"In mijn volgend leven wil ik terugkomen als volksvertegenwoordiger van een regionaal parlement in België", zegt Jens Hoj, auteur van een studie van de OESO over het Belgische belastingsysteem. "Je kunt dan geld uitgeven zonder belastingen te moeten heffen, lusten zonder lasten."
...

"In mijn volgend leven wil ik terugkomen als volksvertegenwoordiger van een regionaal parlement in België", zegt Jens Hoj, auteur van een studie van de OESO over het Belgische belastingsysteem. "Je kunt dan geld uitgeven zonder belastingen te moeten heffen, lusten zonder lasten." "De Belgen verstikken zichzelf fiscaal", gaat Hoj - nu ernstig - voort. "Niemand zit zo veel in zijn wagen als een Belg, dat komt door het fiscale gunstregime voor bedrijfswagens. Waanzin. De koppeling aan de lagere CO2-uitstoot is ook geen groene maatregel, want nu rijdt iedereen zonder roetfilter en het zijn die kleine stofdeeltjes, die kanker veroorzaken. Schaf die handel toch af en verlaag de belastingtarieven op arbeid. Dat zou pas banen en economische groei opleveren." Toch wil de voormalige consultant van het internationale adviesbureau McGraw-Hill geen concrete oplossingen voor het Belgische begrotingstekort van meer dan tien miljard euro geven. "Crises zijn geen goede gelegenheden om belastingstelsels grondig te hervormen. In onzekere tijden zijn overheden geneigd zich op actuele problemen te concentreren. Fiscaal is het beter een langetermijnstrategie uit te werken. Alleen door buiten de bestaande denkkaders te treden, kun je hardnekkige problemen - zoals een staatsschuld van 100 procent - overwinnen." De invoering van een meerwaardebelasting, zoals formateur Elio Di Rupo (PS) voorstelt, heeft geen zin. "Beleggers moeten in innovatieve groeibedrijven investeren. Zo stimuleren ze duurzame ontwikkeling. Een belasting op meerwaarden van effecten die nog geen acht jaar in bezit zijn van de aandeelhouder, beperkt de heraanwending van kapitaal. Die maatregel houdt speculatie niet tegen, maar treft alleen de 'goede huisvaders'. Professionele daytraders blijven buiten schot dankzij hun vennootschapsstructuren. Alleen een financiële transactietaks kan enig effect hebben." Als gevolg van de kredietcrisis in 2008 steeg de Belgische overheidsschuld opnieuw naar bijna 100 procent van het bruto binnenlands product (bbp), terwijl de waarde van alle goederen en diensten in ons land even groot is als drie jaar geleden, 350 miljard euro. "Dat betekent een reëel welvaartsverlies van 7 procent. De burger is dus een pak minder rijk dan hij denkt. Bovendien staat weer een economische terugval voor de deur, gekoppeld aan een vergrijzing van de bevolking." "Toch blijven de publieke uitgaven elk jaar stijgen. Op dit ogenblik zit België met 53 procent van het bbp in de top drie van de OESO (gemiddeld 47,5 %). Aan deze dramatische evolutie moet dringend een einde komen. Hiervoor is een grondige sanering van de Belgische overheidssector noodzakelijk." Daarom raadt de OESO aan om ingrijpende maatregelen te nemen. In de eerste plaats een sanering van de publieke uitgaven. Sinds 1995 neemt de werkgelegenheid in de openbare sector jaarlijks met 1 procent toe tot 18 procent van de arbeidsmarkt. Bovendien slokken de wedden van de ambtenaren 13 procent van het bbp op. De vergoedingen stijgen vooral in regionale en lokale overheden. "Tegen het einde van dit decennium gaat een derde van de federale ambtenaren met pensioen. Dat biedt een kans op besparingen." Bovendien belemmert het belastingregime de economische groei en de tewerkstelling. De OESO propageert de verlaging van de belastingtarieven op arbeid in ruil voor de afschaffing van aftrekposten. "Fiscale uitgaven kosten de overheid veel geld - 3 procent van het bbp of drie keer zo hoog als de buurlanden - en bevoordelen de rijke klassen. Zo vindt geen herverdeling van het inkomen plaats. Hetzelfde geldt voor de fiscale vrijstellingen, zoals de woonbonus (6 % van bbp), de werkloosheidsvergoedingen (1 %) en de kinderen ten laste (1 %). Daar kan gemakkelijk het mes in gezet worden." Een fiscaal stelsel moet neutraal zijn. "Alle vormen van inkomsten zouden ongeacht de oorsprong belast moeten worden of ze nu komen uit arbeid, uitkering, pensioen of zelfs kapitaal. Om de progressiviteit van het systeem te waarborgen, kun je een lagere aanslagvoet voor lagere inkomensklassen invoeren." Maar iedereen moet zijn steentje bijdragen. "Deze basisregel geldt ook voor de opbrengsten uit spaarboekjes. Historisch gezien genoot deze belegging een fiscale vrijstelling om de financiering van de Belgische overheid - lees staatsobligaties - te vergemakkelijken. Vandaag beschikken de financiële markten over een brede waaier van instrumenten. Het heeft dus geen zin één bepaald product te bevoordelen. Dat remt de vrije concurrentie." Onder de mom van herstelmaatregelen voert de Belgische regering telkens uitzonderingen voor specifieke marktsegmenten in. "Denk maar aan de 6 procent btw voor de horeca. Dit gunstregime heeft de prijzen in de cafés en restaurants niet gedrukt noch het zwartwerk in de sector teruggedrongen. Daarvoor moet je andere beslissingen nemen, zoals de algemene vermindering van de belastingdruk op arbeid, socialezekerheidsbijdragen incluis. De beste maatregel is de stimulering van de werkgelegenheid door een tariefverlaging op arbeid. Zo verminder je de ongelijkheid in de samenleving en verhoog je de inkomsten voor de schatkist." Volgens de OESO is een vlaktaks - één laag tarief op inkomsten uit arbeid en de afschaffing van alle aftrekposten - de beste oplossing om de werkgelegenheid, de participatiegraad en de productiviteitsgroei te bevorderen. Ten derde pleit de OESO voor een belastingverschuiving naar vastgoed en consumptie. "Daar is nog fiscale ruimte. In België is de aankoop van een woning zeer duur - registratierechten van 10 of 12,5 procent - maar het huizenbezit wordt amper of niet belast. Dat is de omgekeerde wereld. Personen die een gebouw verhuren, betalen slechts belasting op het kadas-traal inkomen. Maar de algemene perequatie dateert van 1975. Het systeem bevoordeelt de rijkere klassen en verhoogt de schuldgraad van het land wegens gebrek aan legale inkomsten. Je hoeft zelfs geen nieuwe regel uit te vaardigen om deze ongelijkheid de wereld uit te helpen, enkel de bestaande wet toe te passen. En als de federale overheid dat niet wil, kan de regionale overheid dat doen." Ook het verschil tussen de werkloosheidsuitkering en het nettoloon is te klein. Zo moedigt de overheid de werkloosheid structureel aan. In ons land zit 3,8 procent van de actieve bevolking al meer dan een jaar zonder job, goed voor bijna de helft van de 685.000 uitkeringsgerechtigden. Dat is een pak meer dan het gemiddelde van de 27 lidstaten in de Europese Unie (3 %). "Het effectieve voordeel van een werknemer bedraagt gemiddeld slechts 17 procent. Dat is veel te weinig om werklozen aan te sporen een baan te gaan zoeken. Ook moet de loonwig van 45 procent - het verschil tussen bruto- en nettoloon - dringend omlaag om arbeid weer aantrekkelijk te maken. Voorts is België het enige land ter wereld dat geen tijdslimiet aan werkloosheidsvergoedingen oplegt." Ten slotte dringt de OESO aan op een vergroening van het Belgische belastingsysteem. "In energieverbruik zijn de Belgen de Amerikanen van Europa. De fiscaliteit remt de verspilling en de uitstoot amper af. Integendeel. Zo vertegenwoordigen de inkomsten uit milieubelasting slechts 1,2 procent van het bbp. De verwarmingskosten voor Belgische woningen liggen gemiddeld 70 procent hoger dan in de rest van Europa. Niet minder dan 800.000 huizen in Vlaanderen heeft geen geïsoleerd dak." ERIC POMPEN