Zondag is het 1 mei, de Dag van de Arbeid. Maar is die datum nog steeds het predikaat 'feestdag' waard? De arbeid in België en andere lidstaten van het 'oude' Europa staat onder druk. Poolse bouwvakkers bieden hier via lokale nepbedrijfjes hun diensten aan tegen 5 à 15 euro per uur. Chinese import van textiel zou het Oude Continent, aldus de werkgevers, in tien jaar tijd al één miljoen banen hebben gekost.
...

Zondag is het 1 mei, de Dag van de Arbeid. Maar is die datum nog steeds het predikaat 'feestdag' waard? De arbeid in België en andere lidstaten van het 'oude' Europa staat onder druk. Poolse bouwvakkers bieden hier via lokale nepbedrijfjes hun diensten aan tegen 5 à 15 euro per uur. Chinese import van textiel zou het Oude Continent, aldus de werkgevers, in tien jaar tijd al één miljoen banen hebben gekost. En de overheid, die talmt of grossiert in inefficiëntie. Insiders schatten de sociale fraude in de Belgische bouwsector op 1,4 à 2,4 miljard euro. De controle blijft zo lek als een zeef. In het Antwerpse havengebied is amper 10 %, zo blijkt uit steekproeven van de sociale inspectie, in orde met de wet. Illegalen sijpelen er via allerlei (vaak Nederlandse) uitzendkantoren de lokale arbeidsmarkt binnen. We hoeven niet roomser te zijn dan Benedictus XVI. Er is een reëel gevaar voor de arbeidscreatie en de competitiviteit in onze industrie. En in veel gevallen zijn de hierboven geschetste wantoestanden daarvan de oorzaak. Zowel voor- als tegenstanders van wereldwijde vrijhandel en globalisering laten hun zicht op de zaak vaak vertroebelen door goedbedoelde misvattingen en verkeerde inzichten. Eén ervan is politieke correctheid. Die stelt: "Ontwikkelingslanden hebben een basisindustrie nodig, dus we moeten die arme landen welwillend tariefuitzonderingen en invoerdrempels toestaan zodat hun lokale economie zich kan ontwikkelen." Allemaal goed en wel, maar nuchtere industriëlen wijzen erop dat het gebrek aan reciprociteit bij zulke maatregelen vaak leidt tot concurrentievervalsing. Met India als treffend voorbeeld. Een ander euvel is de economische correctheid. "Alles wat hier arbeidsintensief is, verdwijnt toch, dus waarom het proces vertragen? Laat de markt werken!" Die opvatting dreigt te leiden tot gelatenheid of immobilisme op de thuismarkt. En zeloten van de vrijhandel mogen niet naïef zijn. Competitiviteit vereist naleving van een aantal spelregels, zoals het verbod op ongeoorloofde staatsinterventie en respect voor prijszetting. Vaak wordt economische correctheid trouwens gemengd met politieke correctheid. Een gevaarlijk goedje. Zoals: "Je kan beter onder het mom van de strijd tegen corruptie en pro democratie massaal geld investeren in landen zoals Rusland en China." Weinig investeerders of bedrijfsleiders staan er vandaag nog bij stil dat China een eenpartijstaat is. Vrijheid van mening en sociale onrust worden er nauwelijks geduld, tenzij het in de politieke agenda van de overheid past (zie Opinies, blz. 116). Politici en beleidsmakers zijn dan weer van nature defensief, conservatief en vaak ook protectionistisch. Precies om de intrinsieke angst voor onzekerheid en verandering bij hun kiezers te sussen. De immigratiestop in België voor inwoners uit Polen, Hongarije of Slowakije is contraproductief en werkt eerder sociale fraude in de hand. Er wordt een wettelijke schemerzone gecreëerd, tijdelijke onevenwichten worden niet adequaat aangepakt en de normale werking van de eenheidsmarkt is belemmerd. Er zit ook nogal wat dubbelzinnigheid in het debat, wat vaak leidt tot hypocrisie. Ieder van ons is angstig wanneer zijn baan in gevaar komt. Maar wie een huis bouwt of verbouwt, doet graag een beroep op een Poolse vakman van 6 euro per uur. En zelfs de bouwsector klaagt steen en been dat 10.000 banen maar niet ingevuld raken. We hoeven ons geen illusies te maken. Het is allerminst peis en vree op de wereldmarkt. China wet zijn messen met de VS, de EU en Japan. Dit is (nog steeds) een communistisch regime met een strak geleide staatsstructuur, een onmetelijke thuismarkt en een diep reservoir aan goedkope arbeidskrachten. Een land dat slim en artificieel zijn yuan koppelt aan de lage dollar om zijn exportkansen hoog te houden. Een regering die zijn staatsbedrijven als privé-mastodonten leidt, maar de hand op de knip én de aandelen houdt. Een natie die jaarlijks honderden begaafde ingenieurs, advocaten en economen een diploma laat halen in het buitenland om daarvan in eigen land de vruchten te plukken. Een wereldspeler, kortom, die de economische wereldhegemonie nastreeft. Enige realiteitszin zou ons niet misstaan op 1 mei. Wie zal de Dag van de Arbeid straks nog een feestdag noemen? Piet DepuydtEnige realiteitszin zou ons niet misstaan op 1 mei. Wie zal de Dag van de Arbeid straks nog een feestdag noemen?