De laatste jaren is een schenking met een periodieke rentelast populairder geworden dan het klassieke schenken met een voorbehoud van vruchtgebruik, waarbij de schenker levenslang de inkomsten uit het geschonken vermogen behoudt -- bijvoorbeeld uit een effectenportefeuille. Een schenking met een rentelast kan via een gewone kosteloze bankgift, maar als u wilt schenken met een voorbehoud van vruchtgebruik, moet u altijd een beroep doen op een Belgische of een Nederlandse notaris om de overdracht fiscaal sluitend te maken.
...

De laatste jaren is een schenking met een periodieke rentelast populairder geworden dan het klassieke schenken met een voorbehoud van vruchtgebruik, waarbij de schenker levenslang de inkomsten uit het geschonken vermogen behoudt -- bijvoorbeeld uit een effectenportefeuille. Een schenking met een rentelast kan via een gewone kosteloze bankgift, maar als u wilt schenken met een voorbehoud van vruchtgebruik, moet u altijd een beroep doen op een Belgische of een Nederlandse notaris om de overdracht fiscaal sluitend te maken. Er is niet alleen een verschil in kostprijs: de klassieke schenking met een voorbehoud van vruchtgebruik is ook niet altijd de meest praktische oplossing. Schenkt u bijvoorbeeld een portefeuille met beleggingsproducten die geen jaarlijkse dividenden of intresten opbrengen, dan krijgt u als vruchtgebruiker niets. Ook als u gewoon geld wilt geven aan uw kinderen om hun bouwplannen te realiseren, zit er voor u niet direct een opbrengst in. Stel dat u en uw partner een bedrag van 250.000 euro willen schenken aan uw enige zoon om zijn bouwplannen te verwezenlijken. Het valt niet uit te sluiten dat u het geld toch nog nodig hebt. Daarom legt u als last op dat uw zoon u in ruil voor de schenking elke maand 500 euro betaalt, tot u beiden overleden bent. U hoeft die bedragen niet op te eisen, u kunt dat facultatief doen. Dat gebeurt in de praktijk vaak. Maar er is een probleem: de fiscus kan successierechten innen op de last. Dat de langstlevende ouder die rente altijd kan opvragen, geeft hem een vordering op zijn kinderen. Die behoort voor de helft tot de nalatenschap van de ouder die het eerst overlijdt, en dus zijn daarop successierechten verschuldigd. Dat kunt u vermijden door ervoor te zorgen dat de last niet meer kan worden opgevraagd zodra de eerste partner overlijdt. Daarvoor is het zaak dat u de last correct formuleert in het bewijsdocument (zie kader Het bewijsdocument voor een bankgift: een model). U maakt de last dan niet enkel facultatief -- u kunt die opvragen -- u legt vast dat die op een bepaald ogenblik vanzelf vervalt als u die niet opeist. De rentelast is bijvoorbeeld binnen een bepaalde periode opvorderbaar. Claimt u die niet, dan verzaakt u voor dat jaar aan de jaarlijkse rente. U kunt de rentelast verder uitwerken en bijvoorbeeld een jaarlijkse indexering vastleggen. Gemakshalve kunt u daarbij verwijzen naar de indexering in de huurwet. Daarnaast hebt u de mogelijkheid een bepaald plafond in te bouwen (bijvoorbeeld een stijging van maximaal 2 % per jaar). De antimisbruikbepaling is hier niet van toepassing. De fiscus heeft het schenken met een last in zijn omzendbrief van 10 april 2013 uitdrukkelijk opgenomen in de zogenoemde witte lijst met technieken die op zich geen misbruik zijn. De meeste echtparen zijn getrouwd onder het wettelijk stelsel en hebben weinig of geen eigen vermogen. Vaak schenken ouders dus uit hun gemeenschappelijk vermogen. Uit een parlementaire vraag van 2007 blijkt dat de langstlevende echtgenoot in dit geval successierechten moet betalen op de helft van de volledige rente. Stel dat u overlijdt en dat uw huwelijkspartner een rentelast van 500 euro per maand -- of 6000 euro per jaar -- kan vragen. Uw partner betaalt dan successierechten op de helft van die rente. Die 3000 euro moet worden vermenigvuldigd met een coëfficiënt die overeenstemt met de leeftijd van de langstlevende echtgenoot. Als die bijvoorbeeld 71 jaar oud is, moet de rente van 3000 euro worden vermenigvuldigd met 6. Er zijn dus successierechten verschuldigd op 18.000 euro. Als in het bewijsdocument is bepaald dat de rente wordt gehalveerd bij het overlijden van de eerste partner, dan wordt de langstlevende belast op 1500 x 6 = 9000 euro. Hebt u zeker niet meer nodig dan 250 euro per maand, leg dan geen last van 500 euro op om extra marge in te bouwen. Voor grote schenkingen uit een gemeenschappelijk vermogen waaraan een belangrijke rentelast gekoppeld is, kan het fiscaal interessant zijn het huwelijkscontract aan te passen. Bent u getrouwd met een scheiding van goederen of woont u samen, dan is er geen gemeenschappelijk vermogen en kunt u enkel uw eigen vermogen schenken. Ook als u getrouwd bent onder het wettelijke stelsel, kunt u uw eigen vermogen schenken -- bijvoorbeeld geld dat u hebt geërfd. Schenkt u samen met uw partner bijvoorbeeld geld of een effectenportefeuille uit uw eigen vermogen aan uw kinderen en koppelt u daar een rentelast aan, dan zijn bij het overlijden van u of uw partner geen successierechten verschuldigd. U hoeft ook niet evenveel te schenken. De verhouding mag bijvoorbeeld ook 30-70 procent zijn. JOHAN ADRIAENS EN JOHAN STEENACKERSHet is zaak dat u de last correct formuleert in het bewijsdocument. Voor grote schenkingen uit een gemeenschappelijk vermogen waaraan een belangrijke rentelast gekoppeld is, kan het interessant zijn het huwelijks-contract aan te passen.