De westerse economieën krijgen een stevige olieschok te verduren en de Belgische regering vraagt om de ergste klappen. De sinterklaaspolitiek van paars die de belastingmeerkost van de stookoliefactuur neutraliseert om 'de mensen de winter door te helpen' is even mediageniek als irrelevant en leidt de aandacht af van het echte gevaar van de stijgende energiefactuur en dat is de automatische indexering van de lonen die de stijgende olieprijzen vertaalt in hogere arbeidskosten.
...

De westerse economieën krijgen een stevige olieschok te verduren en de Belgische regering vraagt om de ergste klappen. De sinterklaaspolitiek van paars die de belastingmeerkost van de stookoliefactuur neutraliseert om 'de mensen de winter door te helpen' is even mediageniek als irrelevant en leidt de aandacht af van het echte gevaar van de stijgende energiefactuur en dat is de automatische indexering van de lonen die de stijgende olieprijzen vertaalt in hogere arbeidskosten. België is het enige land dat zichzelf trakteert op deze dubbele olieschok en het enige land waar dure olie de concurrentiepositie vis-à-vis de buurlanden nog meer in het gedrang zal brengen. Nederland, Frankrijk en Duitsland hebben tenminste één troost bij een vat ruwe olie van 60 dollar en meer: de Belgen vangen de ergste klappen op. De meeste olieproducten zijn wel uit de gezondheidsindex gehaald die bepalend is voor de indexering van de lonen, maar stookolie zit er bijvoorbeeld wél nog in. En ook de rest van de producten en diensten zal vroeg of laat duurder worden naarmate de oliefactuur zijn weg naar de consument vindt. De internationale concurrentie remt de prijsstijging wel af voor de consument, maar dit gaat onvermijdelijk ten koste van de bedrijfsmarges en dus van de tewerkstelling. De consument is dus al enigszins beschermd tegen de dure olie, de bedrijfswereld is dat niet. Toch verkiest de regering, om electorale redenen, de kiezer een steuntje te geven. Wat de regering moet doen, ligt voor de hand: de automatische indexering afschaffen. Dat is een taboe voor de vakbonden, maar er is geen wet die zegt dat de sociale partners geen rekening mogen houden met de stijgende levensduurte. De vakbonden vertrekken natuurlijk van een minder goede uitgangspositie - de 2 % van de gezondheidsindex is geen verworven recht meer - en slepen dus wellicht een lagere loonstijging uit de brand. De buurlanden eindigen nu echter met de loononderhandelingen waar België nog moet beginnen. Wanneer durft de regering in deze materie een duidelijk standpunt in te nemen? Luc Coene, de vice-gouverneur van de Nationale Bank en de voormalige kabinetschef van premier Guy Verhofstadt (VLD), waarschuwde dit weekend op Kanaal Z dat in een klimaat van relatief lage inflatie het een jarenlange loonstop kan vergen om deze extra loonhandicap met onze buurlanden weg te werken. De regering doet intussen niks anders dan wat herverdelen. Een merkwaardig beleid toch, om de lasten op arbeid te verzwaren om het energieverbruik te subsidiëren en aan te moedigen? Paars trachtte toch werk te maken van precies de omgekeerde politiek? Als de regering dan toch geld te veel heeft - wat totaal niet het geval is - kan de meeropbrengst van de belastingen op fossiele brandstoffen beter geïnvesteerd worden in lagere loonlasten. Dat is een slimmer beleid om de olieschok te lijf te gaan. En wil de regering de echt hulpbehoevenden uit de nood helpen, dan kan ze extra fondsen via bijvoorbeeld de OCMW's ter beschikking stellen. Dat bespaart de begroting een pak vazen in Toscaanse buitenverblijven. Daan Killemaes