Fiscale amnestie raakt niet uit de startblokken. Belastingplichtigen vrezen de invoering van een algemene vermogensbelasting. Vakbonden en andere progressieve drukkingsgroepen blijven dat holle instrument promoten om het fiscale stelsel rechtvaardiger te maken (zie blz. 102).
...

Fiscale amnestie raakt niet uit de startblokken. Belastingplichtigen vrezen de invoering van een algemene vermogensbelasting. Vakbonden en andere progressieve drukkingsgroepen blijven dat holle instrument promoten om het fiscale stelsel rechtvaardiger te maken (zie blz. 102). De kloof tussen belasting op arbeid en die op kapitaal is groot. Maar of je het nu leuk vindt of niet: geld is mobiel. In deze geglobaliseerde economie verdwijnen liquide middelen met een eenvoudige klik op de muis naar exotische oorden. Geen fiscus noch politiemacht in de wereld die daar bij kan. Vandaar dat de landen waar een vermogensbelasting bestaat, deze maatregel afbouwen of afschaffen. Het sop is de kool niet waard. De inning van de taks kost evenveel als ze opbrengt. Zelfs alternatieve systemen - zoals de forfaitaire combinatie van vermogens- en meerwaardebelasting (vermogensrendementsheffing) in Nederland - staan op de helling. Waarom zou België dan nog een vermogensbelasting invoeren? Intussen erodeert de vennootschapsbelasting door de internationale concurrentiedruk steeds verder. Wie bedrijven wil aantrekken, moet lage tarieven hanteren. In de Europese Unie zet Ierland de toon met een algemene aanslagvoet van amper 12,5 %. De nieuwe lidstaten volgen dat spoor. West-Europa kan niet ontsnappen aan deze neerwaartse spiraal. Altijd zal wel ergens een land er nog een procentje afdoen. Op termijn blijft de vennootschapsbelasting onder druk staan. Ook de personenbelasting heeft haar maximum bereikt. Je kan de werknemers niet álle uitgaven van vadertje Staat laten betalen. Steeds meer loonslaven vluchten dan ook weg in vennootschappen. Het nobele doel van de progressiviteit, waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen, blijkt in de praktijk een utopie te zijn. Wijlen Albert Tiberghien, een eminent fiscalist, schreef het in de jaren zeventig al: "Schaf de inkomstenbelasting af, met inbegrip van de sociale zekerheidsbijdragen, en vervang ze door indirecte belastingen". Natuurlijk kan je deze operatie niet in één klap doorvoeren. Daar is tijd voor nodig. Tiberghien zelf voorzag een geleidelijke overgang in twintig jaar tijd. Daarnaast zijn begeleidende maatregelen nodig, omdat BTW en accijnzen op Europees vlak min of meer geharmoniseerd zijn. Maar dit plan lost op termijn de fiscale fraude en het zwartwerk op. Als de overheid nog alleen op het verbruik zou belasten, bestaat er geen onderscheid tussen legale en illegale inkomsten uit arbeid meer. Volgens het Planbureau heeft de verschuiving naar indirecte belastingen echter wel een negatief effect op de werkgelegenheid. Hogere prijzen leiden tot een lagere consumptie en tot jobverlies. Maar netto stijgt toch nog de koopkracht van de mensen door de afschaffing van de inkomstenbelasting. Als de werkgevers de bruto loonlasten netto uitbetalen (zonder enige afhouding van bedrijfsvoorheffing noch sociale bijdragen), zouden de werknemers meer dan het dubbele van vandaag in hun loonzakje krijgen. Een BTW-verhoging van 21 % naar bijvoorbeeld 86 % kost netto slecht iets meer dan de helft. Ten slotte kan je met een gedifferentieerd tarief ook de principes van progressiviteit en billijkheid invoeren. Wie champagne wil drinken of met een Porsche rijden, betaalt substantieel veel meer dan de water- of Lada-freak. Werner Niemegeers Eric Pompen