De oppermarketeer Richard Branson is Amazon-goeroe Jeff Bezos te vlug af geweest en gaat als eerste ruimtetoerist door het leven. Althans met een palmares van 4 minuten gewichtloosheid op 80 kilometer hoogte. Volgende week volgen Bezos en de Blue Origin-raket tot aan de Kármánlijn op 100 kilometer hoogte, de courante grens tussen luchtvaart en ruimteluchtvaart. De derde musketier, Elon Musk, wil nog miljoenen kilometers verder, richting Mars. De toekomst zal uitwijzen wie uiteindelijk, de broers Wright achterna, in de geschiedenisboeken komt.
...

De oppermarketeer Richard Branson is Amazon-goeroe Jeff Bezos te vlug af geweest en gaat als eerste ruimtetoerist door het leven. Althans met een palmares van 4 minuten gewichtloosheid op 80 kilometer hoogte. Volgende week volgen Bezos en de Blue Origin-raket tot aan de Kármánlijn op 100 kilometer hoogte, de courante grens tussen luchtvaart en ruimteluchtvaart. De derde musketier, Elon Musk, wil nog miljoenen kilometers verder, richting Mars. De toekomst zal uitwijzen wie uiteindelijk, de broers Wright achterna, in de geschiedenisboeken komt. Wat ons dolenthousiast moet maken, is dat een grens is verlegd voor de hele mensheid. Een handvol onverschrokken, ondernemende risicojunkies hebben een fortuin en hun leven geriskeerd voor de nieuwe markt van de civiele ruimtevaart. Voorbij het monopolie van de grootmachten, hun ruimteagentschappen, hun ruimtestations en hun overheidsmissies. Voortaan staan ook bedrijven en consumenten klaar om het heelal te verkennen. De vleesgeworden jongensdroom van superondernemers is slechts één spreekwoordelijke ster aan het weidse firmament. We staan op de drempel van een ruimtetijdperk, gedreven door drie grote trends. De eerste is geopolitiek. De exploratie van de ruimte blijft de projectie van de ambities van de aardse grootmachten. Vroeger ging de strijd tussen Amerika en de Sovjet-Unie, nu tussen Amerika en China. China en Rusland werken aan een permanent ruimtestation. Het westerse Internationaal Ruimtestation is einde verhaal in 2024 en zonder opvolger, vooralsnog. De tweede trend is technologisch. Digitale communicatie en geolokalisatie zijn de ruggengraat van ons bestaan. Die vertakt in een zenuwstelsel van draadloze en autonome machines, allemaal onderling verbonden, allemaal via satellieten. En aangezien de grootmachten elkaar niet vertrouwen, willen ze eigen netwerken. Dat betekent duizenden nieuwe satellieten in zogenoemde megaconstellaties op een paar honderd kilometers hoogte. Daarin zien Musk en Bezos het echte brood voor hun ondernemersavontuur. Hun raketten zullen veel meer vracht dan mensen in de ruimte blazen. De derde trend is militair. De civiele technologie van ons digitale tijdperk draagt ook onze complete defensie-infrastructuur. Ter zee, ter land, in de lucht of in cyberspace, bemand of onbemand: het wapentuig van de 21ste eeuw vergt satellieten. Wapens werken via satellieten, satellieten worden wapens in een buitenaards theater van oorlogvoering, of worden militaire doelen. De ruimte is neutraal, maar ook duaal: ze dient zowel de vrede als de oorlog. Niet te verwonderen dat de aardse grootmachten elk hun eigen ruimtenetwerk willen. Waar staat Europa in die ruimtewedloop? Sterk in wetenschap en technologie, zwak in schaal en slagkracht. Het jaarbudget van de ESA, het Europees ruimteagentschap dat breder is dan de Europese Unie, is een derde van dat van zijn Amerikaanse evenknie NASA. Na de brexit zijn Europa en het Verenigd Koninkrijk verdeeld over Europese gordels van gps- en communicatiesatellieten. Er lopen concurrerende projecten. Er is zelfs een nieuwe instelling opgericht voor de Europese Unie alleen, het agentschap voor het ruimtevaartprogramma van de unie. Ruimtebestormende superondernemers heeft Europa niet, of ze zitten in de Verenigde Staten, zoals Branson. Hoe gaan we vermijden dat de banen om de aarde het jachtterrein van de grootmachten worden? Hoe gaan we de oplopende risico's van ongevallen, botsingen met de naar schatting 900.000 rondzwevende objecten, of regelrechte conflicten beheren? Europa reguleert zo graag. Laat het minstens het voortouw nemen in de ordening van het ruimtetijdperk en daarmee ook de Europese innovatie en strategische zekerheid steunen. Anders dreigt het daarvan vooral de speelbal te worden.