Petrus Regout was een vooruitstrevende, hyperdynamische ondernemer, maar kreeg een inktzwarte reputatie door zijn asociale beleid.
...

Petrus Regout was een vooruitstrevende, hyperdynamische ondernemer, maar kreeg een inktzwarte reputatie door zijn asociale beleid. Als tegenhanger van de grootste Nederlander verkoos weekblad HP-De Tijd in 2004 de "ergste Nederlander aller tijden" en in de categorie ondernemers werd Petrus Regout als een van de eerste genomineerd. Zijn associatie met kinderarbeid was de oorzaak. De naam Regout is daardoor tot vandaag besmet in Maastricht. Pas in 1965 kreeg Menier Pierre zijn standbeeld, dat in de jaren zeventig geregeld werd beklad. In 1841 maakten jongens van negen tot vijftien jaar ruim de helft van Regouts personeel uit. De spinnerij en weverij van het Rooms Catholiek Armenhuis draaide zelfs voor tachtig procent op de kinderen die er in de kost waren. In de Utrechtse kleinijverheid was een vijfde van het personeel geen twaalf, in textielfabrieken werkte tot vijfenveertig procent kinderen. Schrikbarend hoog waren ook de percentages in de sigarenfabrieken en de mattenindustrie. Enquête na enquête leidde niet tot grote verbeteringen. Petrus Regout verzette zich tegen een verbod op kinderarbeid, vroeg ontheffing voor sommige bedrijven, zoals glas- en kristalblazerijen. Een tegemoetkoming was een tekst aan de fabriekspoorten met de tekst:"Voor 't vervolg zullen geene kinderen in de fabriek aangenomen worden, welke de eerste H. Communie niet gedaan hebben". Dat deed men toen als de kinderen minimaal tien jaar en zes maanden waren. De enige sociale voorzieningen bij Regout waren gratis doktershulp, "onderstand" aan weduwen en wezen en uitkeringen van 50 à 60 procent van het loon bij ziekte. Weliswaar werd deze "Ziektekas" grotendeels gevuld door bijdragen van de werknemers en de boeten voor het gooien met zand en water en het vloeken. Petrus Regout poogde de gemeente Maastricht te overtuigen om hygiënische woonkazernes met stromend water en toiletten te bouwen. Om zijn arbeiders weg te krijgen van de bordelen en andere oorden van verderf streefde hij naar hun kazernering. In 1863 werd naar Parijs voorbeeld een cité ouvrière, de Groete Bouw, brandveilig opgetrokken met ijzeren balken en bakstenen, op elke verdieping een groot Christusbeeld. Zeventig gezinnen woonden in de arbeidskazerne, met eigen lijkenhuis. Het mensenpakhuis was een verbetering vergeleken met de krotten die de paupers verlieten. Velen zien Petrus Regout nog altijd als de "ergste Nederlander aller tijden".