Sedert 1800 is de wereldwijde levensstandaard er stevig op vooruitgegaan. Van een universele gelijkmatige verbetering is weliswaar niet echt sprake, maar nooit eerder in de geschiedenis zag de mens in het algemeen zijn lot zo sterk verbeteren als in de jongste twee eeuwen. Niet toevallig heeft de vrije markt zich precies in die 200 jaar ontwikkeld. De jongste decennia is de vrije markt alsmaar beter ontbolsterd en juist in die meest recente periode is de algemene vooruitgang het grootst.
...

Sedert 1800 is de wereldwijde levensstandaard er stevig op vooruitgegaan. Van een universele gelijkmatige verbetering is weliswaar niet echt sprake, maar nooit eerder in de geschiedenis zag de mens in het algemeen zijn lot zo sterk verbeteren als in de jongste twee eeuwen. Niet toevallig heeft de vrije markt zich precies in die 200 jaar ontwikkeld. De jongste decennia is de vrije markt alsmaar beter ontbolsterd en juist in die meest recente periode is de algemene vooruitgang het grootst.De evolutie van de materiële welstand, die door economen gemeten wordt aan de hand van het bruto binnenlands product (BBP), klom tussen 1950 en 1995 met gemiddeld 2,7% per jaar in de industrielanden en met 2,5% in de ontwikkelingslanden. Tussen 1995 en 2000 steeg het BBP jaarlijks met 2,6% in de industrielanden en met 3,7% in de ontwikkelingslanden. Kortom, in de periode dat de antiglobalisten op de barricaden sprongen met hun vernietigende kritiek op de vrijemarkteconomie, lag de welvaartstoename hoger in de armere landen. Wel moet aangestipt worden dat de groei in Latijns-Amerika kleiner uitvalt (1,3%) en in Afrika onbeduidend is (0,5%).Met zulke onweerlegbare feiten, cijfers en studies toont Johan Van Overtveldt, chief economist van Trends, in Marktzege(n) het grote ongelijk van de antiglobalisten aan. Opmerkelijk aan dit zorgvuldig door onderzoek gestutte boek is vooral dat de auteur zich niet laat verleiden tot een ideologisch debat. Dan zou hij immers in hetzelfde zieke bedje slapen als de antiglobalisten, waarbij zich zowel bewust blinde ideologische haviken als jammerlijk naïeve duiven bevinden. Zij argumenteren met emotionele kreten en politieke slogans. Van Overtveldt riposteert niet met loze leuzen, maar met feitenmateriaal. Hij spreekt de ratio aan. De lectuur vergt dan ook een inspanning, maar dan wel één die echt de moeite loont. Als er een trofee voor economische eruditie bestaat, moet die dit jaar zeker naar de auteur van dit boek gaan. (Wel een doodzonde dat een uitgave met zo'n grandioze expositie van economische fundamenten en onderzoekers geen namen- en zakenregister bevat.) Meteen reikt Van Overtveldt ook een krachtig antidotum aan tegen de verkleutering van de politiek, tegen de politiek die alleen nog lalt en bralt in tv-spelletjes, tegen de politiek die zich laat meetronen door modieus geraas, maar zich vooral niet de moeite getroost om grondig te onderzoeken welke modellen wérken. Voodoo-economie. De antiglobalistische beweging verwerpt de vrijemarkteconomie om uiteenlopende redenen, die Van Overtveldt samenvat in zes aanklachten. In evenveel hoofdstukken schuift hij één voor één de beschuldigingen onder de loep. Geen enkele weerstaat zijn analyse. Hij kaatst de kritiek dan ook terug in de ondertitel: Zes aanklachten tegen het antiglobalisme. Eerst onderzoekt Van Overtveldt de beschuldiging dat de vrijemarkteconomie te veel drijft op puur financiële transacties, speculatie en woekerwinsten. Voor leken lijken de complexe en explosief gegroeide systemen op de financiële markten vaak voodoo-economie, die nog maar bitter weinig te maken heeft met de dagelijkse tasbare realiteit van werkgelegenheid, productie en investeringen. Dat gebrek aan vertrouwdheid leidt tot achterdocht, vooroordelen en vlijmscherpe beschuldigingen. Van Overtveldt nuanceert de term casinokapitalisme en wijst erop dat ook de ingewikkelde technieken van de financiële derivaten de industriële risico's beter indekken én goedkoper maken. Zelfs de Tobintaks (op speculatieve geldbewegingen), één van de totems van de antiglobalisten, dreigt een averechts effect te krijgen: ze doet de investeringsstroom richting minst ontwikkelde landen opdrogen. Alternatieve agenda. Ook de overige vijf aanklachten worden consciëntieus ontzenuwd. Passeren de revue en worden omver gekegeld: de vrijemarkteconomie bedreigt de algemene welvaart en het welzijn, zorgt voor een alsmaar ongelijkere inkomensverdeling, put de grondstoffen en energiebronnen uit, verloedert het milieu en ondermijnt de democratie door de machtsconcentratie bij kolossale privé-ondernemingen. Toch vindt ook Van Overtveldt dat een aantal praktijken bijsturing nodig hebben. Hij sluit dan ook af met een alternatieve agenda, waarin hij onder meer pleit voor een andere rol van het Internationaal Monetair Fonds ( IMF), een kordate afschaffing van handelsprotectionisme, een meer marktconform milieubeleid, een doordachte antimonopoliepolitiek en een ontwikkelingshulp die niet langer in de handen is van de bureaucratische molen van de grote ontwikkelingsorganisaties, die finaal meer voor zichzelf opkomen dan voor een efficiënte hulp. Luc De Decker Johan Van Overtveldt, Marktzege(n) - Zes aanklachten tegen het antiglobalisme. Pelckmans, 165 blz., 15,95 euro.Johan Van Overtveldt reikt een krachtig antidotum aan tegen de verkleutering van de politiek.