Ik ben een ontrouwe minnaar, en dat zorgt soms voor echtelijke spanningen," bekent Franki Vanstapel (64), de nieuwe eerste voorzitter van het Rekenhof.
...

Ik ben een ontrouwe minnaar, en dat zorgt soms voor echtelijke spanningen," bekent Franki Vanstapel (64), de nieuwe eerste voorzitter van het Rekenhof. Zoek echter geen seksschandaal binnen de muren van dé oudste en een van de meest eerbiedswaardige instellingen van het land. Neen, de eerste voorzitter heeft het gewoon over het voetbal. Hij is supporter van Sint-Truiden, zij van Racing Genk en dat zijn twee clubs die in de strijd om de Limburgse dominantie elkaar rauw lusten. Het echtpaar leeft echter al lang en gelukkig vlak naast het Genkse feniksstadion. "Af en toe trek ik eens naar het voetbal of het toneel. Maar hobby's heb ik niet. Hoe kan ik hobby's hebben? Al van in 1961 neem ik elke werkdag om 6 uur de trein naar Brussel, en in normale omstandigheden ben ik pas om 20 uur weer in Genk. En wat ik in het weekend doe? Dat reserveer ik grotendeels voor familiebezoek. Ik zie dat als mijn plicht." Al 43 jaar lang dus spoort Franki Vanstapel naar Brussel, met als eindbestemming het plechtstatige hoofdkwartier van het Rekenhof. De eerste voorzitter ontvangt ons hartelijk in zijn majestueus kantoor en is blij zijn verhaal eens te kunnen doen. "Ik wil onze public relations beter verzorgen en de banden met de media aanhalen. De burgers mogen en moeten weten wat wij met hun centen doen. Onze jaarlijkse dotatie bedraagt 38 miljoen euro en we stellen 600 mensen tewerk. Maar ik verzeker u, die investering verdienen we voor de belastingbetaler minstens tien keer terug."De Truienaar wil eerst een misverstand uit de weg ruimen: "Wij zijn niet de schoonmoeder van de regering. Wel controleren we de uitvoerende macht en lichten het parlement daarover in. Die controle is drievoudig: zijn de rekeningen juist, respecteren ze de wet, en wordt het geld efficiënt besteed? De informatiestroom naar het parlement gebeurde vroeger alleen via het boek van opmerkingen - beter bekend als het blunderboek, maar die term horen ze niet graag bij het Rekenhof. Het Hof brengt evenwel ook op regelmatige basis thematische rapporten uit. Daarnaast heeft het Rekenhof er nog een aantal taken bij gekregen: de rekeningen van de politieke partijen controleren bijvoorbeeld, of het tellen van het aantal leerlingen. "Ze zaten er maar veertien naast. En als het Rekenhof de cijfers goedkeurt, is er geen haan die er nog naar kraait, of geen leeuw die er nog naar brult," zegt Kamervoorzitter Herman Decroo. Voor de zomer vroeg Yves Leterme (CD&V) ook een doorlichting van de Vlaamse overheidsfinanciën. "Yves Leterme was toen een gewone burger en eigenlijk kon hij die vraag dus niet stellen. Maar we hebben de opdracht aanvaard omdat het een duwtje in de rug van de continuïteit van het beleid was. Let wel: we hebben alleen gecheckt of de cijfers van de administratie correct waren. Niet meer en niet minder." Franki Vanstapel groeide op in een kleine boerderij in Gelinden, bij Sint-Truiden. Vader was invalide en moeder runde de boerderij, voor Franki restte vanaf 1952 het pensionaat bij de paters-Assumptionisten van Zepperen. "Ik genoot er een bijzonder strenge opvoeding. Eén keer om de drie maanden mochten we naar huis. "Kort daarna overleed zijn vader, en voor verder studeren was er geen geld. Even was Vanstapel van plan naar een Congolese plantage te trekken, maar de onafhankelijkheidskwestie van 1960 doorkruiste die plannen. Hij werkte dan kort voor Coca-Cola in Sint-Truiden, zat even aan het Tiense loket van de Bank Van Brussel, miste door politieke spelletjes de job van gemeentesecretaris van Gelinden, volgde intussen ook bestuurswetenschappen in Hasselt en Brussel én vooral, hij deed mee aan de examens van het Rekenhof. Met succes, want op 16 december 1961 nam Vanstapel voor het eerst om 6.00 uur de trein naar Brussel. "Hij is langs de ladder naar boven gekropen. Hij kent het Rekenhof dan ook van A tot Z. Het levende bewijs dat je ook in een van de oudste staatsapparaten carrière kunt maken," zegt Herman Decroo. Vanstapel staat te boek als weinig flamboyant, voorzichtig en vooral secuur - kortom een profiel dat hoort bij een trouwe soldaat en generaal van het Rekenhof. Een harde werker ook, met oog voor zijn manschappen. De mensen van het Rekenhof zijn trouwens geliefd bij de ministers wegens hun kwaliteiten, zo ook Vanstapel. Tussen 1974 en 1984 wisselde hij het Rekenhof af en toe in voor een kabinet. De ministers Decroo, Olivier, Hannotte, Vanderpoorten en Vreven deden een beroep op hem. In 1984 forceert Vanstapel de grote doorbraak bij het Rekenhof, als hij door de toenmalige PVV wordt voorgedragen als een van de acht raadsheren. In 2000 werd hij door de Kamer benoemd tot voorzitter. "Ik verdedig de politieke benoemingen bij het Rekenhof, op voorwaarde dat ze de verhoudingen van de partijen eerbiedigen. Wie hier aan politiek doet, wordt door het college van twaalf meteen teruggefloten. We zijn de instelling die het minste kritiek krijgt, en ik zal er als voorzitter over waken dat we geen politieke beslissingen nemen." Maar worden de vleugels van het Rekenhof niet geknipt nu de volledige afschaffing van het voorafgaand visum - de toestemming die het Rekenhof moet geven voor een uitgave kan worden gedaan - op de agenda staat? Franki Vanstapel: "We verliezen een stok achter de deur en boeten aan macht in. Maar dat is niet zo erg zolang we de ministers ontzag inboezemen en dat is het geval. Ze weten dat als ze iets mispeuteren, wij het naar boven spitten. We passen ook onze controlestrategie aan in die zin dat we vanaf september vooral de interne controlestructuren van overheden en parastatale instellingen onder de loep nemen. Werken deze structuren, dan zijn wij grotendeels overbodig. Maar die interne controle moet vaak nog veel beter, of er dreigen ongelukken."Daan Killemaes, Dirk Van Thuyne"Ministers weten dat als ze iets mispeuteren, wij het naar boven zullen spitten."