Ook in 1994 was de federale schatkist erg aktief op de Belgische obligatiemarkt. Zij gaf voor een totaal bedrag van 1398 miljard BEF nieuwe obligaties uit. Dat is nauwelijks minder dan het rekordbedrag dat in 1993 werd opgehaald. Met uitzondering van een paar relatief grote emissies, bleef het beroep van andere debiteuren op de obligatiemarkt traditiegetrouw beperkt. Voor het eerst deed evenwel ook een deelstaat een beroep op het openbaar spaarwezen. Het Waalse Gewest zamelde 4,5 miljard BEF in.
...

Ook in 1994 was de federale schatkist erg aktief op de Belgische obligatiemarkt. Zij gaf voor een totaal bedrag van 1398 miljard BEF nieuwe obligaties uit. Dat is nauwelijks minder dan het rekordbedrag dat in 1993 werd opgehaald. Met uitzondering van een paar relatief grote emissies, bleef het beroep van andere debiteuren op de obligatiemarkt traditiegetrouw beperkt. Voor het eerst deed evenwel ook een deelstaat een beroep op het openbaar spaarwezen. Het Waalse Gewest zamelde 4,5 miljard BEF in.Er kwam vorig jaar ruim dubbel zoveel staatsschuld als in 1993 op eindvervaldag, namelijk 584 miljard BEF. Het bedrag van de leningen met een fakultatieve vervaldag lag evenwel lager : 807 miljard BEF tegenover 1143 miljard BEF. Het betreft leningen met call-opties, die de schatkist het recht geven de lening vervroegd terug te betalen. Ondanks de sterke stijging van de obligatierente bleef deze laatste beneden het niveau van de koepon die aan deze leningen hing, zodat de uitoefening van de opties voor de schatkist een interessante zaak was.Via volksleningen werd 455 miljard BEF opgehaald, het hoogste bedrag sinds de hervorming van de obligatiemarkt in 1989. Het grootste bedrag haalde de schatkist evenwel op via de gewone maandelijkse aanbestedingen van lineaire obligaties (OLO's) : 646 miljard BEF. Het bedrag dat via zogenaamde omruilingsaanbestedingen werd uitgegeven, kalfde af tot 297 miljard BEF. Ruim de helft van dat laatste bedrag werd tijdens de maanden januari en februari geveild, toen de kapitaalmarktrente nog erg laag was. Naarmate de rente opliep, schroefde de schatkist haar beroep op de kapitaalmarkt terug en financierde zij zich meer op de geldmarkt. Hoewel dat tegen een lagere rente gebeurde, liepen daardoor de rentelasten in 1994 op. Op kortlopende schuld moet immers binnen het jaar rente worden betaald. Overigens had de rentestijging tot gevolg dat de OLO's beneden hun nominale waarde (onder pari) werden geveild. Ook deze uitgifteverschillen hebben het netto te financieren saldo in 1994 doen oplopen. In totaal zou het om zo'n 50 miljard BEF gaan. Anderzijds droeg de herfinanciering bij tot de daling van de gemiddelde rente op de overheidsschuld met naar schatting 0,7 %-punt, wat samen met de daling van de schuldratio in 1995 een vermindering van de rentelasten met bijna 80 miljard BEF mogelijk maakt.Opvallend was de forse toename van de aktiviteit op de secundaire markt. Gemeten naar de verhouding tussen de maandelijkse omzet op jaarbasis en het uitstaande volume, bereikte de omloopsnelheid in juli en december een piek van meer dan 14, ruim het dubbele van 1993. Zij bleef gedurende het hele jaar fors hoger dan tijdens de voorgaande jaren. Zowel de kontante verrichtingen als de repoverrichtingen (kontante aankopen die gepaard gaan met een verkoop op termijn) namen toe. De handel in OLO's met lange looptijden was doorgaans iets levendiger dan deze in kortlopende OLO's.