Een oude volkswijsheid zegt dat waar er geld is, ruzie komt. Een moderne Vlaamse wijsheid zou kunnen zeggen: waar er veel geld is, is er veel ruzie. Drie miljard euro heeft Vlaams minister van Begroting Dirk Van Mechelen (Open VLD) uitstaan. En dus dacht de politicus uit Kapellen wat snoepjes te kunnen uitdelen. 600 miljoen euro wil hij geven aan de 308 Vlaamse gemeenten. Zij kunnen daarmee hun schuldpositie verlichten.
...

Een oude volkswijsheid zegt dat waar er geld is, ruzie komt. Een moderne Vlaamse wijsheid zou kunnen zeggen: waar er veel geld is, is er veel ruzie. Drie miljard euro heeft Vlaams minister van Begroting Dirk Van Mechelen (Open VLD) uitstaan. En dus dacht de politicus uit Kapellen wat snoepjes te kunnen uitdelen. 600 miljoen euro wil hij geven aan de 308 Vlaamse gemeenten. Zij kunnen daarmee hun schuldpositie verlichten. En de wachtlijst van de gehandicapten dan, vroeg minister Steven Vanackere zich af. Of de zorgverzekering, dacht de Vlaamse SP.A-fractie. Iedere minister liep zijn verlanglijstje af om te kijken waar hij 600 miljoen euro zou kunnen uitgeven. Blijkbaar moet Van Mechelen een spoedcursus begroting geven aan zijn collega's. Vlaanderen zorgt er via het opbouwen van een financieel overschot voor dat België aan de Europese begrotingscriteria kan voldoen. Dat geld mag echter niet ingezet worden voor klassieke overheidsuitgaven. Het mag enkel belegd worden of gebruikt voor het terugbetalen van schulden. Het gevolg van een manke staatshervorming is dat Vlaanderen steeds meer geld krijgt en er geen bevoegdheden bijkrijgt (omdat Wallonië nood aan geld heeft om zijn bestaande bevoegdheden betaald te krijgen). Het resultaat daarvan is twee miljard euro in beleggingen, 360 miljoen euro in een Toekomstfonds en 600 miljoen euro als betalingskredieten op overschot. Het is die laatste 600 miljoen die Van Mechelen wil besteden. Hij bedacht een eenvoudig systeem: 100 euro schuld per inwoner zou overgenomen worden door de Vlaamse overheid. Wie onvoldoende schulden heeft, kan dat geld in een pensioenfonds of reservefonds stoppen. De gemeenten, die volop aan het werken zijn aan hun begroting 2008, juichten. Dirk Van Mechelen rekent erop dat deze impuls gemeenten ervan zal weerhouden lokale belastingen op te trekken en daardoor Vlaamse lastenverlagingen teniet te doen. De 308 Vlaamse gemeenten dragen 8,8 miljard euro schulden met zich mee. De schuldaflossingen kosten 14 % van de gewone uitgaven. Globaal is de financiële toestand echter nog goed dankzij overschotten uit het verleden. Maar de toekomst kleurt niet roze. In 2007 stijgen de inkomsten van de gemeenten minder dan de inflatie (+2,2 %) en stijgen de uitgaven sterker dan verwacht (+3,6 %). En het wordt er niet beter op. Ten eerste zijn er de energiefacturen die onnoemelijk duurder worden (tot 80 %). Dat is een combinatie van het verlies aan dividenden uit de energie-intercommunales, de prijsstijgingen door de dure olie en het wegvallen van het voorkeurtarief voor elektriciteit. Ten tweede versnelt de groeiende inflatie de indexering van de lonen. De personeelskosten stijgen nog om andere redenen: meer kenniswerkers en verouderend personeelsbestand. Ten derde slaat de vergrijzing toe via hogere uitgaven voor rusthuizen en lagere fiscale inkomsten door het toenemend aantal gepensioneerden. Ten slotte worden de gemeenten geconfronteerd met zeer zware (en verplichte) investeringen in waterzuivering. En het wordt nog slechter. Het ziet ernaar uit dat Vlaanderen de ruimte zal krijgen voor een lastenverlaging in de personenbelasting. Dat leidt automatisch tot minder inkomsten voor de gemeenten. En de idee om contractuele ambtenaren (die in de gemeenten meer dan 50 % van het totale ambtenarenkorps uitmaken) een tweede pensioenpijler te geven, zal de gemeenten ook geld kosten. Hoe goed bedoeld het idee van Dirk Van Mechelen ook is, het wordt tijd om eens ernstig na te denken over de fiscaliteit van de gemeenten. Vlaams minister-president Kris Peeters uitte dinsdag trouwens al de wens om tot een globaal pact met de gemeenten te komen. Want wie kan de gemeenten verbieden na de schuldverlichting toch de belastingen op te trekken of een nieuwe schuld aan te gaan, argumenteert Peeters. Niemand kan dat en dat is maar goed ook. Het is de fiscale autonomie waar Vlaanderen voor zichzelf zo graag voor pleit. De Vlaamse gemeenten hebben een eigen fiscaliteit die goed is voor 47 % van hun middelen. De rest komt van een dotatie van de hogere overheden. Die 47 % is in Europees perspectief een hoog percentage. Hoe meer een overheid zelf verantwoordelijk is voor inkomsten én uitgaven, hoe beter. Het geeft de keuze tussen belastingverhoging en uitgavenbesparing. En de kiezer moet oordelen of hij de gevolgde weg aanvaardt. Al te vaak zijn gemeenten alternatieve taksen bij bedrijven gaan zoeken. Die protesteren minder dan burgers, en vooral, die gaan niet stemmen bij verkiezingen. Waarom zouden niet alle bedrijfsbelastingen afgeschaft worden en wordt er naar analogie van de personenbelasting geen gedeelte van de vennootschapsbelasting door de gemeenten geheven? En moet de aanvullende personenbelasting die de gemeenten ten goede komt, niet eerder op de belastbare basis in plaats van op de betaalde belastingen berekend worden? Dat zou vermijden dat federale of Vlaamse belastingverlagingen leiden tot minder inkomsten voor gemeenten. Zo'n grondige hervorming van de gemeentelijke fiscaliteit moet de kern van het debat worden.Guido Muelenaer (de auteur is hoofdredacteur)