Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) loopt op zijn laatste benen. In de plaats komt het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV). Minister van Ruimtelijke Ordening, Philippe Muyters (N-VA), wil voor de verkiezingen van 2014 zijn ontwerpnota klaar hebben.
...

Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) loopt op zijn laatste benen. In de plaats komt het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV). Minister van Ruimtelijke Ordening, Philippe Muyters (N-VA), wil voor de verkiezingen van 2014 zijn ontwerpnota klaar hebben. De minister is op zijn hoede tijdens het gesprek. Zijn recente uitspraak dat "wie afgelegen woont, extra zal moeten betalen", veroorzaakte onlangs een relletje in het Vlaams Parlement. "Het was een zuiver hypothetisch voorbeeld, om aan te geven welke discussies we moeten voeren", verdedigt hij zich. "Maar men heeft de neiging alles onmiddellijk te vertalen naar de actualiteit." TRENDS. Die actualiteit is ook dat de bouwlobby een versnelde vrijgave van de woonuitbreidingsgebieden vraagt. Bent u bereid daarop in te gaan? PHILIPPE MUYTERS. "Op een selectieve manier moet dat kunnen. Als een bepaalde regio een tekort aan bouwgrond heeft en het blijkt dat er drempels zijn die het aansnijden van een woonuitbreidingsgebied bemoeilijken, dan ben ik bereid samen met de bouw- en vastgoedsector te kijken hoe we aan die gerechtvaardigde vraag kunnen voldoen. Maar voor een algemene vrijgave pas ik. Want dat is kortetermijnpolitiek en dan staat de sector hier over vijf jaar met een nieuwe vraag naar extra bouwgrond. "Niet alleen de huisvestingssector vraagt meer ruimte. De ondernemers vragen meer industrieterreinen, we moeten scholen bijbouwen, er is behoefte aan recreatieruimte en we moeten de open ruimte vrijwaren. Kortom, iedereen claimt meer ruimte -- en veelal zijn de eisen gerechtvaardigd -- maar ons grondgebied wordt niet groter. Dat betekent dus dat we anders moeten omgaan met de beschikbare ruimte. We moeten het maatschappelijke debat daarover nu opstarten." Is het activeren van slapende bouwgrond een oplossing? MUYTERS. "Ook daar zijn nog inspanningen mogelijk. Maar ik hebt het dan niet over het perceeltje dat ouders of grootouders hebben gekocht voor de kinderen of kleinkinderen. Wel over grotere gebieden die om een of andere reden niet op de markt of ontwikkeld geraken. Maar ook dat moet passen in een langetermijnvisie." U wilt tot een ruimtelijke visie komen voor het Vlaanderen van 2050. Dat is wel erg veraf. MUYTERS. "Nadenken over een visie op lange termijn betekent niet dat we de uitdagingen van vandaag en morgen uit de weg gaan. En als we weten waar we over dertig of veertig jaar naartoe willen met Vlaanderen, dan zullen we ook al op korte termijn keuzes moeten maken om daar te geraken. Het voordeel van de lange termijn is ook dat het toelaat beslissingen te nemen die de mensen niet te veel pijn zullen doen." We zullen sowieso zuiniger moeten omspringen met ruimte. Betekent dat het einde van het Vlaamse verkavelingsmodel? MUYTERS. "De woonwensen in Vlaanderen evolueren ook. Ik hoor van veel jonge mensen dat ze een huis met een grote tuin niet zien zitten. Want ze gaan met twee werken en in hun vrije tijd willen ze andere dingen doen dan de tuin onderhouden. Je ziet nu ook al dat verkavelingen van nu veel compacter zijn dan die van tien of twintig jaar geleden. Ik wil niet vooruitlopen op het maatschappelijke debat, maar wellicht kan en moet het anders dan vroeger. Want naast een huis met een tuintje willen mensen ook genieten van de open ruimte, willen ze sportterreinen voor hun kinderen enzovoort." Wanneer wordt het Beleidsplan vertaald in beleid? MUYTERS. "We verwerken nu de resultaten van de bevraging die we hebben opgestart met het groenboek. Zonder een grote campagne hebben ongeveer 10.000 mensen gereageerd. Begin 2013 zullen we die resultaten kunnen bekendmaken en ze verwerken in het witboek. Daarna volgt een ontwerp van het beleidsplan, dat als basis kan dienen voor de regeringsonderhandelingen van 2014. Als het BRV de visie is op lange termijn, wat gaan we de komende vijf jaar dan realiseren in het domein ruimtelijke ordening?"