Voor hengelaars zijn ze een lokmiddel, voor compostverwerkers een hulpmiddel, en voor Jan Geeraert van Eco-Cult een bestaansmiddel : wormen.
...

Voor hengelaars zijn ze een lokmiddel, voor compostverwerkers een hulpmiddel, en voor Jan Geeraert van Eco-Cult een bestaansmiddel : wormen.Het Roeselaarse bedrijf Eco-Cult bvba is een buitenbeentje in de landbouwsector. Zaakvoerder en licentiaat in de natuurkunde Jan Geeraert kweekt dan wel dieren, maar een ordinair agrarisch bedrijf kan men zijn onderneming onmogelijk noemen. Eco-Cult kweekt en verkoopt wormen, bestemd voor de aanmaak van compost en voor de hengelsport. Eco-cult werd opgericht in '84. Het voorbije jaar haalde de bvba een omzet van 20 miljoen frank. Een cijfer dat nog moet toenemen dankzij het aanboren van enkele nieuwe markten. Jan Geeraert : "In België komen er zo'n 32 variëteiten van wormen voor. De meeste daarvan eten aarde, waardoor ze voor ons productieproces minder geschikt zijn. Ik kweek het Dendrobena-type en twee soorten van de Eisenia, beter gekend als mestpieren. Deze wonen alleen op organisch materiaal, zodat we geen aarde moeten gebruiken. Daar ze op een kleine oppervlakte zeer dicht bij elkaar leven, hebben we bovendien weinig restafval." Daarnaast verkoopt Geeraert ook Belgische meelwormen, wasmotlarven uit England, tebowormen uit Chili en dauwpieren die in Canada worden gevangen. De dieren worden aan groothandelaars voortverkocht. Het grootste gedeelte in bulk per kilogram, een ander deel in kleine doosjes. 70 % van de verkoop is bestemd voor de hengelsport, de overige 30 % voor de aanmaak van compost. "De markt voor de hengelsport is seizoen- en weergebonden. Het hengelseizoen in België duurt van maart tot september en kent pieken bij het begin en in de vakantieperiode. Bij regenweer daalt dan weer de verkoop," oppert Jan Geeraert.Ongeveer 90 % van de omzet is bestemd voor het buitenland, vooral Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië. Sinds enige tijd is Geeraert ook met succes overzeese markten aan het bewerken. In België zelf is er maar één gelijkaardig bedrijf op deze markt actief, namelijk in Limburg. De belangrijkste concurrenten zitten in Nederland."Het grote probleem voor ons bedrijf is dat wij uniek zijn en niet zomaar technologie, machines of productiesystemen kunnen bestellen," aldus Geeraert. "Daar de verkoopprijs van onze producten stabiel blijft terwijl de kosten stijgen, moeten we onze uitgaven weten te beheersen. Onze werkmethoden zijn dan ook nagenoeg volledig het resultaat van het verwerken van onze eigen ervaringen. Het is soms lastig werken, maar het heeft wel zijn charmes. Wij zijn boeren die zelf onze dieren moeten proberen te verkopen. Daarbij komt dat onze klanten niet zomaar te vinden zijn in de telefoongids. Wij moeten ze zelf gaan zoeken."JAN GEERAERT (ECO-CULT) Onze klanten zijn niet zomaar te vinden in de telefoongids. We moeten ze zelf gaan zoeken.