Omdat ik ook dit jaar niet onvoorbereid aan de 100 kilometer lange Dodentocht in mijn woonplaats Bornem wil vertrekken, kunt u mij op zaterdagochtend vroeg zien wandelen in de omliggende dorpen. De bouwbedrijvigheid vanaf 7 uur is opmerkelijk. Opritten worden heraangelegd, allerlei materiaal wordt geleverd, families zijn opgetrommeld. Vlaanderen werkt op zaterdagochtend.
...

Omdat ik ook dit jaar niet onvoorbereid aan de 100 kilometer lange Dodentocht in mijn woonplaats Bornem wil vertrekken, kunt u mij op zaterdagochtend vroeg zien wandelen in de omliggende dorpen. De bouwbedrijvigheid vanaf 7 uur is opmerkelijk. Opritten worden heraangelegd, allerlei materiaal wordt geleverd, families zijn opgetrommeld. Vlaanderen werkt op zaterdagochtend. Bij het aanschouwen van zo veel economische ijver dacht ik aan de controverse die Gert Meersman in De Standaard heeft uitgelokt door te zeggen dat het financieel soms voordeliger is te huren dan te bouwen. Meersman werd overspoeld door negatieve reacties. Zijn redenering was nochtans onderbouwd met stevige economische en financiële argumenten, die een hoogleraar in de economie waardig zijn: een eigen huis kost veel aan onderhoud (getuige de activiteiten op zaterdagochtend), je kunt de bedragen die je aan een woning besteedt oordeelkundig beleggen, en de huizenprijzen kunnen crashen -- denk maar aan Japan, Las Vegas, Spanje en Nederland. Economisch zal dat plaatje wel kloppen. Toch mijmerde ik vanaf kilometer 25 over wat ik had gelezen en gezien. Een loontrekkende zet zijn vaste uren werk om in geld, een salaris. Een zelfstandige kan veel meer uren omzetten in geld. Hoe meer uren de loodgieter, de tandarts en de kapper werken, hoe meer ze verdienen. De ondernemer plaatst ook nog eens een hefboom onder zijn uren. Als hij succesvol is -- en dat gaat doorgaans ook gepaard met vele uren werken -- creëert hij een inkomen voor zijn werknemers, zijn aandeelhouders en zijn partners. Een huisvrouw daarentegen creëert wel economische welvaart, maar ze kan dat nauwelijks omzetten in een inkomen. Ze kan hooguit uitgaven besparen. Dat onderscheid vind je weinig terug in de modellen van economen, behalve bij discussies over de vraag waarom het werk van een huisvrouw niet terug te vinden is in het bruto binnenlands product. Maar het onderscheid is wel wezenlijk. De meeste Vlamingen die op zaterdagochtend zo ijverig in de weer zijn, zijn geen zelfstandigen, maar ze zorgen er wel voor dat hun tijd wordt omgezet in geld: ze doen de waarde en de prijs van hun woning stijgen. Wie belegt in financiële producten, kan dat niet. Dat is precies wat de Vlamingen zo aantrekt in een eigen huis. Elk uur dat ze in hun eigendom investeren, is een uur voor henzelf, en niet een voor de huisbaas. Zelfs al gaat door de jaren 80 procent van die inspanningen verloren, toch blijft er iets van over dat onderhevig is aan de wet van de samengestelde intresten. Alle boekjes over "rijk worden" drukken de lezer op het hart dat hij al heel vroeg in zijn leven moet beginnen te beleggen om te profiteren van die samengestelde intresten. Jonge koppels die een huis bouwen, doen dat. Mijn schoonvader heeft 25 jaar geleden zowat alle uren van zijn vervroegde pensioen in onze weerbarstige tuin geïnvesteerd. Dat werk heeft gerendeerd. Ik schat dat de kwaliteit van onze tuin een meerwaarde van zo'n 40.000 euro aan het huis heeft gegeven. Die is voor een deel terug te brengen tot de samengestelde intresten op de enkele duizenden franken aan planten die we hadden gekocht, al de rest is het resultaat van de noeste arbeid van een typische Vlaming. De waarde van een huis is dus ook een sociologisch gegeven. Vrienden en familie helpen ons rijker te worden. Huisvaders, huisvrouwen en gepensioneerden zetten arbeid om in geld. Dat staat in geen enkele economische statistiek, net zoals die diepvriesrodekool van mijn schoonzus. Maar het is niet omdat het niet in de statistieken of de modellen staat, dat het niet bestaat. Nu beleggingen 1 procent opbrengen, zullen de handen blijven jeuken om een woning te bouwen of te kopen. Gert Meersman en Ivan Van de Cloot van Itinera waarschuwen in niet mis te verstane bewoordingen voor een mogelijke huizenzeepbel. Ze zijn niet de enigen. Maar ik denk dat we nu beter begrijpen wanneer de kans op zo'n zeepbel stijgt: als we huizen beginnen te kopen of te verkopen als belegging, en niet als een voorwerp van zware arbeid op zaterdagochtend. Als we te veel beginnen te denken dat we nu moeten kopen omdat het morgen duurder wordt. En als we onze vrije tijd beginnen te besteden aan economisch waardeloze wandelingen. Als er ooit een huizencrisis komt, dan zal het mijn schuld zijn. De auteur is partner-hoogleraar management aan de Vlerick Business School. MARC BUELENSNu beleggingen 1 procent opbrengen, zullen de handen blijven jeuken om een woning te bouwen of te kopen.