Ergens in het volgende voorjaar start Belgacom met televisie. Het is een nieuw tijdperk. De reus in telecom wordt een dreumes in tv. Het wordt dus tijd om ons perspectief bij te stellen.
...

Ergens in het volgende voorjaar start Belgacom met televisie. Het is een nieuw tijdperk. De reus in telecom wordt een dreumes in tv. Het wordt dus tijd om ons perspectief bij te stellen. Niet omdat het op korte termijn over zoveel centen gaat. Al voor de beursintroductie waarschuwde Belgacom-topman Didier Bellens dat beleggers binnen een afzienbare termijn niet te veel inkomsten moesten verwachten uit televisie en aanverwante. Integendeel, zoals voor andere starters gaat het in de aanvangsfase vooral over honderden miljoenen euro's aan investeringen in een onzekere toekomst. Maar Belgacom heeft geen andere optie. De groei in mobilofonie topt af, de oude kernactiviteit van vaste telefonie blijft krimpen. Het wordt steeds moeilijker om de concurrentie af te weren zonder zichzelf pijn te doen. Nieuwe inkomsten zijn broodnodig. Het wordt dé uitdaging voor Didier Bellens. Maar bekijk het volgende. Internet kost vandaag tot 41,95 euro per maand voor een abonnement, telefoon kost 16,8 euro en kabeltelevisie 12 of 13 euro. Al die diensten lopen binnenkort over dezelfde digitale infrastructuur. Maar de kostprijs om ze te leveren, verschilt grondig van de huidige tarieven. Digitale televisie beslaat per kanaal twintig tot veertig keer meer capaciteit dan een telefoonverbinding. Toch krijgt u momenteel meer dan dertig kanalen televisie voor een abonnementsprijs die lager is dan alleen maar de huur van één telefoondraad. Dat maakt een bit 'telefonie' honderden keren duurder dan een bit 'televisie'. In het internettijdperk is daar geen rechtvaardiging voor. Zoals een Belgische uitbater van internetinfrastructuur voorspelt: de tijd is niet zo veraf dat telefonie zo goed als gratis zal zijn. Televisie daarentegen maakt de omgekeerde beweging. Televisie was een publiek goed, dat zo goedkoop moest zijn dat zelfs het kijk- en luistergeld moest worden afgeschaft. Met de verkoop van een groot deel van de Vlaamse kabel aan Telenet is hier nu echter een commerciële dynamiek ontstaan. Politici maken zich graag wijs dat ze de kabelprijzen zullen blijven controleren, maar Amerikaanse voorbeelden tonen aan hoe makkelijk die maatregelen worden omzeild - en hoe sterk de televisielobby wel is. Telefonie daalt, televisie stijgt. Op het ene terrein speelt de concurrentie volop, op het andere heerst een feitelijk monopolie. Hoe waarborgt de regulator de value for money en een rijk gamma aan diensten? De eerste test is de nieuwe, snelle internetinfrastructuur die Belgacom momenteel uitrolt onder de noemer Very High Speed Digital Subscriber Line (VDSL). In de geest van de huidige regelgeving moet de concurrentie daar zonder veel eigen investeringen gebruik van kunnen maken. Maar Belgacom baalt bij dat perspectief. Tenslotte worden de kabelmaatschappijen ook niet verplicht om hun netwerken voor concurrenten open te stellen, heet het. De Belgische telecomregulator is er nog niet uit. En aangezien hij nog in het stadium van de marktanalyse zit, zou het wel eens kunnen dat Belgacom zijn nieuwe dienst al geruime tijd op de markt heeft voor er beslissingen vallen. Dan krijgen we misschien een herhaling van de opkomst van breedbandinternet, toen Telenet en Belgacom jarenlang een concurrerend, maar qua prijszetting heel comfortabel duopolie vormden. Sneu voor de alternatieve operatoren. Bruno Leijnse