Johan Van Overtveldt
...

Johan Van OvertveldtDe beslissing van de Amerikaanse centrale bank om haar belangrijkste beleidsrentevoet in één klap met 0,75 % te verlagen, blijft ruim een week later nog altijd stevig nazinderen. Het was van oktober 1984 geleden dat de Federal Reserve Board (Fed) nog zo'n drastische renteverlaging doorvoerde. Opmerkelijk was ook dat de beslissing unaniem tot stand kwam, op de stem van William Poole na, de directeur van de Fed van St. Louis. Hij staat bekend als een havik die zich geregeld aarzelend en/of afwijzend opstelt bij renteverlagingen. Maar alle andere directeurs schaarden zich achter de voorstellen van Ben Bernanke, de voorzitter van de Fed. Uiteraard komt zo'n ingrijpende renteverlaging niet zomaar uit de lucht vallen. Nochtans was kort voordien de Amerikaanse inflatie op jaarbasis boven de 4 % gestegen. Dat pleit veeleer voor een renteverhoging. Dat het toch een stevige renteverlaging werd, kan enkel voortvloeien uit het feit dat men bij de Fed over informatie beschikt die de beleidsverantwoordelijken, op William Poole na, lichtjes de stuipen op het lijf jaagt. Het ligt voor de hand dat die angstaanjagende informatie maar uit twee hoeken kan komen. De ene is die van de conjuncturele ontwikkeling in de VS. Er kan worden vermoed dat de Fed niet enkel een recessie ziet aankomen, maar bovendien een van de ergere soort. De tweede hoek is uiteraard die van de kredietcrisis, die ondertussen uitgroeide tot een flink uit de kluiten gewassen financiële crisis. Ook hier kan het vermoeden rijzen dat de Fed aanwijzingen heeft dat nog zware schokken zitten aan te komen. In kringen van de Fed in Washington vernemen we dat het vooral om het tweede zou gaan. Als het klopt dat de solvabiliteit van steeds meer financiële instellingen in het gedrang komt, dan valt er heel wat voor de ingreep van de Fed te zeggen. Een sterke verlaging van de kortetermijnrente geeft hen onmiddellijk bijkomende zuurstof, want de kostprijs van de werkmiddelen die ze moeten aantrekken, daalt dan. Tegelijk moet gezegd dat die zuurstofkuur ook opnieuw de aanzet kan betekenen voor nieuwe excessen op de financiële markten (laat ons dat voortaan maar het 'Jérôme Kervielsyndroom' noemen). Het gevoel dat de Fed hoe dan ook tussenbeide komt als er echt klappen vallen, zet niet direct aan tot verscherpte waakzaamheid voor risico's. Het moral hazard-probleem ten voeten uit. Zodra de beslissing van de Fed op tafel lag, richtte de aandacht zich al snel op de Europese Centrale Bank (ECB). Zou men in Frankfurt de lijn van de Fed in Washington volgen? Neen, zo verkondigde zonder veel franjes Jean-Claude Trichet, de voorzitter van de ECB, de dag na de grote ingreep van de Fed. Puur economisch valt er heel veel te zeggen voor de halsstarrigheid van Trichet. Met een inflatie van 3 % en een basisrentevoet van 4 %, en dus een reële rentestand van +1 %, zit het rentebeleid van de ECB nog altijd op eerder expansieve koers. Ter herinnering: de Fed kijkt nu tegen een negatieve reële rente aan (- 0,5 %). Maar niet alleen de rentestand bepaalt de monetaire omgeving waarin de economie en de ondernemingen werken. De evolutie van de kredietverlening en de wisselkoers van de euro zijn ook belangrijke parameters. Alles wijst erop dat de condities waartegen ondernemingen en particulieren kredieten kunnen opnemen, strenger worden. De enquêtes die de ECB daarover houdt, wijzen duidelijk in die richting. Het valt uiteraard niet te ontkennen dat de euro de voorbije jaren fors duurder werd ten opzichte van de dollar (grofweg 50 % sinds 2001). Maar als men de vergelijking maakt met de korf van munten van de belangrijkste handelspartners van de eurozone, dan blijkt de stijging van de euro veel minder extreem. Toch moet men onder ogen zien dat de evolutie van de euro wel degelijk remmend werkt op de economische activiteit en een factor van verstrakking van de monetaire omgeving is. Tegen de achtergrond van voorgaande argumenten blijft het njet van Trichet overeind, maar blijkt zijn beslissing minder solide dan de man zelf van de daken schreeuwt. De vraag rijst dan ook of Trichet geen spijt gaat krijgen van zijn luide en expliciete verklaring. Heel veel hangt volgens ons af van wat er in de komende periode zal gebeuren met de dollar. Glijdt die verder weg dan zal, als alle andere factoren min of meer gelijk blijven, de druk op Trichet en de ECB om de rente te verlagen serieus toenemen. Als politieke kopstukken zich dan ook in die richting beginnen te roeren (en daar kan men gif op innemen), dan zal Trichet moeilijk anders kunnen dan zijn uitspraak van 23 januari op te eten. (T) de auteur is ALGEMEEN DIRECTEUR VAN HET VKW.