De fiscus krijgt geen extra wapen in zijn strijd tegen misbruiken van de notionele-intrestaftrek. De rondzendbrief, die de minister van Financiën vorige week naar alle belastingcontroleurs op het terrein verstuurde, is op dat vlak een maat voor niets. De tekst maakt enkel een opsomming van de bestaande mogelijkheden van de fiscus om eventuele misbruiken te vermijden. Ook de interpretatie van artikel 207 van het Wetboek der Inkomstenbelasting (WIB) - dat abnormale voordelen en verrichtingen sanctioneert - levert geen nieuwe elementen op. Als de onderneming niet tegen dit principe zondigt, doet h...

De fiscus krijgt geen extra wapen in zijn strijd tegen misbruiken van de notionele-intrestaftrek. De rondzendbrief, die de minister van Financiën vorige week naar alle belastingcontroleurs op het terrein verstuurde, is op dat vlak een maat voor niets. De tekst maakt enkel een opsomming van de bestaande mogelijkheden van de fiscus om eventuele misbruiken te vermijden. Ook de interpretatie van artikel 207 van het Wetboek der Inkomstenbelasting (WIB) - dat abnormale voordelen en verrichtingen sanctioneert - levert geen nieuwe elementen op. Als de onderneming niet tegen dit principe zondigt, doet het er niet toe of louter fiscale motieven aan de basis van de transactie liggen. De belastingplichtige beschikt namelijk over de fundamentele vrijheid om te kiezen voor de minst belastbare weg. Daar kan geen circulaire iets tegen inbrengen. In de praktijk is de tekst dus niets meer dan een overzichtelijke handleiding voor de belastingcontroleur om eventuele fraude op te sporen. De vraag rijst of de maatregelen in de omzendbrief wel 200 miljoen euro zullen opleveren, zoals de regering hoopt. Hierbij rekent Didier Reynders (MR) vooral op het psychologische effect van de rondzendbrief. Bij nader inzien strooit de overheid enkel zand in de ogen van de tegenstanders van de fiscale maatregel. En gelukkig maar, want de hele hetze tegen de notionele-intrestaftrek is een klucht. In de memorie van toelichting staat namelijk helemaal geen belofte van jobcreatie. Bovendien heeft de minister van Financiën het nooit onder stoelen of banken gestoken dat de notionele-intrestaftrek een technisch alternatief was voor het aflopende gunstregime van de coördinatiecentra. Een algemene verlaging van de vennootschapsbelasting was tijdens de vorige legislatuur politiek niet haalbaar. Het Europese gemiddelde schommelt nu tussen 20 % en 25 %. Als België in de toekomst nog binnenlands of buitenlands kapitaal wil aantrekken, moet zijn nominale aanslagvoet van 33,99 % dringend naar omlaag tot bijvoorbeeld 23 %. Aangezien de vennootschapsbelasting het afgelopen jaar naar schatting 12,22 miljard euro opleverde, bedraagt de factuur van zo'n operatie naar schatting 4 miljard euro. Dat is een pak meer dan de netto kostprijs van de notionele-intrestaftrek, die op 763 miljoen euro wordt geraamd. Ten slotte betaalt een daling van de vennootschapsbelasting zichzelf op termijn terug. Uit een studie van het professorenechtpaar Hylke Vandenbussche en Jozef Konings (KULeuven), uitgevoerd in 2006 in opdracht van de werkgeversfederatie VKW Metena, blijkt dat de verlaging van het nominale tarief van 33 % naar 25 % de economische groei met 1,3 % verhoogt. Dat kan op zijn beurt 90.000 arbeidsplaatsen opleveren. Tegen een kostprijs van 25.400 euro per werkloze - dixit het Planbureau - betekent dat al vlug een opbrengst van bijna 2,3 miljard euro. Reken daar nog de bijkomende bedrijfsinvesteringen van 5,6 miljard euro bij en de maatregel levert uiteindelijk op fiscaal vlak meer op dan ze kost. (T)Door Eric Pompen