In het kielzog van de Amerikaanse economie - die in het derde kwartaal van vorig jaar opnieuw met groei aanknoopte - is ook de uitzendsector in de Verenigde Staten sinds september 2009 aan de betere hand. De uitzendsector is er dus sneller hersteld dan de arbeidsmarkt, aangezien er tot in november banen verloren gingen (sindsdien wisselen creatie en vernietiging van banen elkaar af). Zoals u echter kunt zien op de grafiek 'Arbeidsmarkt en uitzendmarkt in de Verenigde Staten', heeft het uitzendvolume nog altijd achterstand op de globale arbeidsmarkt. Zoals gewoonlijk loopt Europa een beetje achter: het uitzendvolume is hier op jaarbasis pas begin dit jaar opnieuw positief na een dieptepunt van -40 % in 2009. Die sterke verbetering is zowel te danken aan het herstel van de markt door het aantrekken van de economie als aan een gunstigere vergelijkingsbasis (de cijfers van de eerste maanden van 2010 worden vergeleken met de heel moeilijke eerste maanden van 2009).
...

In het kielzog van de Amerikaanse economie - die in het derde kwartaal van vorig jaar opnieuw met groei aanknoopte - is ook de uitzendsector in de Verenigde Staten sinds september 2009 aan de betere hand. De uitzendsector is er dus sneller hersteld dan de arbeidsmarkt, aangezien er tot in november banen verloren gingen (sindsdien wisselen creatie en vernietiging van banen elkaar af). Zoals u echter kunt zien op de grafiek 'Arbeidsmarkt en uitzendmarkt in de Verenigde Staten', heeft het uitzendvolume nog altijd achterstand op de globale arbeidsmarkt. Zoals gewoonlijk loopt Europa een beetje achter: het uitzendvolume is hier op jaarbasis pas begin dit jaar opnieuw positief na een dieptepunt van -40 % in 2009. Die sterke verbetering is zowel te danken aan het herstel van de markt door het aantrekken van de economie als aan een gunstigere vergelijkingsbasis (de cijfers van de eerste maanden van 2010 worden vergeleken met de heel moeilijke eerste maanden van 2009). Over heel 2009 is de uitzendarbeid in de meeste Europese landen met ruim 20 % gedaald. In Duitsland was er zelfs sprake van een daling van 30 %. De omvang van de terugval was echter veel beperkter op het einde van het jaar dan in de eerste maanden. Zo bedroeg de terugval in België in december 2009 nog slechts 8,1 % tegenover een jaar eerder, terwijl dat in de maand mei nog 30,2 % was (tegenover mei 2008). Ons land heeft het dus beter gedaan dan de rest van Europa, vooral op het einde van het jaar. Die goede prestatie stemt overigens veel waarnemers optimistisch omdat onze economie wordt beschouwd als een voorlopende indicator voor het Oude Continent. Onze economie heeft immers een sterke focus op halffabricaten. Het is dus duidelijk dat het uitzendvolume in 2010 (aanzienlijk) zal toenemen. De sector zal de daling van 2008-2009 geleidelijk aan goed kunnen maken en zijn groei op lange termijn weer kunnen voortzetten. De uitzendsector beantwoordt immers aan talrijke behoeften van bedrijven en vooral aan hun behoefte aan flexibiliteit in een context van afwisselende economische cycli. Uitzendbedrijven voorzien bedrijven van de nodige human resources tijdens activiteitspieken en stellen bedrijven in staat om gemakkelijker personeel te vervangen dat afwezig is wegens ziekte of diverse vakanties (jaarlijks verlof, loopbaanonderbrekingen of ouderschapsverlof). Dat laatste is zeker een troef nu Europa overweegt om de minimumduur van het bevallingsverlof op te trekken. Over flexibiliteit gesproken: ook de uitzendbedrijven zelf moeten over de soepelheid van een slangenmens beschikken om tijdens crisisperiodes het hoofd boven water te kunnen houden. Hun inkomsten dalen namelijk sterk tijdens recessies, wat uiteraard een sterke impact heeft op hun marges, aangezien een groot deel van de kosten niet kan worden beperkt. Door die dubbele daling van zowel de inkomsten als de marges, zien ze hun winsten krimpen of belanden ze zelfs in de rode cijfers. Dat roetsjbaanfenomeen wordt bovendien extra versterkt door de beurs, aangezien beleggers in gunstige periodes de waarderingsratio's doen stijgen. Zo berekende Andrew Steinerman, een analist van JP Morgan Securities, dat de verhouding bedrijfswaarde*/omzet van Manpower tijdens de laatste groeifase van de Amerikaanse economie (van december 2001 tot november 2007) tussen 0,25 en 0,43 bedroeg (tegenover een piek van 0,6 in 1997) met een gemiddelde van 0,32. Ondanks het feit dat ook de omzet van de groep erop achteruit was gegaan, schommelde die verhouding tijdens de recentste recessie verschillende maanden rond 0,1. Momenteel bedraagt de verhouding bedrijfswaarde/omzet van Manpower 0,28, wat aangeeft dat het aandeel zeker nog niet overdreven hoog gewaardeerd is, vooral niet als we rekening houden met een omzetstijging dit jaar. Waarschijnlijk zal dat zelfs redelijk snel gebeuren, want Manpower realiseert 10 % van zijn omzet in de Verenigde Staten, waar het herstel al is ingezet. Bovendien is 31 % van de omzet afkomstig uit Frankrijk, waar de uitzendmarkt profiteert van de maatregelen die voor de crisis zijn genomen om de markt dynamischer te maken. In december 2009 had de markt nog maar 5,7 % achterstand tegenover december van het jaar ervoor. Adecco, Randstad en Manpower, de drie wereldleiders in de uitzendsector, zijn trouwens alle drie sterk aanwezig in de Verenigde Staten en in Frankrijk. Dat heeft hun geen windeieren gelegd op de beurs, maar de keerzijde van de medaille is wel dat hun waarderingen nu hoger zijn dan die van hun concurrenten (zie tabel). Daarom lijkt het ons een goed idee om in die concurrenten te beleggen (zie kader). We beleggen echter liever niet in Adecco, Randstad en Manpower zelf, ook al zijn talrijke analisten het erover eens dat hun vooruitzichten voor het begin van 2010 goed zijn. (C) * beurskapitalisatie + netto financiële schulden Door Cédric BoitteDoor de opgelopen waardering zijn Adecco, Randstad en Manpower niet meer interessant als belegging.