten die we in de volgende regels met de term 'bubbel-auto's' zullen omschrijven, omdat ze werden ontworpen in de jaren van de dotcomgekte. Helaas blijken bubbel-auto's een even irrationele hype te zijn geweest en vallen de verkoopcijfers nu terug. Deze consumptiestorm heeft de afgelopen drie jaar de economische groei in de VS sterk de hoogte in gejaagd. Maar in werkelijkheid heeft hij niet zozeer welvaart gecreëerd, wél toekomstige aankopen vervroegd. En paradoxaal genoeg heeft de Amerikaanse consumptie vooral welvaart gecreëerd in het buitenland: van elke additionele dollar die de Amerikanen vandaag spenderen, stroomt meer dan 50 cent naar het buitenland. Dat was slechts 25 cent in 1997, en zelfs maar 15 cent in 1991. Het verklaart meteen waarom de consumptiegroei in de VS minder en minder leidt tot Amerikaanse banengroei. Liever plezier. Je moet geen Nobelprijskandidaat Economie zijn om in te zien dat iets kopen wat je niet nodig hebt én niet kunt betalen, geen problemen oplost maar er creëert. Het is bovendien absoluut niet nodig om mensen aan te moedigen om te consumeren. De menselijke soort verkiest van nature onmiddellijk genot boven uitgesteld genot. Sparen is dus bijna tegennatuurlijk en er wordt dan ook een vergoeding voor gevraagd: rente. Sparen doe je alleen maar uit onzekerheid over de toekomst. Echte rijkdom genereert een land alleen maar via productieve investeringen. Zij zorgen voor een verhoging van de productiviteit en hebben gunstige en duurzame gevolgen voor de consumptie. Productieve investeringen verhogen immers de koopkracht, en niet de schuldgraad van de consument. Een goed beleid moet dus mikken op investeringen in plaats van consumptie. Net zoals iemand die meer melk wil, een koe nodig heeft en niet meer glazen. 'Hartz' tegen 'hard'! De ontwikkelingen in Duitsland zijn wat dat betreft interessant. Het land leert dat je drastische maatregelen alleen via een schokeffect kunt invoeren. De dreiging dat belangrijke Duitse bedrijven zoals Siemens, Volkswagen en Bosch het land zouden verlaten, zorgde ervoor dat de regering-Schröder een scherpe bocht maakte. In sommige bedrijven keerden werknemers zich zelfs tegen hun eigen vakbonden om de neerwaartse spiraal van destructief dogmatisch redeneren te doorbreken. De zogenaamde Hartz-wetten (genoemd naar de commissie die de arbeidsmarkthervorming uitwerkte) willen de werkloosheid ombuigen door scholing, steun voor starters en 'kleine banen'. Tegelijk hebben de Duitsers ook de zoekimpulsen sterk verhoogd door de werkloosheidsvergoedingen te beperken in de tijd. Een fluwelen revolutie die hopelijk snel vruchten afwerpt. Laat het slechte nieuws maar komen. Iedereen weet dat er een probleem is met de betaalbaarheid van de pensioenen en met de houdbaarheid van de stijgende gezondheidskosten. En iedereen is er zich ook van bewust dat bedrijven geen nieuwe investeringen willen doen in onze regio. Alle onderzoek heeft echter bevestigd dat mensen verkiezen om slecht nieuws te krijgen, als dergelijke onheilstijdingen ook leiden tot de aanpak van het probleem. Inleveren zet zelfs geen rem op de consumptie, als het geld maar goed wordt besteed. Dat België heeft ingeleverd om van start te kunnen gaan met de euro, was bijvoorbeeld heel heilzaam voor ons landje. In tegenstelling tot wat politici in euroland beweren, snakt de consument dus niet naar (ongeloofwaardig) goed nieuws. Slecht nieuws kan de Europese consument wel bevrijden van zijn spaarwoede, als hij gelooft dat het de aanzet is om de problemen aan te pakken. Duitsland en Nederland tonen momenteel de weg: de pijnlijke maatregelen van de regeringen daar zorgen al een half jaar voor een stijgend consumentenvertrouwen. De positieve effecten op de groei en de consumptie zullen later wel volgen. Waar wachten andere landen op om het slechte nieuws naar buiten te brengen? Geert Noels