Zoals blijkt uit onder meer de biedingsstrijd tussen Nyrstar en Toho Zinc in het kader van de overname van de Australische groep CBH Resources en uit de grote belangstelling voor Macarthur Coal en de biedingen die het ontving, zijn de Australische hulpbronnen bijzonder in trek. Het ontbreekt het land dan ook niet aan troeven: het beschikt over grote hoeveelheden natuurlijke rijkdommen en is geopolitiek gezien een veilig land, dat bovendien relatief dicht bij China ligt.
...

Zoals blijkt uit onder meer de biedingsstrijd tussen Nyrstar en Toho Zinc in het kader van de overname van de Australische groep CBH Resources en uit de grote belangstelling voor Macarthur Coal en de biedingen die het ontving, zijn de Australische hulpbronnen bijzonder in trek. Het ontbreekt het land dan ook niet aan troeven: het beschikt over grote hoeveelheden natuurlijke rijkdommen en is geopolitiek gezien een veilig land, dat bovendien relatief dicht bij China ligt. De centrumlinkse Australische regering heeft echter onlangs de speculatie rond de Australische hulpbronnen vakkundig in de kiem gesmoord. Ze overweegt immers een fiscale hervorming door te voeren waarbij ze vanaf juli 2012 een belasting van 40 % zou heffen op de winsten van de mijnbedrijven. Daarmee schaart Australië zich achter de filosofie die zegt dat "de hulpbronnen ten goede moeten komen aan de bevolking aan wie ze toebehoren" en die de laatste jaren ook grote populariteit geniet bij diverse Latijns-Amerikaanse landen. De plannen zijn uiteraard niet naar de zin van de mijngroepen. De Minerals Council of Australia (MCA, Australische mijnraad) beweert dat de hoge belasting pure diefstal is en dat ze van de Australische mijnindustrie de meest belaste ter wereld zou maken. Volgens BHP Billiton, de grootste mijngroep ter wereld, zou de nieuwe belasting van 40 % de totale aanslagvoet van zijn activiteiten in Australië doen stijgen van 43 % vandaag tot 57 % in 2013. En dat is uiteraard niet verwaarloosbaar als we weten dat de groep het gros van haar (zeer winstgevende) ijzerertsactiviteiten in Australië realiseert. Australië is overigens een zeer belangrijke speler op de grondstoffenmarkt. Het is de grootste uitvoerder van ijzererts en steenkool ter wereld. De helft van de activa van BHP Billiton bevindt zich in Australië. Bij Rio Tinto is dat 36 % en ook bij Xstrata vinden we een derde van de activa in Australië en in Nieuw-Zeeland terug. Volgens de analisten van UBS zou de nieuwe belasting in 2013 een impact hebben van 17 % op de winst van BHP Billiton en van 21 % op die van Rio Tinto. Gemiddeld genomen gaan waarnemers ervan uit dat de belasting van 40 % de waarde van de mijnactiva in Australië met bijna 30 % zou verminderen, wat bepaalde lopende activiteiten in gevaar zou kunnen brengen. Peabody Energy heeft aangegeven dat het de impact van de nieuwe belastingen op zijn voorwaardelijke bod van 16 Australische dollar per Macarthur-aandeel aan het bestuderen is. Op het moment dat we dit schrijven, is het aandeel van de Australische steenkoolproducent nog slechts 13,7 Australische dollar waard. Sommige analisten, zoals die van Credit Suisse, zijn ook van mening dat de belasting de joint venture van Rio Tinto en BHP Billiton voor ijzererts op de helling zou kunnen zetten. Anderzijds vrezen de mijngroepen dat het voorbeeld van Australië zich als een olievlek zal verspreiden. Tot op heden bleef de 'nationalisering van hulpbronnen' beperkt tot landen die als weinig veilig worden beschouwd en waar geen grote mijngroepen gevestigd zijn. Australië behoort uiteraard niet tot die categorie. Integendeel zelfs. Het is een geïndustrialiseerd land en het thuisland van BHP (gefuseerd met Billiton in 2001) en van CRA Limited (dat in 1995 fuseerde met RTZ tot Rio Tinto). Zo menen sommige waarnemers dat Brazilië en Chili het Australische voorbeeld zouden kunnen volgen. De mijngroepen zullen er zich dus bij moeten neerleggen dat ze meer belasting zullen moeten ophoesten als ze hun activiteiten willen voortzetten. De belasting die door Australië wordt overwogen en die gevolgen zou kunnen hebben in andere landen, heeft de impliciete waardering van de aandelen van mijngroepen verhoogd, aangezien de winsten vanaf 2012 aangetast zullen worden door de nieuwe belastingen. We stellen echter vast dat de terugval van de mijnwaarden sinds de aankondiging van de Australische regering op zondag 2 mei de lagere winsten al in grote mate compenseert. Het is dus zeker geen reden om de mijnaandelen nu te verkopen. Anderzijds mogen we ook niet uit het oog verliezen dat de verkoopprijs (en dus de koers op de markten) van de geproduceerde grondstoffen de belangrijkste factor is in de winstevolutie van de mijngroepen. Die prijzen hangen uiteraard af van de fundamentals van vraag en aanbod, die er redelijk gunstig uitzien voor de komende jaren, maar ook van de marginale productiekost (met andere woorden, voor nieuwe productiecapaciteit). De belastingen vormen geen reële productiekost, maar de mijngroepen zullen er op termijn ongetwijfeld rekening mee houden bij het berekenen van de kostprijs in het kader van investeringsbeslissingen. Zo zou het bijvoorbeeld interessanter kunnen zijn om een qua kostprijs duurdere afzetting te exploiteren als ze gelegen is in een land met een lagere belastingdruk. Dat zal onrechtstreeks de marginale productiekosten verhogen. De stijging van de belastingen zou op termijn dus onrechtstreeks tot hogere metaalprijzen kunnen leiden. De belangrijke rol die de grote mijngroepen spelen op de grondstofmarkten, zal die onrechtstreekse link alleen maar versterken. Conclusie: wij raden u aan om te profiteren van de terugval van vorige week en van andere correcties om u te positioneren in mijnaandelen zoals BHP Billiton of Rio Tinto. Bij elke daling vanaf de huidige niveaus worden de twee groepen interessante opportuniteiten. (C) Door Cédric Boitte