Eén miljoen euro gaat de regering Verhofstadt III uitgeven aan een promotiecampagne om België te verkopen in het buitenland. Een tv-spot op zenders als CNN, advertenties in de Financial Times en The Economist, en een website moeten investeerders naar België lokken. Begin maart start de campagne. Centraal in de publicitaire actie: de notionele-intrestaftrek.
...

Eén miljoen euro gaat de regering Verhofstadt III uitgeven aan een promotiecampagne om België te verkopen in het buitenland. Een tv-spot op zenders als CNN, advertenties in de Financial Times en The Economist, en een website moeten investeerders naar België lokken. Begin maart start de campagne. Centraal in de publicitaire actie: de notionele-intrestaftrek. Verhofstadt kreeg onmiddellijk tegenwind. De PS en de SP.A trekken al langer ten strijde tegen dit systeem, dat volgens hen te veel misbruiken tolereert. De notionele-intrestaftrek bestaat nu twee jaar en is een systeem waarbij bedrijven een fiscale aftrek kunnen doen in functie van hun eigen vermogen. Op die manier kunnen ze de fiscale druk verlagen. Beide socialistische partijen willen via een wetsvoorstel het systeem bijsturen. "We willen misbruiken tegengaan en nagaan of het systeem zijn oorspronkelijke doel bereikt: de werkgelegenheid stimuleren door investeringen en de oprichting van nieuwe bedrijven aanmoedigen", verklaarde Elio Di Rupo (PS) afgelopen maandag. Het probleem is dat voorstanders noch tegenstanders harde bewijzen kunnen aandragen. Niemand heeft kunnen aantonen dat er effectief misbruiken zijn. Niemand heeft kunnen aantonen dat het systeem effectief tot extra investeringen en jobs leidt. Voor beide stellingen zijn er wel aanwijzingen. De tegenstanders wijzen erop dat het eigen vermogen van de bedrijven enorm verhoogd is (+114 miljard euro in 2006). Allemaal door reële economische noden ingegeven? De voorstanders halen aan dat de belastingontvangsten gestegen zijn (+6,5 % in 2007) net als het aantal nieuwe banen (+120.000 jobs in 2006 en 2007). En dat de buitenlandse investeringen in 2007 verdubbeld zijn. Maar is de goede conjunctuur daar niet de hoofdoorzaak van? Bij gebrek aan sluitende bewijzen kan er geen eindoordeel geveld worden. Het is erg dat de overheid geen studie kan afleveren die stevig empirisch materiaal aandraagt. Problemen kunnen echter niet ontkend worden. Nemen we het voorbeeld van de double dip. Het moederbedrijf neemt een lening, trekt de intresten daarvan af, versterkt met die lening bij een dochterbedrijf het eigen vermogen en geniet daar van de notionele-intrestaftrek. Twee keer kassa. Dit is naar de letter geen illegale praktijk, maar de filosofie van het systeem wordt toch geweld aan gedaan. De notionele-intrestaftrek had ook als doel de discriminatie weg te werken tussen bedrijven die hun eigen vermogen versterkten met leningen (en daarvoor fiscaal beloond werden) en bedrijven die dat deden met eigen middelen (en daardoor fiscaal niet geholpen werden). Is het nodig nieuwe instrumenten te creëren zoals de socialisten willen? Neen. De overheid heeft nu al mogelijkheden om eventuele misbruiken aan te pakken. Zo is er het begrip economische realiteit. De fiscus heeft de macht om constructies die enkel opgezet zijn om fiscale voordelen te halen, af te keuren. Perfect toepasbaar. Er is nog een tweede mogelijkheid en daarmee halen we een oud dossier van onder het stof: de fiscale consolidatie. Dat betekent dat moeder- en dochtervennootschappen hun winsten en verliezen samentellen en daarop belast worden. Werkgevers pleiten al langer voor dit systeem. In Europa kennen enkel België en Griekenland het nog niet. De fiscale consolidatie zou systemen als de double dip kunnen voorkomen (tenminste als moeder en dochter Belgische vennootschappen zijn). Uiteindelijk rijst de vraag of het niet beter zou zijn de notionele- intrestaftrek af te schaffen en te vervangen door een algemene verlaging van het vennootschapstarief. België heeft nog steeds een van de hoogste tarieven in Europa. Nochtans is het bij investeringsbeslissingen door buitenlandse groepen dat zogenaamde faciale tarief het belangrijkst. Een land met een tarief van 25 % heeft voordelen tegen een land met een tarief van 33 % dat weliswaar via een systeem als de notionele-intrestaftrek zijn tarief kan verlagen tot 25 %. Een verlaging van de vennootschapsbelasting in ruil voor de notionele-intrestaftrek heeft één technisch probleem: de coördinatiecentra. Die liggen onder Europees vuur, maar België kon hun bestaan verlengen via de notionele-intrestaftrek. Coördinatiecentra hebben een groot eigen vermogen en hebben meer voordeel aan de notionele-intrestaftrek dan aan een verlaagd tarief. Maar coördinatiecentra zijn sowieso een aflopend systeem, de Europese Commissie wil tegen 2010 een eind stellen aan de circa 150 coördinatiecentra in ons land. Waar ligt het grootste voordeel? Een laag tarief dat investeringen kan aantrekken die jobs creëren of het behouden van coördinatiecentra die wel een aanzuigeffect hebben en ook jobs creëren, maar dan toch op een diffusere manier? Het grote probleem is echter financieel. Bij een tariefverlaging is het verlies aan vennootschapsbelasting onmiddellijk en de winst via nieuwe investeringen komt er slechts op middellange termijn. En dat kan de armlastige overheid zich op dit moment moeilijk veroorloven. Maar zonder nieuwe investeringen zal op diezelfde halflange termijn de overheid ook in de problemen komen. Dan maar beter een scenario met toekomstperspectieven. Dat Yves Leterme nu maar al op zoek gaat naar voldoende besparingen om een tariefverlaging mogelijk te maken. Natuurlijk kan je niet na twee jaar alweer de notionele-intrestaftrek op de vuilbelt plaatsen. 2010 zou een mooi tijdsperspectief zijn. Dan kan Verhofstadt opnieuw een internationale campagne voeren. (T) de auteur is hoofdredacteur.Guido Muelenaer