De naweeën van de crisis zullen nog jaren het budgettaire beleid domineren. Het heeft geen zin om de overheidsfinanciën nu al meteen weer op de rails te dwingen. Zo'n beleid zou de recessie verergeren en uiteindelijk ook de saneringsinspanningen uithollen. De overheid kan eigenlijk vrij weinig doen aan de verslechtering van de overheidsrekeningen op korte termijn. Het tekort kan gemakkelijk oplopen tot 5,9 procent van het bbp of 20,6 miljard euro in...

De naweeën van de crisis zullen nog jaren het budgettaire beleid domineren. Het heeft geen zin om de overheidsfinanciën nu al meteen weer op de rails te dwingen. Zo'n beleid zou de recessie verergeren en uiteindelijk ook de saneringsinspanningen uithollen. De overheid kan eigenlijk vrij weinig doen aan de verslechtering van de overheidsrekeningen op korte termijn. Het tekort kan gemakkelijk oplopen tot 5,9 procent van het bbp of 20,6 miljard euro in 2010. Daarmee zou de verslechtering van de Belgische overheidsfinanciën in lijn liggen met de ontwikkelingen in de rest van de eurozone. Het toenemende tekort zou de overheidsschuld weer boven 100 procent van het bbp duwen. Een explosie van de overheidsschuld via een nieuwe rentesneeuwbal valt wellicht nog vrij eenvoudig te vermijden. De noodzakelijke schoonmaak van de overheidsfinanciën wordt echter een gigantische opdracht. Een deel van de toename in het tekort komt volledig op rekening van de conjunctuur (ongeveer 2 procent van het bbp). Als de conjunctuurhemel de komende jaren weer opklaart, zal dat deel van het tekort quasi automatisch 'wegsmelten'. Verdere stappen zullen daarom echte inspanningen vergen en die inspanningen zullen vrij zwaar zijn. In het laatste stabiliteitsprogramma voor de crisis volledig losbarstte, mikte de regering op een overheidsschuld van 71,1 procent van het bbp tegen 2011. Dat zit er uiteraard niet meer in. Om tegen 2020 in die buurt van die schuldratio te komen, is vanaf 2012 elk jaar een budgettaire inspanning van 1 procent van het bbp nodig (ervan uitgaande dat in de periode 2012-2020 de nominale groei 3,5 procent per jaar zal bedragen en de impliciete rente op de overheidsschuld 4,5 procent). Ter vergelijking: in de periode 1992-1998 werd een inspanning van 4,6 procent van het bbp geleverd, of 0,8 procent per jaar. Een budgettaire sanering van die omvang is zeker niet onmogelijk, maar vergt wel een duidelijke breuk met het recente verleden. In de periode 2001-2009 werd het budgettaire beleid immers met 6 procent van het bbp versoepeld. Bovendien wordt de inspanning van de komende jaren bemoeilijkt door de structureel lagere economische groei en de toenemende impact van de vergrijzing. trends.be Letland zwaarste Europese slachtoffer van de crisis.