Schone Kleren zonder regeldrift

De koopjes en zelfs de nieuwe kledingcollecties doen het goed, ondanks de crisis. In haar rapport ‘Wij willen Schone Kleren’ neemt de Schone Kleren Campagne (een samenwerkingsverband van vakbonden, ngo’s en consumentenorganisaties) de productieomstandigheden en het aankoopgedrag onder de loep van 33 kledingbedrijven op de Belgische markt. Er valt nog heel wat aan te merken op de voorwaarden waarin kleding, ook duurdere merken, geproduceerd wordt. Toch brengt Schone Kleren een genuanceerd beeld: het rapport spijkert geen bedrijven aan de schandpaal.

Wat het rapport niet zegt, is dat door de hevige concurrentiestrijd de meeste kledingbedrijven geen maatschappelijke doelen kunnen realiseren zonder de consumenten of hun aandeelhouders op kosten te jagen. Het is de prijsbewuste consument die kledingbedrijven – met of zonder gedragscodes – massaal naar productielanden drijft die het niet nauw nemen met sociale wetgeving, zoals China of Vietnam. Op hun beurt oefenen merken en ketens druk uit op hun leveranciers om prijsverminderingen en kortere leveringstermijnen af te dwingen. Geen wonder dat 29 van de 33 onderzochte kledingbedrijven een gedragscode hebben, maar dat hun aankooppraktijken vaak ingaan tegen hun engagement op papier.

Schone Kleren stelt vast dat maar weinig bedrijven een duurzame relatie opbouwen met leveranciers in lagelonenlanden; ze zijn ook niet bereid verbeterplannen van hun toeleveranciers en onderaannemers financieel te ondersteunen. De organisatie pleit dan ook voor een dwingend wettelijk kader. Bedrijven zouden verplicht transparant moeten zijn over de invulling van hun sociale verantwoordelijkheid.

Politici zullen het graag horen, maar goedbedoelde wetten produceren meer dan eens schadelijke neveneffecten. Een blinde vlek van Schone Kleren is dat dergelijke campagnes het ondernemers in ontwikkelingslanden moeilijker maken om een eigen bedrijfje op te starten. Blinde regeldrift dreigt kleine gespecialiseerde onderaannemers, op het raakvlak tussen formele en informele economie, verder te marginaliseren. Dat speelt in de kaart van plaatselijke concerns, terwijl in die landen juist de kleine, traditionele patron meer om zijn mensen geeft dan grote, gevestigde kledingfabrieken met een prikklok en arbeiders die labeuren in ‘legbatterijen’. Zo houden we in opkomende economieën de gapende kloof tussen arm en rijk in stand.

Het is goed dat Schone Kleren de dialoog aangaat en bedrijven aanmoedigt om hun praktijken bij te schaven. Een gedragscode moet meer zijn dan public relations. IJveren voor betere arbeidsomstandigheden en gedragscodes bijschaven, gebeurt best in overleg en allianties tussen vooruitstrevende bedrijven, consumentenorganisaties en sociale activisten. Dat zal meer resultaat opleveren dan het opleggen van wetten die de economische realiteit miskennen. (T)

Door Erik Bruyland

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content